Viermaal Raapgaarde!

I.

met nog

het tinnef

op zijn kloffie

 

vraagt-ie

doodleuk

aan de rechter

 

om de

erfdienst-

baarheid

 

op de pruim

van zijn

dienstmeid

 

de rechter

op zijn beurt

nog dronken

op de zetel

 

de ketel

de pot

 

snoert de vlerk

de smoel

 

want die pruim

was hem zelf

een genot

II.

Eén

Een woord

Niet te vinden

 

Een waas

De manie de

Waas der blinden

 

Een oog

Het rolt

Rolt de steken vanachter het glas

De bron, de streken

 

Een mens het

Haast en raast

 

De mens het haast

En raast gebreken

III.

museumplein

of ander gat

 

appie in

appie uit

 

langs het schap

het duurst gejat

 

roltrap op

roltrap af

 

totdat ik –

en wel slechts

één keer –

 

het afrekenen

vergat

IV.

groot alarm

het licht gaat uit

een oefening te sterven

 

naakt –

handen gevouwen, ogen toe –

leg ik mij te rusten

voor even, eeuwig

 

het plafond staart

mij nu aan

 

in stof en dal

profiel van mijn

bestaan

 

door stof en dal

en ben ik mijzelf

vooruit gegaan

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven