Wikimedia Commons

Verdeel en Heers: hoe het Westen IS kan bevechten

Verdeel en heers: een eeuwenoud principe van strategische oorlogsvoering werd al door Machiavelli bepleit in boek 6 van zijn “Dell’ arte della guerra”: “Een (leger)aanvoerder moet de kunst verstaan de krachten van de vijand te splijten, door hem zijn eigen manschappen te laten wantrouwen, of hem te dwingen zijn (leger)eenheden te verdelen. Daardoor wordt hij zwakker”. Om de krachten van IS te splijten moet het Westen de sektarisch verdeelde eenheden van IS tegen elkaar uitspelen om het verloop van de strijd in Irak en Syrië te beïnvloeden.

Nu het Westen worstelt met de vraag wat de beste koers is in Irak en Syrië, kan dit strategisch principe de sleutel vormen tot een effectieve en bestendige campagne tegen IS. De omstandigheden van het conflict, de betrokken partijen, en bovenal de structuur van IS als groep lenen zich uitermate goed voor de verdeel-en-heers tactiek. Maar om die effectief te kunnen toepassen is een genuanceerd begrip van de aard van het conflict noodzakelijk.

Sektarische ideologie achter IS is slechts een dun laagje dogmatisch vernis

Nog te vaak wordt IS gezien als een monolithisch geheel. Een groep gelijkgezinden die een duidelijke gemeenschappelijk agenda onderschrijft. En een groep die is geslaagd een aanzienlijk deel van de multi-etnische, multi-sektarische, multi-tribale Iraakse/Syrische bevolking aan zich te binden. Het succes van IS rust echter niet op aanzienlijke steun van de bevolking, maar op de steun van een aantal sleutelfiguren, gecombineerd met een overweldigende militaire slagkracht. Ondanks de steun van deze figuren is IS niet een eenduidige ideologisch verwante groep, maar een ambivalente alliantie van pragmatische milities, individuele krijgsheren en lokale stammen.

Het is aantrekkelijk om het conflict vooral te zien in termen van de eeuwenoude sektarische verdeeldheid, en de huidige strijd als een soort moderne slag bij Karbala te classificeren. Deze “sektarische bril” is echter niet bruikbaar als we het fenomeen IS willen begrijpen. De Islamitische Staat is een nadrukkelijk modern fenomeen. De steun die het ontvangt van lokale milities en leiders is een gevolg van de relatief recente geschiedenis in Irak, niet van een theologisch conflict uit de zevende eeuw. De huidige crisis in Irak is in feite een opeenstapeling van kleine conflictjes op regionaal, lokaal en tribaal niveau, gecombineerd met een gezonde dosis identity politics, eigenbelang en economische rivaliteit. Sektarische ideologie is slechts een dun laagje dogmatisch vernis over een veelvoud aan root causes.

Soennitische tribale leiders, die een sleutelrol spelen in de alliantie, hebben zich aangesloten bij IS. Dit deden ze niet vanuit een diepgewortelde wens om fitna te creëren tussen Soennieten en Shiiten. Noch steunen ze bij uitstek de ideologische fundamenten waarop al-Baghdadi zich beroept. Zijn extreme vorm van Soennitische Islamitische doctrine, en vooral de centralistische en autoritaire uitvoering ervan, gaat daarvoor veel teveel in tegen de traditionele sociale structuur van de lokale gemeenschappen en de historische politieke onafhankelijkheid van regionale stammen.

De werkelijke redenen gaan minder om radicale religieuze overtuigingen dan om een strategisch machtsspel. In de jaren na de val van Saddam Hoessein heeft de door Shiiten gedomineerde regering van voormalig premier Maliki systematisch de Soennitische minderheden en stammen in Irak gemarginaliseerd, en hun toegang tot macht en inspraak ontzegd. Diezelfde Soennitische stammen zagen aansluiting bij IS als een manier om macht terug te winnen vis-a-vis Baghdad.

De pragmatiek achter de strategie van de Soennitische stammen betekent dat het Westen de IS-alliantie kan opbreken door juist voor hen een aantrekkelijk alternatief te bieden. President Obama heeft ook al opgemerkt dat een nieuwe Sunni Awakening een belangrijke rol zou kunnen spelen bij het losweken van de Soennitische elementen uit de IS-alliantie. Dat zou betekenen dat Soennitische strijders in speciaal opgezette Soennitische milities de strijd zouden aangaan met IS. Vergelijkbaar met hoe de opkomst van al-Qaeda in Iraq (AQI) in 2006-2007 destijds werd aangepakt. In eerste instantie was deze tactiek zeer effectief, de zogenaamde “Zonen van Irak” brigades keerden zich tegen AQI en voorkwamen een sektarische burgeroorlog tegen de Shiiten.

Zodra de Amerikanen uit Irak waren verdwenen doekte de door Shiiten gedomineerde regering van Maliki de brigades op, waardoor dit succes niet beklijfde.. De kortzichtigheid achter dit beleid is precies waarom het Westen dit keer zal moeten zorgen dat het de Soennieten een structureel en duurzaam alternatief biedt. Dat betekent dat de oplossing niet alleen ligt in het creëren van militaire allianties tegen IS, maar dat het militaire element onderbouwd moet worden door een beleid waarin sektarische politieke vereniging centraal staat. Alleen als de Soennitische rebellen vermoeden op de langere termijnmeer te kunnen winnen bij Baghdad dan bij de Islamitische Staat kan de verdeel-en-heers tactiek effectief zijn. Alleen als Baghdad het belang van een eenheidsregering onderschrijft heeft een verenigde Iraakse staat een kans.

Om het vertrouwen van de Soennieten terug te winnen, en hen zich tegen IS te laten keren zijn een aantal maatregelen noodzakelijk. Ten eerste moet Baghdad benadrukken dat het niet weer zal buigen voor druk vanuit Shiitisch Iran, onder andere door het opheffen van de rol van enkel Shiitische milities in het veiligheidsapparaat van de staat. Ten tweede zullen de Irakese anti-terrorisme wetten moeten worden herzien. Deze wetten hadden constitutioneel vastgelegd dat Soennieten zonder duidelijke aanklacht en proces kunnen worden vastgehouden op basis van verdenking van “terrorisme”, en zijn door Maliki jarenlang ingezet om dissidenten achter de tralies te laten verdwijnen. De (overwegend Soennitische) gevangenen die zonder eerlijk proces zijn vastgezet moeten amnestie worden verleend om elke twijfel van sektarische politiek weg te nemen. Vervolgens moeten de staatsveiligheidsdiensten worden vervangen door professionele multi-sektarische diensten. Tenslotte moet er een constructieve dialoog aangegaan worden met Soennitische leiders. Want fundamenteel komt het er op neer dat de Soennieten uit hun gedwongen politiek ballingschap moeten worden gehaald.

Deze maatregelen zijn niet gemakkelijk te realiseren, en zullen -in het huidige klimaat in Irak- zeker niet verwezenlijkt kunnen worden zonder verregaande diplomatieke en economische druk van het Westen op al-Abadi en de politieke sleutelfiguren in Baghdad. Meer nog dan de strategische bombardementen op militaire doelen, die weliswaar kunnen zorgen voor vertraging van de opmars en materiële verzwakking van IS, is het uitoefenen van deze diplomatieke druk cruciaal voor het lange termijn succes van een Westerse campagne in Irak.

In Irak is geen van beide opties zonder risico’s, maar een derde optie betekent gegarandeerd falen; het half-half doen.

We staan op een cruciaal en gevaarlijk punt in Irak, een punt waarop we moeten kiezen of we ingrijpen of niet, en zo ja hóe we dan moeten ingrijpen. Machiavelli waarschuwde in Il Principe; er is niets moeilijker aan te pakken en niets gevaarlijker, niets onzekerder wat succes betreft dan het voortouw te nemen bij de invoering van een nieuwe orde van zaken. Want de vernieuwer heeft als vijanden al degenen die het goed deden in de oude orde en vindt slechts lauwe ondersteuning van hen die het misschien goed gaan doen in de nieuwe orde." In Irak is geen van beide opties zonder risico’s, maar een derde optie betekent gegarandeerd falen; het half-half doen. Ongebreidelde militaire inzet zonder diplomatieke en politieke postconflict planning is wat ons de das om heeft gedaan in het vorige Iraakse avontuur. Wat we ook besluiten te doen, laten we er voor zorgen dat we deze keer in ieder geval niet dezelfde fouten maken.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven