Flickr / Frank Friedrichs

Versterkt dit ECB-beleid de economie wel? (1)

De Europese Centrale Bank (ECB) wil de Europese economie versterken door een programma van ‘quantitative easing’. Iedere maand zal de ECB voor een waarde van 60 miljard euro aan financiële activa (zoals leningen, aandelen en obligaties) opkopen van financiële instellingen in Europa. Het is terecht dat de ECB radicale stappen zet om iets te verbeteren aan de zorgwekkende staat van de Europese economie. Of quantitave easing de oplossing vormt voor de huidige problemen is echter verre van duidelijk. Het instrument is nieuw en de uitwerking is vooralsnog onbekend. Wellicht biedt meer direct ingrijpen in bedrijvigheid en koopkracht meer kans op substantieel en duurzaam economisch herstel.

Al raken we er misschien aan gewend, dit zijn schokkende cijfers

Met quantitative easing wordt momenteel verwezen naar het door de ECB aankopen van financiële assets van Europese financiële instellingen. Een pensioenfonds zoals het ABP, het pensioenfonds voor alle ambtenaren, kan zo bijvoorbeeld een deel van haar Nederlandse, Duitse of Franse staatsobligaties verkopen aan de ECB. In plaats van rente-inkomsten uit de partij obligaties krijgt het ABP dan de geschatte waarde van de obligaties uitbetaald door de ECB. Dit biedt het ABP, of welke financiële instelling dan ook, direct liquide ruimte in de vorm van geld op de rekening. Een duidelijke uitleg hiervan is onlangs gepubliceerd op het onvolprezen weblog Follow the Money.

De ECB zet dit programma in werking om de Europese economie te stimuleren en om de dreigende deflatie tegen te gaan. Plat gezegd houdt deflatie in dat het algemene prijsniveau in de Europese economie daalt, en dat een euro iedere week meer waard wordt. Het gevaar hiervan is consumenten hun aankopen uitstellen en bedrijven hun investeringen – over een maand zouden ze immers meer kunnen krijgen voor hun geld. Zo kan een economie langdurig stagneren en een negatieve loonprijsspiraal ervaren die een ieder tot bankroet brengt.

Door iedere maand voor een waarde van 60 miljard euro aan financiële activa op te kopen, hoopt de ECB dat financiële instellingen meer kredieten zullen verstrekken aan Europese bedrijven. Bedrijven kunnen met die kredieten weer gaan investeren, hetgeen goed zou zijn voor de bedrijvigheid, de werkgelegenheid en voor de ontwikkeling van de koopkracht. Op deze manier gaat via financiële instellingen meer geld tussen bedrijven en consumenten heen en weer, en zo poogt de ECB deflatie te voorkomen. Een verdere daling van prijzen en lonen zou elkaar immers toenemend versterken tot op het punt dat niemand meer voldoende geld verdient en de Europese economie volledig stagneert.

Quantitative easing heeft zich nog geen oplossing getoond voor deflatie voortvloeiend uit vraaguitval

De ECB kiest ervoor de Europese economie te stimuleren, omdat die maar niet lijkt te herstellen van de klappen uit 2007 en 2010. Het werkeloosheidspercentage in de EU schommelt al jaren rond de 11 procent, en de jeugdwerkloosheid rond de 25 procent. In sommige landen in Zuid-Europa is de jeugdwerkloosheid hoger dan 50 proecnt. Al raken we er misschien aan gewend, dit zijn schokkende cijfers. De economische groei die de banen zou moeten genereren waarmee deze cijfers omlaag kunnen, is al jaren te laag en in sommige lidstaten, zoals Nederland, praktisch afwezig.

Het is echter de vraag of quantitative easing tot de groeicijfers zal leiden die nodig zijn. Het is een nieuw instrument waarvan de precieze uitwerking nog onbekend is, en waarbij de ECB moet vertrouwen op gedrag van financiële instellingen over wie zij geen controle kan uitoefenen. Wellicht biedt meer direct ingrijpen in bedrijvigheid en koopkracht meer kans op economisch herstel.

Quantitative easing werd voor het eerst toegepast in 2001, toen de Bank of Japan overging tot het opkopen van staatsobligaties van Japanse financiële instellingen om de economie aldaar uit het slop te trekken. Vanaf 2007 is een vorm van quantitative easing toegepast in de Verenigde Staten, in het Verenigd Koninkrijk en in de Eurozone, door rentestanden te drukken met als doel om kredietverstrekking van banken aan bedrijven te stimuleren. Terwijl het er in de VS en in het VK naar uitziet dat de verlaagde rentestanden inderdaad de bedrijfsinvesteringen hebben aangemoedigd, lijkt dat effect zowel in Japan als in de Eurozone moeilijker te verwezenlijken.

Dit heeft alles te maken met de aard van de moeilijkheden waarin deze economische systemen zich bevonden. In de VS en het VK vond de economische malheur haar oorsprong in een tekort aan geld in de economie doordat een groot deel ervan verdampt is tijdens de credit crunch. In Japan en Europa lijkt de malaise haar oorsprong te vinden in vraaguitval door toegenomen schulden en door lastenverzwaring, uitmondend in een loon-prijsdalingspiraal met een zeer moeilijk te bestrijden deflatie als gevolg. Zoals de gouverneur van de Bank of Japan recentelijk, na twee decennia stagflatie, het Japanse bedrijfsleven sommeerde haar significante financiële reserve toch eens te investeren en zo de Japanse werknemer in staat te stellen haar rol als consument te vervullen, zo zou ook de ECB tegen het probleem aan kunnen lopen dat de liquiditeitsruimte die zij de financiële sector biedt niet wordt benut om de Europese vraaguitval te adresseren.

Of het door de ECB te implementeren programma van quantitative easing de Europese economie zal helpen is dus zeer de vraag. Het programma zal lopen van 1 maart 2015 tot in ieder geval september 2016. Ondertussen doen beleidsmakers er verstandig aan te memoreren dat quantitative easing zich nog geen oplossing heeft getoond voor deflatie voortvloeiend uit vraaguitval. Immers, de laatste keer dat dit economisch verschijnsel zich op grote schaal voordeed, was tijdens het Interbellum. Enkel de immense overheidsuitgaven die gepaard gingen met de Tweede Wereldoorlog en het herstel daarvan bleken de vraaguitval te remediëren en een voedingsbodem te bieden voor een periode van economische groei.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven