Flickr / Minister-president Rutte

Voorbij de hufter

GeenStijl vierde onlangs zijn tienjarig bestaan. Een decennium waarin eens in de zoveel tijd een relletje uitbrak over de journalistieke mores die het weblog – en later ook televisieomroep PowNed – hanteren. De mediaproducenten zouden hufterig en nihilistisch zijn. Toch is die lezing te simpel. Dit tweeluik neemt je mee in een kleine terugblik om te laten zien waarom.

Het was geen mooie dag voor socioloog Bas van Stokkom. Hij werd ondervraagd door Rutger Castricum, die verhaal kwam halen omdat de academicus in zijn laatste boek de verhuftering van de samenleving besprak – met GeenStijl als proefstuk. Wat volgde was een prachtig en pijnlijk stukje tv, want Van Stokkom kreeg de ongetwijfeld complexe uiteenzetting in zijn boek in het heetst van de strijd niet opgesomd. Sterker nog: de wetenschapper kon geen enkel steekhoudend voorbeeld noemen. “Ik heb uw site en omroep nooit goed bestudeerd”, geeft hij uiteindelijk maar toe tegenover de glunderende journalist. Schoorvoetend loopt hij weg van de camera, waarna Castricum de definitieve klap verkoopt: “Geven we niet even een hand, hufter?”

Het is duidelijk dat we met een simplistische analyse over fatsoen en diens tegenpool, verhuftering, de plank volledig misslaan.

De sociale wetenschap zoekt nu al tien jaar naarstig naar manieren om de morele rol van nieuwe journalistieke producten als GeenStijl en PowNed te duiden. De mislukte kans op valorisatie van Van Stokkom daargelaten, is dat zoeken naar duiding zeer terecht: goede journalistiek en goede sociale wetenschap hebben, antropologisch gezien, nogal wat met elkaar gemeen. Het is evenwel duidelijk dat we met een simplistische analyse over fatsoen en diens tegenpool, verhuftering, de plank volledig misslaan. Men krijgt maar moeilijk grip op deze nieuwe spelers in het veld. Ook twee jaar later toen hoogleraar rechtsfilosofie Andreas Kinneging en zijn vrouw, journaliste Naema Tahir, een bescheiden mediarelletje veroorzaakten na een aanvaring met Castricum. Daags na de aanvaring meldden man en vrouw zich bij Pauw en Witteman: men zou een ‘fatsoenscommissie’ in het leven moeten roepen die bepaalt wat wel en niet journalistiek verantwoord is. Ook daarmee werd niets duidelijker over de precieze aard van hun journalistieke project – het was enkel en alleen ‘onfatsoenlijk’. De vraag blijft: van welke retoriek bedienen PowNed en GeenStijl zich eigenlijk, en wat voor morele grenzen gaan daarmee gepaard?

Allereerst is het relevant om een onderscheid tussen de twee omroepen te maken. Want hoewel ze vaak in één adem genoemd worden (zoals in dit essay) gaan ze niet altijd op dezelfde manier om met hun imago. Zo laat GeenStijl zich op het feit voorstaan dat ze ‘nodeloos kwetsend’ zijn. Kwetsen is hier een ideologisch project, een geuzentitel. De betekenis van woorden als ‘kwetsend’ en ‘tendentieus’ wordt daarmee van een andere lading voorzien. De Russische literatuurcriticus Mikhail Bakhtin noemde dat resignificatie: een manier om bepaalde termen van een nieuwe betekenis of connotatie te voorzien. Niet alleen het woord ‘kwetsen’ wordt ideologisch op zijn kop gezet – misschien nog wel belangrijker is het woord ‘hufter’. Zo was er in 2010 het omstreden Hufter Manifest (een van de weinige stukken die niet op het weblog geplaatst werden door een enkele redacteur, maar door de ‘redactie’ in totaliteit) waarin op klassiek Nietzscheaanse wijze wordt afgerekend met de slavenmoraal van nederigheid, medelijden en vergeving, ten bate van de herenmoraal van assertiviteit, edelheid en nut. “Fatsoensterroristen willen iedereen binnen de hekken van hun moralistische weiland houden, hufters zijn de mensen die over het hek heen springen om de wildernis te verkennen.”

Uit de antwoorden van de twee journalisten blijkt een professionaliteit en oprechtheid die hen nogal eens wordt ontzegd.

PowNed maakt natuurlijk gebruik van dezelfde omkering – de wijze waarop Castricum Van Stokkom in zijn hemd zette maakt deel uit van die omkering. Maar de omroep neemt nu en dan ook een andere positie in. De kwalificatie van hufterigheid wordt dan niet omgekeerd maar aangevochten – en niet alleen bij Tahir en Van Stokkom. In een uitzending van Je mist meer dan je ziet op 16 maart 2011 werden de frontmannen van PowNed, Dominique Weesie en Rutger Castricum, geïnterviewd door Van Nieuwkerk. Weesie, de oprichter van GeenStijl en PowNed, gaf een aantal voorbeelden aan waarvan hij vond dat ze uit de bocht waren gevlogen. “We balanceren op de grens, soms ga je daar overheen. Dan moet je dat durven erkennen.” Ook Castricum baalde naar eigen zeggen van bepaalde misstappen. “Maar daar heb ik dan ook wel drie dagen last van.” Uit de antwoorden van de twee journalisten, waar duidelijk afstand genomen wordt van de ironische positie, blijkt een professionaliteit en oprechtheid die hen nogal eens wordt ontzegd. Ze gaan op complexere wijze om met de aantijgingen van hufterigheid dan de meeste analyses doen vermoeden. En de sociale wetenschap zou er goed aan doen om dat te bemerken, in plaats van te blijven steken in binaire opposities.

Lees hier deel 2: welke fatsoensnormen hanteren GeenStijl en PowNed?

Gerelateerde artikelen
Reacties
17 Reacties
  • tsja het is riooljournalistiek.

    ik zie het als een soort van ramptoerisme.

    het is een heel simpel concept.

     

     

  • Mooi stuk

  • Vermakelijk blogje. Volgend mij neigt je politieke voorkeur naar rood.

  • ...

    Geenstijl mag dan eenzijdig zijn, u doet dat ook. Dat maakt u niet beter.

  • Dead Silence,

    Wat een gejank van de zoveelste betweter of wereldverbeteraar. Ga een fatsoenlijke opleiding volgen.

  • Veel woorden om vast te stellen dat GeenStijl en PowNed uniek en heel goed zijn.

  • Precies de reden waarom ik toch redelijk frequent GeenStijl lees. Naast gewoon nieuwsstukjes, rijkelijk voorzien van relevante links, worden ook de mensen aangepakt die het mijns inziens verdienen. Mensen die in een hele andere categorie van onfatsoenlijk vallen dan de schrijvers van de cynische stukjes. Ik denk dan aan asocialen (waar niemand wat van durft te zeggen), criminelen (die niet opgepakt worden), liegende of incompetente politici, zichzelf verrijkende graaiers (in de publieke sector), en politieagenten die wel burgers pesten en bestelen maar geen gestolen telefoon willen ophalen.

  • Eindelijk eens echte duiding! Goed stuk!

  • Marokkaantjuh,

    Ik als "kutFin" vind geenstijl juist een vermakelijke site die nou eenmaal anders werkt dan bijv. een nu.nl. Zij zijn wat dat betreft meer recht door zee. Het is niet dat nu.nl dat niet is, maar geen geenstijl heeft nou eenmaal een andere werkwijze die bij een bepaalde groep scoort.

  • dit stuk bewijst maar weer dat de huidige journalistiek niet kan dealen met de nieuwe vormen. Jaren lang zaten de rode journalisten in een veilige zones. Een soort maffia. Wij mogen zeggen wat we willen en wij hebben altijd gelijk. journalisten die anders beweren zijn geen journalisten.

     

    achterbaks, onprofessioneel en onvolwassen. Gevuld met angst voor verandering en tegenspraak.

    GeenStijl en Powned hebben niet altijd kwailitatieve items maar vaak slaan ze de spijker op zn kop. Vaak genoeg bewezen ook.

     

    dus volgende keer als je gaat lopen haten kijk dan eerst naar jezelf. Bewijs jezelf niet door andere zwart te maken maar schrijf eens een artikel met inhoud.

  • Meteen al twee fouten in de eerste alinea. De socioloog heet Van StokkOm, en Rutger was al verslaggever van PowNews toen hij Van Stokkom  interviewde. Drie seconden googlen en even naar Rutgers Pownews-microfoon kijken was genoeg geweest. Prutser.

  • Het aan de kaak stellen van misstanden is weldegelijk een taak van de pers, de omroep, de nieuwe media. Als plotseling blijkt dat het onthullen van misstanden en het veroordelen ervan doorgaat als de oude vervullers van deze rol zwijgen dan is dat geen verhuftering. Dan hebben de oude media hun taak verkwanseld. Dan hebben ze zitten suffen of erger nog dan heult men met zij die de oorzaak van de misstanden zijn.

     

    Het is daarom niet van belang dat GeenStijl en PowNet een andere vorm hebben waarmee mensen worden benaderd, de aandacht moet worden gericht op de ingedutte oude media, en waarom bepaalde zaken nooit aandacht krijgen, neem bijvoorbeeld het fit dat de oude media het verdommen om bepaalde mensen aan te pakken en de dingen bij de naam te noemen.

     

    Zodra GeenStijl en PowNet ook hun vriendjes uit de wind houden, zoals de Vara nooit iets negatief zegt over een PvdA politicus, dan wordt het tijd om ook de nieuwe media naar het oude mannenhuis te brengen en te gaan zoeken naar nieuwe manieren om misstanden aan de kaak te stellen. Het gaat dus niet om GeenStijl, het gaat om de ingeslapenheid van elkaar dekkende en uit de wind houdende conglomeraten van oude jongens krentebrood netwerken. Door stelling te nemen, door te duiden maakt iemand wel duidelijk bij welke groep hij hoort.

  • @Kees, dank voor de oplettendheid. We hebben het aangepast.

  • Dikke Tonnie,

    Informatief stukje heur, chapeau. Nee, echt. Ik proef tussen de regels door wel een soort waardering voor de stijllozen.

    Ik snap alleen de meeste reacties hier niet echt, de galbakmode staat standaard aan, jongens?

    Vooral niet eerst helemaal lezen hoor.

     

    @ Troep, 06/13/2013 om 02:59:   is begrijpend lezen echt zo lastig?  

    lopen haten? u is sgolier?

     

     

     

  • Dikke Tonnie,

    Note to self: Oh, wait, tenzij íe (troep,zie boven) de analyse juist onderschrijft. gvd,  doe eens duidelijker formuleren in je reactie ...

  • Grammatica Nazi,

    Eerste zin, GeenStijl vierde HAAR bestaan?

  • Interessante aanvulling hierop:
    Op deze manier lijkt Geenstijl vooral een vervanging te zijn voor de freakshows op de kermissen vroeger en de koloniale tentoonstellingen waarbij inboorlingen werden voorgesteld als exotische vreemde wezens. De mensen die worden aangepakt worden zodanig ééndimensionaal gemaakt dat het de behoefte aan ‘aapjes kijken’ en de ‘vrouw-met-de-baard zien’ bevredigd. Hadden we na de inboorlingententoonstellingen de Jerry Springer show, nu is er Geenstijl. Het gaat daarbij vooral om mensen die zich naar hun mening niet normaal gedragen en zich daardoor uitstekend lenen om tegen en over te moraliseren.Dat dat ten koste gaat van die mensen, zelfs minderjarigen deert hen niet echt
    ...
    De problemen waarin die mensen zitten (of terecht zijn gekomen dankzij Geenstijl) zijn toch vooral hun eigen schuld, veroorzaakt door hun eigen zwakte of zelfs inferioriteit en hun gebrek aan verantwoordelijkheidszin daarover is een teken daarvan. Terugpraten daar kan men niet zo goed tegen: het is immers niet de bedoeling dat de ‘freak’ terug praat. De andere kant van dit verhaal is een vertoon van de eigen superioriteit en ‘normaalheid’. Geenstijls moraal is dan er dan vooral één van kleinburgerlijkheid, doe maar normaal dan doe je al gek genoeg en iedereen die die regel overtreedt krijgt het opgeheven vingertje in de vorm van een entry en foto. Geenstijl heeft de freak show weer helemaal terug gebracht in eigentijdse proporties, maar met net zoveel bezorgdheid van de autoriteiten over het morele verval van het publiek.

    Bron: Geenstijl Freakshow http://religionresearch.org/martijn/2009/03/22/geenstijl-freak-show/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven