Flickr / 401(K)

Verspeeld krediet

Ze krijgen nationale regeringen aan het beven en ze kunnen banken doen omvallen met één pennenstreek. Hun macht is onvoorstelbaar groot, toch komen rating agencies zelden direct in het nieuws. Laat staan dat ze persberichten uitgeven en een open communicatie onderhouden met de samenleving. Het feit dat antropoloog Joris Luyendijk na tien maanden in de Londonse City slechts één interview met een voormalig werknemer van een kleinere rating agency gepubliceerd kan krijgen is tekenend voor de transparantie in deze branche. Rondom de rating agencies hangt dan ook een onfrisse lucht. De financiële crisis liet zien dat veel van de uitgegeven ratings onbetrouwbaar waren. Om zichzelf vervolgens vrij te pleiten wezen de banken naar de kredietbeoordelaars, die zich op hun beurt beriepen op het gemakkelijke excuus dat ratings maar adviezen zijn. Zij geven waarderingen af op basis van modellen en beschikbare informatie. Hun ratings zijn feilbare schattingen. Geen garanties voor de toekomst. Althans zo luidt hun verdediging.

Dat daar gelaten, hoe verdedigen zij dan het feit dat zij er geen transparante praktijk op na houden? Dat toezichthouders geen inzicht hebben in hun manier van beoordelen? Filosoof en antropoloog Bruno Latour duidde al ver voor de crisis op een indicatie van de problemen met zijn actor-netwerk theory.

Nagenoeg de gehele financiële handel drijft op ratings.

Nagenoeg de gehele financiële handel drijft op ratings. De kredietbeoordelaars vervullen als financiële experts een cruciale rol in de financiële wereld en hun invloed op de machtsverhoudingen, relaties en belangen tussen de grote spelers op de financiële markt is groot gebleken. Thomas Friedman zei al in 1996: “There are two superpowers in the world today in my opinion. There’s the United States and there’s Moody’s Bond Rating Service.”

Nagenoeg de gehele financiële handel drijft op ratings. Maar wat is een rating überhaupt? Spelers op de financiële markt hebben een kijkje in de keuken bij elkaar nodig om te weten of ze op betrouwbare wijze met elkaar in zee kunnen. Deze beoordeling besteden ze uit aan rating agencies. Geef jij mij een cijfertje over hoe betrouwbaar mijn financiële buurman is, dan hoef ik zelf niet over de heg te koekeloeren of het zelf uit te zoeken door gewoon met hem te gaan praten. Maar kredietbeoordelaars bieden paradoxaal genoeg voorspellingen aan, die eerder op after-the-fact correcties dan op wetenschappelijk, voorspellend vermogen zijn gebaseerd. Rating bureaus kunnen dus niet een uiteindelijke verantwoordelijkheid overnemen over hoe betrouwbaar je financiële buurman is.

En toch wordt daar vanuit gegaan. Want ook al bleken de ratings niet betrouwbaar, men is er simpelweg afhankelijk van geworden. Banken, toezichthouders en overheid hebben de afgelopen decennia veel expertise uitbesteed om de steeds complexere financiële producten te laten beoordelen. Daarmee was men van de verantwoordelijkheid af. Een extern keurmerk overtuigt nu eenmaal meer.

Die duurbetaalde beoordelingen werden in toenemende mate door een handjevol bureaus gedaan. De machtspositie van deze bureaus werd daarmee sterker en sterker. De rating agencies, die zelf geen enkel risico liepen en nauwelijks controleerbaar te werk gingen, konden in feite beweren wat ze wilden. Niemand die hun methodes onderzocht, niemand die hun werk kritisch wetenschappelijk bekeek. De financiële partijen verloren inschattingsvermogen in de risico´s van hun eigen producten. Laat staan dat hun klanten daar nog zicht op hadden.

Latour zou niet per se kijken naar de onwetenschappelijkheid van ratings (die is overduidelijk aanwezig), maar naar de belangen die erin meespelen. Zijn ratings objectieve beoordelingen? In hoeverre spelen bij een advies de belangen van de klant mee? Als banken om een rating vragen met betrekking tot een bepaald financieel product, doen ze dat vaak omdat ze dat product willen doorverkopen aan een derde. Het interesseert de banken daarbij niet zozeer dat er een gedegen keurmerk op staat maar dat er een gerenommeerd keurmerk op staat.

Een rating zou op Latouriaanse wijze beschouwd kunnen worden als een wetenschappelijke uitspraak (de technische analyse die beoordelaars doorvoeren) en een conventie (hetgeen zij als uitspraak verkopen) in één. Hij acht het van belang dat we een onderscheid maken tussen het wetenschappelijk proces en het resultaat ervan. Door de translatie van verscheidene sociale en economische factoren naar een rating wordt de kredietbeoordelaar woordvoerder van velen. De overtuigingskracht van zijn uitspraken wordt versterkt door veel dezelfde uitspraken op één lijn te brengen: een land dat welvarend is bij een florerende vrije markt, krijgt een hoge status. En tegelijkertijd dwingt een kredietbeoordelaar interesse af omdat zij het middel in handen hebben die voor transacties op die markt nodig zijn. “Interests can be constructed”, zegt Latour.

De rating agencies creëren hun eigen receptie van ‘geloofwaardigheid’ door alleen landen die al aan hun criteria voldoen de mogelijkheid te geven om een zekere mate van economische en dus politieke macht te verwerven. Een land met een AAA status kan goedkoper geld lenen op de markt dan landen met een lagere rating. Het verlagen van een status kan een land direct in de problemen brengen.

Toch zijn de relaties tussen partijen op de financiële markt afhankelijk gemaakt van de toebedeelde ratings. Netwerken in deze sector verlopen via de kredietbeoordelaars. In filosofisch jargon: Deze uitspraken worden verabsoluteerd en als een eindoordeel over de economische positie van het land gezien.

De rating agencies creëren hun eigen receptie van ‘geloofwaardigheid’ door alleen landen die al aan hun criteria voldoen de mogelijkheid te geven om een zekere mate van economische en dus politieke macht te verwerven.

Latour poogde ons met zijn Actor-network theory al voor de crisis bewust te maken van de belangenverstrengeling en de relaties tussen wetenschap en samenleving. Waar financieel, economisch en sociaal zoveel blijkt af te hangen van het oordeel van enkele instanties, mag de samenleving vragen om zorgvuldigheid, objectiviteit en transparantie.

De Europese toezichthouder op de financiële markten, de ESMA, wil dat kredietbeoordelaars meer openheid van zaken geven over hun ratings, niet alleen aan Joris. Ook zouden financiële partijen zoals pensioenfondsen meer kennis moeten opbouwen om ook een eigen inschatting van risico's te maken. Latour’s advies zou luiden dat we beter inzicht in de functie, het product en vooral de positie van een rating agency moeten verschaffen, om te voorkomen dat financiële spelers hun eigen verantwoordelijkheid ontlopen en de uiteindelijke schade afwentelen op de samenleving. De financiële heren wonen nu nog allemaal in hetzelfde straatje en zijn allemaal aan de huisleverancier - de  kredietbeoordelaar - gebonden geraakt, ook al is lang duidelijk dat hun betrouwbaarheidsproduct volkomen onbetrouwbaar is.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • True that.

    en daar komt nog bij dat rating agencies

    1. niet genoeg mensen in dienst hebben om het veel te brede palet financiele producten te raten

    2. minder slimme mensen in dienst hebben dan de gemiddelde wall street bank, ze begrijpen de geavanceerde producten dus vaak niet eens

    3. hun ratings inderdaad vaak baseren op resultaten in het verleden, terwijl er in het geval van 3/4 van de producten geen 'verleden' is omdat ze gloednieuw zijn.

     

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven