Wikimedia Commons

Verklikken als panoptisch instrument?

Harrie Timmerman speelde in 2004 een belangrijke rol in het naar buiten brengen van de misstanden van de Schiedammer parkmoord. Als politieambtenaar ontdekte hij dat de veroordeelde de moordenaar niet kon zijn. Nadat intern aankaarten niets opleverde, stapte hij naar Netwerk. Dit leidde uiteindelijk tot het oppakken van de dader en de vrijlating van de onterecht veroordeelde. Voor Timmerman was het gevolg minder gunstig. Zijn contract bij de politie werd niet verlengd, hij mocht geen contact opnemen met collega’s en hij werd wegens een levensbedreigend hoge bloeddruk opgenomen in het ziekenhuis.[1]

Er bestaat in Nederland een opvallend verschil tussen de omgang met klokkenluiders en verklikkers in bestuurs- en stafrechtelijke handhaving. Terwijl de mogelijkheden voor burgers om te participeren in de handhaving – bijvoorbeeld door te ‘klikken’ – groeien, worden klokkenluiders in beperkte mate beschermd. Dat klikken voor onderling wantrouwen zorgt tussen burgers is reeds een gehoord bezwaar, maar daarnaast gaat van het gebruik van klikfaciliteiten een sterk disciplinerende werking uit. Dit artikel betoogt dat die werking, om met de filosoof Michel Foucault te spreken, ‘panoptisch’ is. Deze term staat voor de disciplinerende gedaante die het strafrecht sinds de moderne tijd heeft aangenomen. In dit artikel wordt de ontwikkeling dat het klikken meer wordt aangemoedigd en meer overheidssteun krijgt in vergelijking tot het klokkenluiden in dit theoretische kader geplaatst.

Terwijl de mogelijkheden voor burgers om te participeren in de handhaving groeien, worden klokkenluiders in beperkte mate beschermd.

Eerst wordt ingaan op de criminologische betekenis van klikken en klokkenluiden. Vervolgens wordt uiteengezet hoe de Nederlandse overheid het klikken in toenemende mate faciliteert. Dan wordt ingegaan op de beperkte bescherming die klokkenluiders genieten. Daarna wordt het perspectief verlegt naar Foucaults werk Discipline, Toezicht en Straf, waarin de ontwikkeling van het strafrecht van de middeleeuwen naar de moderne tijd wordt beschreven.

Op deze wijze bespreekt dit artikel de implicaties van de schending van privacy die het klikken met zich meebrengt. Betoogd wordt dat Foucaults analyse van toepassing is en dat van het klikken een sterk disciplinerende werking uitgaat. De conclusie luidt dat dit uiteindelijk het verlies van vrijheid van de Nederlandse burgers betekent.

De criminoloog Lissenberg zet in haar afscheidsrede helder het verschil uiteen tussen klokkenluiders en klikkers. Een klokkenluider maakt informatie openbaar over de organisatie waar hij bij betrokken is of was, omdat hij iets aan een misstand wil doen. Hij doet dit in het openbaar. Een verklikker maakt eveneens informatie openbaar, maar blijft hierbij anoniem. Het is verder niet duidelijk wat hij beoogt en waarom hij anoniem wil blijven.[2] Ook anonieme bronnen van journalisten worden de laatste tijd aangemerkt als klokkenluiders.[3] Dit is volgens Lissenberg onjuist. De journalist kent namelijk wel de identiteit van de bron. Daarom zit deze activiteiten, ‘lekken’ genoemd, tussen klikken en klokkenluiden in.[4]

De term klokkenluider is een vertaling van het Engelse whistleblower van de bestuurskundige Marc Bovens. Hij pleitte begin jaren negentig al voor een wettelijke bescherming voor deze groep in Nederland.[5] De Raad van State zag daar weinig in. Hij vroeg zich af wie daar belang bij zou kunnen hebben. Op dat moment waren er immers geen klokkenluiders in Nederland.[6]

In andere landen was dit wel al een bekend fenomeen; zowel de klokkenluiders als de wettelijke bescherming van deze groep. De bescherming klokkenluiders van Nederlands verschilt daarom met de aanpak in bijvoorbeeld de Verenigde Staten en Engeland. In de VS kent men al sinds de jaren zestig klokkenluidersregelingen en Engeland trad in 1999 de Public Interest Disclosure Act inwerking.[7]

De Duitse socioloog Simmel constateerde dat de autoriteiten sinds het begin van de twintigste eeuw steeds meer de openbaarheid hebben gezocht terwijl privé personen juist meer mogelijkheden gekregen hebben zich af te schermen van de buitenwereld en hiervan ook hebben gebruik gemaakt.[8] Lissenberg meent dat aan het begin van de eenentwintigste eeuw precies het tegenovergestelde plaatsvindt, de bescherming van de privacy van individuen neemt juist af. De geopende klik- en meldlijnen passen haarfijn in deze ontwikkeling.[9] Het aantasten van de privacy van burgers wordt veelal gerechtvaardigd door een beroep te doen op de veiligheid, die gediend zou zijn bij extra controle en toezicht.[10] De groei van de zogenaamde controle-industrie is hier een goed voorbeeld van. De directe en indirecte werkgelegenheid werd in die sector in 2006 op 1.032.000 banen geschat, wat ongeveer 14% van de Nederlandse beroepsbevolking is. Vanwege het feit dat desalniettemin nog steeds een handhavingtekort bestond, ontstond het idee dat burgers zelf ook een handhavingsverantwoordelijkheid moeten dragen. Om dit te faciliteren zijn de overheid en ook het bedrijfsleven in toenemende mate kliklijnen gaan openen.[11]

Exemplarisch voor deze trend is Meldlijn M. (Meld misdaad Anoniem), die in 2002 in Nederland werd geïntroduceerd. Deze meldlijn geeft mensen de mogelijkheid anoniem ‘semiofficieel’ aangifte te doen. Middels een gratis telefoonnummer worden tips gegeven aan de politie, de belastingdienst en andere organisaties. In 2003 kreeg de politie ongeveer zesduizend bruikbare meldingen via Meldlijn M. en in 2007 was dat aantal gegroeid tot zeventienduizend meldingen. [12] In 71% van die gevallen werd een vervolgactie ingesteld.[13]

De socioloog Akerström, die voortbouwt op het werk van Simmel, laat zien dat verraad een belangrijk begrip is in het denken over klokkenluiders, verklikkers en informanten. Simmel heeft betoogd dat bewaarders van geheimen een zeer kostbaar bezit hebben en daarmee speciale positie. Het naar buiten brengen van geheimen kan sociale verhoudingen dan ook ingrijpend veranderen. Degene die het geheim heeft bewaard noemt het een onthulling, degene op wie het geheim betrekking heeft noemt het verraad.[14] Vooral klokkenluiders worden getroffen door het denken in termen van verraad. Een eerder genoemd voorbeeld is Harrie Timmerman, rechercheur in het onderzoek naar Schiedammer parkmoord, die geen contact meer mocht zoeken met zijn vroegere collega’s. Een ander voorbeeld is Fred Spijkers, die in dienst was bij defensie en niet wilde liegen tegen de weduwe van zijn omgekomen collega. Hij raakte zijn functie kwijt.[15]

Klikkers, informanten en klokkenluiders worden dus gezien als klikspanen.

Klikkers, informanten en klokkenluiders worden dus gezien als klikspanen. Het beeld bestaat dat zij verraad plegen, volgens Lissenberg. Zo komt zij tot een hiermee samenhangend gevaar van de klikmethode. Hoewel het volgens haar aannemelijk is dat de aanpak de illusie van veiligheid vergroot bij de verklikkers, vreest zij tegelijkertijd dat het onderlinge wantrouwen eveneens groeit. Het criminaliteitsbeleid is volgens Lissenberg verandert in een slachtofferbeleid. De overheid heeft bijgedragen aan het beeld dat iedereen voortdurend het risico loopt slachtoffer te worden van criminaliteit. Lissenburg stelt dan ook dat dit beleid, in combinatie met het beeld dat van klokkenluiders en verraders bestaat, de oorzaak is van een gegroeid onderling wantrouwen tussen burgers in Nederland. Daarom valt te betwijfelen dat meldlijn M., of andere klikfaciliteiten, werkelijk bijdragen aan goed burgerschap.[16]

Lissenberg vraagt zich af waarom klokkenluiders zo slecht beschermd worden, terwijl het anonieme melden van misdaden en misstanden op zoveel aanmoediging kan rekenen van de overheid. Zij meent dat klokkenluiders met een ‘eigen-schuld-dikke-bult-mentaliteit’ worden bejegend. De eventuele ellende van hun ontslag, WAO, ziekte, verminderde inkomsten en stigmatisering, hebben zij over zichzelf afgeroepen, lijkt men te denken. Terwijl verklikkers weinig riskeren met hun melding, zijn de risico’s voor klokkenluiders daarentegen vaak zeer groot. Veelal worden zij dan ook het slachtoffer van hun eigen moed. Daarom noemt Lissenberg het onbegrijpelijk dat kroongetuigen in strafzaken, ‘strafbare klokkenluiders’ volgens de minister van Sociale Zaken, wel een tegemoetkoming (strafvermindering) krijgen en klokkenluiders nauwelijks.

Zoals gezegd betwijfelt Lissenberg of de integriteit van burgers, overheidsfunctionarissen en politici bevorderd wordt door anonieme meldingen van vermoedens van misstanden. Anonieme tips zorgen volgens haar voor wantrouwen en dat is funest voor het creëren van omgeving die integriteit stimuleert. Naast deze aantasting van het onderlinge vertrouwen van burgers gaat er mijns inziens nog een ander gevaar uit van klikken; namelijk disciplinering. Aan de hand van het gedachtegoed van de filosoof Foucault met betrekking tot het moderne strafrecht beschrijf ik waarom klikken een disciplinerende werking heeft.

Foucault geeft een overzicht van de ontwikkeling van het strafrecht van de middeleeuwen tot de moderne tijd. Het straffen in de middeleeuwen noemt Foucault een “ceremonieel van de soevereiniteit”. Het gaat om een vorm van straffen die op het lichaam van de veroordeelde wordt toegepast. Deze toepassing vindt in het openbaar plaats, onder het toeziend oog van een menigte, terwijl de macht – de monarch – zichtbaar is. Op deze manier gaat de straf als het ware van hem uit.[17]

Het moderne stafrecht ziet er anders uit en wordt door Foucault gekarakteriseerd aan de hand van het ‘Panopticon’. Dit is het ontwerp van een moderne gevangenis van de filosoof Jeremy Bentham. Volgens Foucault staat dit ontwerp symbool voor de bestrijding van het ‘abnormale’ in de moderne samenleving.[18]

Het panopticon is een cirkelvorming gebouw, met in het midden een toren met ramen, uitkijkend op de binnenzijde van de cirkel. Daar begeven zich gevangenen in de cellen. Die gevangenen worden volledig verlicht door een klein raampje aan de buitenzijde van de cirkel, wat het mogelijk maakt dat de bewaker de gevangen continu vanuit de toren kan gadeslaan. De mogelijkheid dat de gevangenen ieder moment bekeken kunnen worden is cruciaal, volgens Foucault: ‘Daaruit ontstaat het belangrijkste effect van de panoptica: de gedetineerde wordt bewust gemaakt van zijn permanente zichtbaarheid, waardoor de macht automatisch kan functioneren. Het toezicht, al is het discontinu, dient continu effect te hebben.’[19]

Het bewustzijn van de gevangene dat hij voortdurend bekeken kan worden werkt disciplinerend. Op den duur ziet de gevangene de straf niet meer als extern opgelegd, maar als het ware als een automatisch gevolg op zijn handelen. Als resultaat internaliseert hij de disciplinerende werking op den duur en verwdijnt zijn neiging tot abnormaal gedrag. De grote invloed van dit effect onderstreept Foucault in het volgende citaat: ‘Een straffende macht die het hele maatschappelijke netwerk doordringt, die op alle punten ingrijpt, en die ten slotte niet wordt beschouwd als macht van sommigen over anderen, maar als onmiddellijke reactie van allen op een enkeling.’[20]

Het is duidelijk dat het klikken en de effecten daarvan goed passen in Foucault's schets van het panopticon. Ook bij het klikken wordt een alomvattend toezicht gecreëerd. Op ieder moment kan de eveneens onzichtbare macht, de klikker, de ander gadeslaan. Men kan ieder moment verraden worden. Hier gaat, net als bij het panopticon, een disciplinerende werking van uit.

De oorsprong van privacy is vrijheid.

Naast het feit dat het klikken geen bevorderende werking heeft op het onderling vertrouwen tussen burgers, worden burgers hierdoor geraakt in hun privacy. Foucault heeft de implicaties van deze aantasting laten zien. In het belangrijke constitutionele arrest Griswold v. Connecticut is het recht op privacy in de VS in het leven geroepen. De oorsprong van privacy is vrijheid. Rechter William O. Douglas schreef in de meerderheidsopinie van deze zaak dat dit recht gevonden wordt in "penumbras" en "emanations" van andere grondrechten die gerelateerd zijn aan vrijheid.[21] In Nederland is artikel 8 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens van eenzelfde belang als Griswold v. Connecticut. Deze bepaling beschermt burgers tegen inbreuken op hun persoonlijke levenssfeer. Dat voor het genieten van vrijheid dus een sterke bescherming van privacy nodig is, lijkt een gevestigde waarde in het Amerikaanse en Europese recht.

Toch lijkt de Nederlandse overheid deze waarde van ondergeschikt belang te vinden bij straf- en bestuursrechtelijke handhaving. Door het klikken op steeds meer terreinen als instrument te gebruiken zullen burgers zich in toenemende mate zichtbaar voelen voor een onzichtbare macht. Gezien de disciplinerende werking van het panoptische effect is dit een reëel gevaar voor de vrijheid van de Nederlandse burger. Dit maakt het feit dat klokkenluiders onvoldoende beschermd worden nog opmerkelijker. Meer steun voor deze groep zou kunnen resulteren in meer klokkenluiders. Dat zou betekenen dat misstanden vaker en zonder angst voor repercussies kunnen worden aangekaart. Deze weg om handhaving mogelijk te maken lijkt een stuk minder panoptisch omdat er dan geen onzichtbare macht gecreëerd wordt. Een ander belangrijk genoemd nadeel van het klikken is een verlies van het onderling vertrouwen. Door het klikken te faciliteren en klokkenluiders nauwelijks te beschermen marchandeert de overheid met de waarden van privacy en onderling vertrouwen van burgers. Dat lijkt goed voor de handhaving op korte termijn, maar het is twijfelachtig of goed burgerschap hier bij gediend is.


[1] H. Timmerman (2007), Tegendraads. Het relaas van een ex-politie psycholoog, p. 201

[2] E. Lissenberg (2008), afscheidsrede, p. 3

[3] Zie Schuijt, Gerard, Laat de klok maar luiden. En andere korte stukken over vrijheid van meningsuiting, Den Haag, 2004, Boom Juridische uitgevers, p. 26

[4] E. Lissenberg (2008), afscheidsrede, p. 3

[5] M. Bovens (1990), Verantwoordelijk en organisatie: beschouwingen over aansprakelijkheid, institutioneel burgerschap en ambtelijke ongehoorzaamheid, p. 264

[6] E. Lissenberg (2008), afscheidsrede, p. 12

[7] Idem, p. 14

[8] G. Simmel (1908) Aufsatze, abhandlungen, Werke, deel Soziologie, Charlottesville, p. 272

[9] E. Lissenberg (2008), afscheidsrede , p. 7

[10] E. Muller, H. Kummeling, R. Bron (2007), Veiligheid en privacy, een zoektocht naar een nieuwe balans

[11] E. Lissenberg (2008), afscheidsrede, p. 8

[12] Idem, p. 9

[13] LJN: AV4179, Hoge Raad , 01814/05. In dit arrest bepaalde de Hoge Raad dat het instellen van een opsporingsonderzoek na het krijgen van een anonieme tip via Meldlijn M. niet in strijd is met welke rechtsregel dan ook.

[14] M. Akerström (1991), Betrayal and Betrayers. The Sociology of Treachery

[15] A. Nijeboer (2006), Een man tegen de Staat

[16] E. Lissenberg (2008), afscheidsrede, p9

[17] Foucault, (1975) Discipline, Toezicht en Straf, p. 184

[18] Bentham (1843-1859) IV, p. 60-64.

[19] Foucault, p. 277

[20] Idem, p. 183

[21] Supreme Court of the United States (1965), Griswold v. Connecticut

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven