Flickr / Clement 123

Voorbij de bifurcatie

“The only true God, the only real God, is the God of Meat!”

Dit is een uitspraak van de antagonist in de serie The Preacher van AMC. De antagonist is door de protagonist, de dominee, overgehaald om in God te gaan geloven. De dominee hoopte dat het aanzien van zijn kerkje zou stijgen op het moment dat de meest fervente atheïst zich zou bekeren tot het theïsme. De dominee had over het hoofd gezien dat zelfs een atheïst met een materialistische inslag al een God aanbidt: de God van het vlees.

De geschiedenis van de westerse wijsbegeerte wordt geplaagd door een dualisme, een fundamenteel onderscheid tussen deze twee godsbeelden: de God van de Geest en de God van het Vlees. Dit dualisme is ook zichtbaar in beschrijvingen van de natuur, stelt Alfred North Witehead. Whitehead is een filosoof uit de twintigste eeuw, die door Latour in 2004 is aangeduid als de belangrijkste denker van de eeuw en door Shaviro omschreven als de vergeten Heidegger. Een filosoof die eerst logica, analytische filosofie bedreef, en daarna de overstap heeft gemaakt naar continentale filosofie. De filosoof die streed met Einstein om een theorie over de zwaartekracht. Het is deze Whitehead, die de genoemde tweedeling de ‘bifurcatie’ van de natuur noemde.

Bifurcatie is de splitsing of deling van iets in twee takken

Bifurcatie is de splitsing of deling van iets in twee takken, aldus Encyclo. Ik zal de bifurcatie aanwijzen in de verschillende stadia van het westerse denken, aantonen waarom die steeds een probleem opwerpt. Daarna zal ik bespreken hoe het zogeheten ‘speculatief realisme’ een oplossing opteert voor dit probleem, en wat deze oplossing betekent voor ons dagelijks handelen.

We beginnen bij de presocraten. Parmenides vraagt ons om te constateren dat alleen ‘wat is’ ‘kan zijn’, en dat ‘wat niet is’ ook niet ‘kan worden’. Maar, “πάντα ῥεῖ” stelt vervolgens Heraclitus: alles stroomt en alles verandert. De strijd tussen Heraclitus en Parmenides luidt de langdurende strijd in tussen verandering en stasis, het Worden en het Zijn, de Natuur en de Geest.

De scholastiek, de middeleeuwse filosofie, heeft deze splitsing uitgewerkt tot de zogeheten onto-theologie: scholastici maakten een splitsing tussen metafysica generalis en specialis. De generalis hield zich bezig met ‘het zijnde’, de specialis stortte zich op de reflectie van dat ene Zijn wat zo volmaakt Zijn was, dat het wel God moest zijn. Alles wat niet het Zijn was, was een afzwakking van dat Zijn: een zondig, gebroken bestaan in verhouding tot de Ultieme Perfectie. Hier was de koppeling er tussen Geest en Zijn en tussen Vlees en Imperfectie.

Een zucht van Verlichting brak aan met het Cartesiaanse denken

Een zucht van Verlichting brak aan bij de introductie van het Cartesiaanse denken. Hier was geen scheiding meer tussen God en Natuur, maar tussen Geest en Natuur. Het cogito ergo sum werd als adagium verheven en het cogito stootte God van de troon. Niet langer was het God die tegenover de mens kwam te staan, maar het menselijke denken dat tegenover de menselijke zintuigen stond. Rationalisme versus empirisme. Het dualisme van res cogitans en res extensa: de bifurcatie wordt hier geenszins doorbroken.

De Franse filosoof Quentin Meillassoux heeft in zijn After Finitude (2006) de diagnose gesteld dat de twintigste eeuw geplaagd wordt door het correlationisme, de koppeling tussen Denken en Zijn. Ik ga mee in zijn analyse, en voeg eraan toe dat die impliceert dat de twintigste eeuw ook geplaagd wordt door bifurcatie. Denken versus Zijn, wederom een onderscheid. Het denken wordt door de copula, het koppelteken, het is-teken voortgedreven, en dat is-teken verwijst iedere keer naar hetzelfde. De neiging van veel denkers is dus om toch weer terug te gaan naar het onderscheid; wie kan ze dat kwalijk nemen? Denken is voor een groot gedeelte het maken van onderscheid, het analyseren van begrippen, het aanwijzen hoe dingen verschillen van elkaar. Te veel wordt echter gedacht dat deze onderscheidingen ook in de werkelijkheid bestaan.

Het is echter de taak van de filosofie om constant te wijzen op de manieren van denken, de wijzen waarop het denken zelf nog altijd kampt met vooronderstellingen. Wat ik hier aan het doen ben, is wijzen op de manier waarop het denken in de afgelopen eeuw te kampen heeft gehad met dualistische opposities. Ik ben me ervan bewust dat een denker als Derrida, de hoeder van het postmodernisme, dit ook heeft gedaan. En hoewel het voor mij een schrikbeeld is om de connectie met de werkelijkheid zo erg te overdenken dat de werkelijkheid er enorm obscuur van wordt, moet met Derrida gezegd worden dat de werkelijkheid obscuur is, imperfect en altijd veranderend.

Als ‘dingtivist’ zeg ik dat de uiting ‘dit is een computer’ nu waar is

Om aan te tonen dat bifurcatie een probleem is, zal ik nu naar voorbeelden grijpen. Ik zit hier te schrijven achter de computer. Als jullie platonisten zijn, is de computer geen computer, omdat de computer ideëel is. Als jullie kantianen zijn, dan ontsnapt de computer aan de ervaring en zie je de computer niet. Als jullie fenomenologen zijn, dan zien jullie de computer, maar denken: wat is die computer? Wat ik zeg, als, om op de zaken vooruit te lopen, ‘dingtivist’, is dat de uiting ‘dit is een computer’, nu waar is, hier en nu, op dit moment, op het moment dat ik naar de computer wijs. Die computer is op dat moment daadwerkelijk een computer, wat dat ook moge betekenen. Het betekent ook dat deze computer en deze muis een ding zijn, misschien zelfs benoembaar als ding. Wat ik bedoel, is dat het Zijn univoque is, een-gestemd, en niet meerduidig of equivoque.

De bifurcatie is een probleem omdat zij niet onderschrijft dat het Zijn maar één stem heeft. Maar de stem is hetzelfde op alle momenten; het daadwerkelijke probleem is dat niet iedereen de stem van het Zijn verstaat. Anders dan platonisten, kantianen, en fenomenologen onderken ik, als dingtivist, dat er geen werkelijkheid ‘achter deze werkelijkheid’ ligt. De werkelijkheid is nu, hier, straks, later, net, even, op een moment, dan, daar, dit, en zo verder: het uitgangspunt van flat ontology, platte ontologie. De Mexicaans-Amerikaanse filosoof Manuel DeLanda heeft de notie van platte ontologie geïntroduceerd en voor verschillende denkers binnen het ‘speculatief realisme’, bijvoorbeeld de Amerikaanse filosoof Graham Harman, die de roerganger is van de inmiddels populaire ‘object-oriented ontology’, en de Franse filosoof Tristan Garcia, wiens werk op het moment naar het Nederlands wordt vertaald, geldt platte ontologie als uitgangspunt.

De vraag blijft op welke manier de dingen ‘hetzelfde’ zijn

Voor mij betekent platte ontologie niet alleen een zuiver abstract theoretisch spel met begrippen. Voor mij is platte ontologie de grondaanname van alles wat ik zeg, en alles wat ik doe. Het is de verplichting die de wereld mij aanreikt om constant te denken in termen van ‘hetzelfde’. De vraag blijft op welke manier de dingen ‘hetzelfde’ zijn. Ik wil nu de hypothese aandragen dat elk ding, wanneer je het een uitdrukking probeert te geven, alsnog aan ons ontsnapt. Niet omdat het ‘ergens anders’ is, maar omdat zelfs ik als ding aan mezelf ontsnap. Alles is altijd alles en mogelijk nog meer. Harman, naar wie ik al eerder verwees, heeft naar aanleiding hiervan de term ‘sceptisch realisme’ in het leven geroepen. De term wijst erop dat ook de fouten die ik in mezelf zoek, waarschijnlijk ook in dat zijn ‘daar’ bestaan, omdat ik een ding ben en dat ding ‘daar’ ook.

Wat ik hier presenteer is niet alleen een heroverweging van de ‘mogelijkheidsvoorwaarde’ van wetenschap of filosofie, maar zelfs een heroverweging van de mogelijkheidsvoorwaarde voor het bestaan, als ding ­– dat optimaal profiteert van de kennis die het heeft als ding. Het is de taak van ontologie, de taak van filosofen, om vanuit deze uitgangspositie expliciet te maken wat er huist in de wereld van de dingen. Daarbij moeten zij altijd erkennen dat wat ik zeg, wat ik doe, beperkt is – niet geldig voor altijd, zelfs vervlogen op het moment dat ik het zeg.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • "en wat deze oplossing betekent voor ons dagelijks handelen."

    Je gaat hier niet echt op in. Kan je nog uitleggen op wat voor wijze je voorstel invloed heeft op ons dagelijks handelen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven