Pink Floyd - Another Brick In The Wall (still uit video)

Via beter onderwijs naar een betere democratie

Vandaag beginnen de eindexamens, duizenden leerlingen maken de toetsen als sluitstuk van jaren onderwijs. Hoe staat het met dat onderwijs? De Groene Amsterdammer publiceerde onlangs een speciale en dubbeldikke onderwijsuitgave. 120 pagina’s opinie in een notendop: de richting waarin het onderwijsbeleid in Nederland zich beweegt lijkt verkeerd. Goede voorbeelden en mooie initiatieven daargelaten: de werkvloer klaagt. Is de klaagzang terecht en wat kunnen we er tegenover stellen?

The Economist wijdde al eerder een serie artikelen aan het Zuid-Koreaanse onderwijssysteem, dat zowel inspirerend als intimiderend zou zijn. Inspirerend, want het levert waanzinnige resultaten, hoge posities op alle internationale lijstjes en schijnbaar perfect getrainde leerlingen op. En terwijl de Koreaanse economie de afgelopen decennia verzeventienvoudigde (!), ontwikkelde het onderwijs zich tot wereldtop en rolmodel. Maar het is ook intimiderend: de selectiemechanismen zijn hard en leiden tot grote ongelijkheid, tot grote verschillen die worden bepaald door mogelijkheden. Kan ik wel of kan ik geen privéschool betalen voor mijn kind?

In een onderwijsdoctrine gericht op economische groei is geen ruimte voor kunst of mondige burgers.

Het Koreaanse model is dus volgens velen niet alleen een hippe trend, maar ook problematisch. Er voltrekt zich, zo stelde Martha Nussbaum in haar boek ‘Not for Profit’, een stille crisis waarin het onderwijs wordt uitgehold en toegespitst op economisch relevante en toetsbare eenheden. Een crisis waarin de ‘opbrengstgerichte’ onderwijspolitiek ons volgens Nussbaum ver af drijft van de kern: ‘het opleiden van kritische en mondige burgers.’ Het boek is het best te lezen als een pleidooi. Voor de kunsten, voor kritisch denken, voor de geesteswetenschappen en voor activerend onderwijs gericht op een vitale democratie. En tegen een onderwijsvisie die economisch gedreven is.

Want in een (Koreaanse) wereld die gericht is op economische groei en waarin de daarop gerichte onderwijsdoctrine overheerst is geen ruimte voor kunst (dat is voor de elite), is geen ruimte voor mondige burgers (die zijn lastig) en moeten scholen vooral worden vergeleken en afgerekend op output. Dat deze visie ook wordt gedeeld in het Nederlandse onderwijsveld blijkt na lezing van de grote hoeveelheid ‘brieven van het front’ in de Groene Amsterdammer van afgelopen week. De focus ligt in dit economisch onderwijsdenken te veel op toetsen.

Het meest fundamentele bezwaar tegen de toetstsunami is de daaruit volgende ongelijkheid. Zuid-Korea leert ons namelijk dat toetsen alleen informatief is wanneer alle leerlingen evenveel tijd kunnen besteden aan de voorbereiding. Zo niet, dan meten we slechts wie de meeste uren in de voorbereiding stak, of wie de beste privé-docent had. Die kwantiteit en kwaliteit van voorbereiding is door toenemend ongelijk verdeelde middelen steeds oneerlijker verdeeld. Een inzicht dat Zuid-Korea onlangs deed besluiten ‘leren buiten school’ te verbieden, om kinderen in hun doorgeslagen 'race to the top' te beschermen voor overijverigheid. Speelt dit probleem ook in Nederland? Zeker, Ook hier tieren CITO-trainingsbureaus welig en gaan de best bedeelde leerlingen op extra examentraining in Leiden (á raison de 350 euro per dag).

Hoe vaak vragen leerlingen niet 'of het voor een cijfer is'.

Wanneer leerlingen merken dat toetsen uiteindelijk allesbepalend zijn en ze opgroeien in permanente competitie, is dan slecht voor hun intrinsieke motivatie, maar ook voor hun sociale vaardigheden. Het is altijd maar ‘leren voor de toets’, in competitieve sfeer. De symptomen zijn herkenbaar: hoe vaak vragen leerlingen niet of 'het voor een cijfer is'. En geef ze eens ongelijk, mijn medestudenten deden het ook, aan ‘de universiteit’ nota bene.

En als docent focus ik me ook op toetsen. De eindexamencijfers van de school waarop ik werk worden immers vergeleken met die van alle vergelijkbare (sic) scholen om ons heen en de inspectie kijkt naar juist deze cijfers bij het uitdelen van de kwalificaties ‘zwak’, ‘basis’ of ‘excellent.’ Ouders kiezen voor een school met hoge scores en een goed certificaat. Scholen investeren minder in de moeilijke leerlingen om die scores op te krikken, en scholen met hoge scores zijn weer populair bij ouders. Het is een vicieuze cirkel. Zo leidt een doorgeschoten toetscultuur dus niet alleen tot ongelijkheid onder leerlingen, maar ook tot verkeerde incentives bij scholen.

Het probleem met excellentie- en selectievoorstellen is vooral dat ze niet zullen leiden tot betere leerlingen.

Desondanks moet en zal ‘Nederland terug naar de PISA top vijf’, stelden Dekker en Bussemaker onlangs. We gaan vrolijk de concurrentie met Zuid-Korea, HongKong en Singapore aan. Hoe? Er wordt gedacht aan toptalent certificaten, beurzen voor de beste leerlingen en scholen worden uitgedaagd excellentiestickers te verdienen. En er komt een extra rekentoets, aan het einde van klas 3. Het lijkt rechtdoor op de verkeerde weg te zijn. Want het probleem met deze excellentie- en selectievoorstellen is vooral dat ze niet zullen leiden tot betere leerlingen. In plaats daarvan zullen ze resulteren in leerlingen die nóg meer dan nu gefocust zullen zijn op toetsen en slechts zullen trainen om hoge scores te halen. Maar de kritisch betrokken burgers die Nussbaum zo mooi beschrijft? Het is maar de vraag of ze dat zullen zijn.

In tegenstelling tot focussen op toetsen en excellentie zal het onderwijs leerlingen veel meer moeten opleiden tot onafhankelijk denkers. Leren leren en leren denken zijn vaardigheden die lastig te toetsen zijn en daarom in toetsgeilheid snel ondersneeuwen. Toch zijn het hulpmiddelen bij het leven van een volwaardig leven en vaardigheden die passen bij de 21e eeuw. Hierbij hoort ook een andere verantwoordelijkheid van scholen: meer in gesprek met ouders en betrokkenen, minder proberen te scoren voor de inspectie.

Laat het onderwijs dus doen wat het moet doen en wat het wil doen: leerlingen in een sociale gemeenschap en in een actieve leeromgeving uitdagen het beste uit zichzelf te halen. Dat leidt, zo lezen we bij Nussbaum, niet alleen tot leukere en beter toegeruste leerlingen, maar verstevigt ook de basis van onze democratie.

Gerelateerde artikelen
Reacties
2 Reacties
  • Een prima betoog dat ongetwijfeld veel weerklank vindt onder velen in het onderwijs en daarbuiten. De stelling is duidelijk: veel van de kwaliteiten van onderwijs zijn niet gemakkelijk uit te drukken in cijfers en de werkelijke waarde van onderwijs is veel 'integraler' dan een eindexamen.

    Helder, en de vervolgvraag ligt natuurlijk op de loer (volgens mij heb je hem zelfs wel eens wederzijds gesteld): wat moeten we dan nu? Laten we de vraag maar eens een keer niet open laten en gewoon beantwoorden. Docenten en leerlingen moeten onafhankelijker worden van externe toetsing en het terreur van de indicatoren, dat is het doel. Prima, dan moet je ook sterk blijven als een beetje variatie de slagingspercentages af en toe doet schommelen en gewoon doorpakken op wat je denkt dat wel goed is voor het onderwijs.

    Wat nu als een flink handjevol middelbare scholen bij de invoering van de aanstaande rekentoets in drie vwo, of een belachelijk Cum Laude diploma aan het einde van de zesde gewoonweg weigeren. Verklaar en bloc dat dit klinkklare onzin is en ga verder met de orde van de dag. Of doe er een schepje bovenop (a la Nussbaum) en organiseer een wiskundefestival voor alle niveaus en laat zien dat het nieuwe paradepaardje van het CITO nutteloos is in het aangezicht van leerlingen die lol hebben met een (moeilijk) vak.

    Waar ik op doel is dat wanneer je weet dat iets (bvb. meer summatief toetsen) niets oplost, je er ook niet in mee moet gaan. Ga nu eens niet naar het malieveld om te mieren over 1040 of 1060 uur, maar pak actief door en laat zien wat dan wel werkt. Zoek de vrijheden in de onderwijswet op en maak werk van het democratiseren en mondig maken van leerlingen. Een beetje burgerlijke ongehoorzaamheid kan geen kwaad.

  • De oplossing is nu eindelijk eens het eeuwenoude verlichtingsvooroordeel dat onderwijs alles vermag en dat keer op keer gelogenstraft is, van ons af te schudden en onderwijs voor te behouden aan hen die een sterke wil tot weten aan de dag leggen, iets wat al op prille leeftijd valt waar te nemen. Ook lezen en schrijven moet worden voorbehouden aan een elite. Nog veel erger dan analfabetisme is namelijk halfgeletterdheid, wat heden ten dage de norm is. De rest is schapenhoederij.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven