Alan C - Cigarette Factory / Flickr

Verslaafd aan roken en goedkope kleding

Vroeger maakte mijn hart een sprongetje wanneer ik ‘sale’ op de ramen van de H&M zag staan. Ik spoedde mij dan vol verwachting naar binnen om de pareltjes eruit te vissen. Tegenwoordig word ik steevast overvallen door een groot gevoel van moedeloosheid. Het lukt me niet meer me te verlekkeren aan alles wat ik het mijne zou kunnen maken. Mijn oplevingen van koopzucht werden steeds korter en minder lekker en tegenwoordig voel ik me al bij voorbaat vies en fout. Ik zie alleen nog waardeloze dingen; truien die na vijf keer wassen lelijk zullen zijn en broeken die na drie keer dragen lubberen. Lees ik het label, dan zie ik mensen achter naaimachines in een noodtempo steeds dezelfde handelingen verrichten, zie ik het puin van Rana Plaza, hoor ik de niet herkenbare vrouw in de documentaire zeggen dat ze twaalf uur per dag werkt. In een benauwde ruimte. Vaak zeven dagen per week. En dat ze haar kinderen eigenlijk alleen maar slapend ziet.

Mode heeft iets van een verslaving. Hoe daarmee af te rekenen? Misschien met behulp van Allen Carr, de stoppenmetroken-goeroe die in de jaren tachtig furore maakte met een methode die stoelt op het idee dat wie inzicht krijgt in de belachelijkheid van het roken, er zonder enige moeite mee op kan houden. Roken is vies, het levert niets op en als tijdreizen een optie was zou geen enkele roker er opnieuw mee beginnen, zo herhaalt hij steeds. Wie rookt, doet niets anders dan de ontwenningsverschijnselen opheffen die het gevolg zijn van de vorige sigaret. Roken is een keten in stand houden, en de enige manier om die te doorbreken is door niet-roker te worden. De enige vraag die je als aspirant niet-roker daarom moet beantwoorden is: wil ik de rest van mijn leven een roker zijn? Het antwoord is altijd ‘nee’. Kijk naar het totaalplaatje, zegt Carr, en: denk op de lange termijn. Hij herhaalt dit net zolang tot de schellen je van de ogen vallen. In ieder geval, dat is de bedoeling.

Absoluut dieptepunt is de ontdekking dat in de krochten van de klerewereld Fair Wear- label geproduceerd wordt

Zoals ik mijn sigaretten aan elkaar rijg, zo loopt er ook een lijntje van mij naar de fabrieken in Bangladesh, China, Turkije, waar de kleding die ik koop gemaakt wordt. Hoe ver strekt mijn verantwoordelijkheid? Wat moet ik doen? Programmamakers Teun van de Keuken en Roland Duong doken in een nieuwe De slag om… de wereld van de mode in. In het driedelige De slag om de klerewereld nemen ze ons mee in de wereld van de fast fashion, of treffender geformuleerd: de wegwerpmode. Omdat ze ook wel aanvoelen dat de fabrieksbazen in Dhaka, Bangladesh hun deuren niet open zullen gooien voor onderzoeksjournalisten, ook niet na de ramp met Rana Plaza, geeft Van der Keuken zich voor de gelegenheid uit als textielondernemer. Hij gaat langs bij verschillende fabrieken, op zoek naar een producent die voor zo min mogelijk geld zijn sweatshirt kan maken (met daarop in koeienletters ‘Sweat’ en daaronder iets kleiner ‘shirt' gedrukt – wat vreemd genoeg bij niemand argwaan wekt) en stelt en passant de grote problemen aan de kaak. Inkopers zijn nog steeds op zoek naar de laagste prijs en dus wordt in de fabrieken waar de omstandigheden verbeterd zijn sindsdien veel minder geproduceerd. Orders die binnenkomen bij de ‘goede’ fabrieken worden uitbesteed aan onderaannemers die hun personeel graag wat ouder inschatten en niet malen om een brandtrap minder, iets waar inkopers, de grote bedrijven die na Rana Plaza het veiligheidsakkoord tekenden voorop,  als het even kan de ogen voor sluiten. Absoluut dieptepunt is Van der Keukens ontdekking dat in de krochten van de klerewereld – de labelmakerijen, daar waar onmiskenbaar kinderen werken– het Fair Wear- label geproduceerd wordt: het label van een organisatie die zich inzet voor het verbeteren van arbeidsomstandigheden.

We proberen een onstilbare behoefte te bevredigen en hollen door

Verslaving. Verlangens. Beheersing. Ketens. Wat De slag om de klerewereld heel overtuigend laat zien, is dat er sprake is van georganiseerde onverantwoordelijkheid. Consumenten, verkopers, producten en overheid, iedereen wijst naar elkaar. Iedereen maakt deel uit van de keten, maar niemand voelt zich echt geroepen om er iets te veranderen. Aan het einde van de laatste aflevering vraagt Duong aan twee werknemers in een fabriek waar het allemaal wél goed loopt, of zij net zo’n ‘fout’ overhemd zouden willen hebben als hij aanheeft. Daar bedanken ze vriendelijk voor. Samen lezen ze een tekst van Gandhi die aan de fabrieksmuur hangt: ‘The people who are in the mad rush today, increasing their wants senselessly suppose that they are enhancing their importance and real knowledge. A day will come when they will exclaim, “What have we been doing?”’. We lijden aan een mad rush dus, we proberen een onstilbare behoefte te bevredigen en hollen door, blind voor de gevolgen.

Het is moeilijk afrekenen met verslavingen: stoppen met roken doen we liever morgen en de verantwoordelijkheid voor het veranderen van de modewereld schuiven we graag op anderen af. En dus is het enige wat we kunnen doen zo goed mogelijk de ketenen in beeld krijgen die ons in hun greep houden. De catwalk kan niet los gedacht worden van de sweatshop, het model niet van het kind dat de labels maakt voor de confectieversie van de jurk die zij draagt. Dát inzicht, daar draait het om.

Begin bij jezelf, beheers je

De Rotterdamse filosoof Henk Oosterling zei ooit in een interview dat onverschilligheid geen optie meer is omdat we de netwerken waar we deel van uitmaken en de gevolgen van ons handelen steeds beter kunnen overzien. Hij stelt dat we “verwebt” zijn en dat het erom gaat dat we ons rekenschap geven van onze plek binnen dat web. Hij beaamt dat er sprake is van een Eichmann-effect – het kwaad huist in ons allemaal – maar daar moeten we ons niet lam door laten slaan. Cynisme in de trant van ‘het is allemaal verschrikkelijk, maar ja, wat doe je eraan?’ kan dus echt niet meer.

Het paard in de bek kijken, daar draait het om. Al zullen we niet allemaal hetzelfde in die bek zien – ieder zijn eigen plek in het web. Een pasklare oplossing voor een verwebt probleem als onze modeverslaving biedt De slag om de klerewereld dan ook niet. Wel dwingen Duong en Van der Keuken ons om nog eens goed na te denken over onze eigen rol in het geheel. Het is niet voor niets dat zij aan het slot met Gandhi zeggen: begin bij jezelf, beheers je!

Lisa Doeland is filosoof en programmamaker bij het Soeterbeeck Programma van de Radboud Universiteit Nijmegen. Op dinsdag 10 maart zit zij daar de avond ‘Mode voor morgen – tussen expressie en duurzaamheid’ voor.

Gerelateerde artikelen
Reacties
5 Reacties
  • Boeiend onderwerp en goed betoog. De serie van Van der Keuken en Duong had mijn beleving bij het kopen van kleding (wat ik al niet leuk vond) wel zo'n beetje verpest. En je hebt een punt, je kunt in ieder geval besluiten om niet mee te doen aan deze verslaving om elke sale aan te grijpen als smoes voor een broek van 20 euro.

    Helaas gaan kleren ook een keer kapot en moet je dan naar de winkel. Ik had mij de laatste keer voorgenomen om er gewoon naar te vragen: 'Waar komt jullie spul vandaan?'. Tot mijn grote verbazing konden ze me in de winkel precies uitleggen waar mijn spijkerbroek vandaan kwam en welke programma's ze hadden geìnitieerd om het beter te doen op het gebied van milieu en arbeid. Ik was niet de eerste die het vroeg...

    Beheersing is zeker een goede strategie, en verder kun je een hoop bereiken door alleen al te laten zien dat het je als klant iets kan schelen.

  • Oproepen tot consuminderen is even kansloos als protesteren tegen de plaattektoniek.

  • En tegen dat soort cynisme verzet ik me dus met hand en tand. Bovendien staat de suggestie me tegen dat het om een natuurlijk proces gaat. Dat soort redeneringen wordt doorgaans gebruikt om te maskeren dat er wel degelijk keuzes gemaakt worden (hetzij persoonlijk, hetzij politiek). Lekker makkelijk.

  • Met cynisme heeft dat niets te maken. Wel met het besef dat het wel degelijk om een natuurlijk proces gaat (dat wij niet sturen) inderdaad. Dat is een gedachte die je tegen kan staan, maar het is de vraag hoe reëel het is om in weerwil daarvan een niet-natuurlijke instantie te vooronderstellen. Want dat zul je moeten om jouw 'optimistische' pleidooi te kunnen stutten.

  • Gun de kinderen hun spel. Zie hoe aandoenlijk ernstig ze praten, ze verzetten zich 'met hand en tand'. Als het grootkapitaal het opneemt tegen  een rij niet-aaneengesloten melktandjes en een tot een mollig vuistje gebald knuistje (net echt!), is de bedreiging zo nihil, dat het gewoon meespeelt. Tuurlijk ben jij een echte gevaarlijke antikapitalist, tuurlijk is papa bang voor jou.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven