ISasha / Wikimedia Commons

Voorpublicatie: Het verloren jaar

Het verloren jaarClara Stokhof2014

Het verloren jaar, de debuutroman van deFusie-auteur Clara Stokhof, verschijnt volgende week bij Querido. Vanaf 2 december in de betere boekhandel te vinden, maar vandaag al een hoofdstuk op deFusie in een exclusieve voorpublicatie.

*

43

It ain’t no sin to take off your skin, and dance around in your bones.

It ain’t no sin to take off your skin, and dance around in your bones.

It ain’t no sin to take off your skin, and dance around in your bones.

It ain’t no sin to take off your skin, and dance around in your bones.

Ik schrok wakker, wreef over mijn armen, voelde of mijn huid er nog zat. Vanaf mijn rechterelleboog trokken rode striemen naar mijn hand. Had ik mezelf gekrabd?

Een paar minuten eerder bevond ik me in een diepe kuil. Fijne zwarte aarde regende van boven op mijn hoofd en vormde een laagje op mijn oogleden, die er zwaar van werden. Op de randen van de kuil stonden magere figuren, nog net geen skeletten, gehuld in grauwe lompen. Ze speelden muziek op zagen en rieken en sloegen met hamers op aambeelden. Volksmuziek? Waar was ik? Ze zongen – rauwe stemmen, ik kon ze niet verstaan. Russisch? De kuil werd dieper, de aarderegen heviger.

Een lage stem zong: ‘It ain’t no sin to take off your skin, and dance around in your bones.’

Ik keek op, zag de zwarte ruiter, zijn hoofd zonder gezicht. Wat liep er allemaal door elkaar? Mijn huid begon zich langzaam af te stropen; aarde bedekte het rauwe vlees. It ain’t no sin to take off your skin, and dance around in your bones. Ik wist niet of ik bang was, kon geen gevoel meer onderscheiden. Werd ik begraven?

Ik schrik wakker en ik kijk naar de aquarel. De vuurrode figuur is eruit verdwenen, het landschap is veranderd. Ik zie een huisje, in de verte, onder een dreigende lucht. Daarvoor op de helling van een heuvel een groep mensen in een cirkel. Boeren? Het lijkt of ze dansen. In de rechterhoek, daar: de zwarte ruiter, zonder gezicht.

Wat gebeurt er? Ben ik wakker? Droomde ik wat er op de aquarel gebeurde, of is het andersom? Het zweet breekt me uit. Wat moet ik doen? Valerianus, Gallienus, Claudius Gothicus, Quintillus. Uiteindelijk leerde ik eergisteren vier nieuwe keizers.

Ik herhaal ze tot ik mijn hart niet meer in mijn hals voel kloppen en mijn mond kurkdroog is. Ik moet hier weg, water drinken. Philippus Arabs, Trebonianus Gallus, Aemilianus, Valerianus, Gallienus, Claudius Gothicus, Quintillus. De planken van de vloer in de gang kraken. Had de stem gelijk? Wat betekent het dat het niet uitmaakt of je je huid uit trekt, en ronddanst in je botten?

Ik schrik, omdat ik denk iets te horen aan het eind van de gang. Gaat de deur van de kast open?

Er is niets, er gebeurt niets. Ik ben alleen in de halfdonkere gang. Aan drie kanten voelt het onveilig: achter me waar het kleed hangt, rechts waar de spiegels zijn, links waar de zwarte ruiter over het schilderij is gaan heersen.

In de keuken hou ik mijn hoofd onder de kraan. Als zij me zou zien, zou ze dan meer of minder medelijden met me hebben? Ik trek de kleren aan die over een stoel hangen; ik trok ze in de keuken uit toen ik gisteravond thuiskwam. Ik moet naar buiten, de twaalf uur die ik in het huis heb doorgebracht eisen hun tol. De macht van het huis wordt sterker.

De huiseigenaar wint elke dag terrein, millimeter voor millimeter.

*

‘Benjamin!’ Katja is bezig de stoep voor het theehuis schoon te vegen. Voor de deur verzamelt zich een hoop peuken – het werk van Vasili.

Ik leun tegen de deurpost, wrijf in mijn ogen.
‘Gaat het wel goed met je?’

Ze komt naast me staan en wrijft over mijn schouder.

‘Waar is Vasili?’

‘Boodschappen doen. Kom, we gaan even zitten.’ Ze zet de bezem tegen de ruit trekt me mee naar binnen.

‘Water?’

‘Ja. En koffie, als het kan.’ Ik ga aan de grote tafel zitten. Aemilianus, Valerianus, it ain’t no sin to take off your skin, Gallienus. Ik leg mijn hoofd op mijn armen, verberg mijn gezicht. Ik hoor Katja rommelen achter de toonbank. Moet ik haar vertellen wat er in het huis gebeurt? Gebeurt er überhaupt iets? Ik moet echt Vasili spreken.

Voor mijn ogen verdringen Augustus en Caligula het beeld van de gezichtsloze zwarte ruiter. Witte marmeren gezichten zonder pupillen gaan de strijd aan met de holle, diepzwarte oneindigheid. Je denkt te veel, je denkt te veel, je zit te veel in je hoofd. Maar wat bestaat er buiten mijn hoofd?

‘Is er iets gebeurd, Benjamin?’ Katja gaat tegenover me zitten.

‘Nee.’ Ik kan het haar niet vertellen.

‘Je ziet eruit alsof je al dagen niet hebt geslapen.’

‘Ik slaap inderdaad slecht.’

‘Weet je.’ Haar stem klinkt zacht, ze wrijft over mijn hoofd. De aanraking van een moeder. ‘Weet je, als je niet wilt, voor hem werken, dan hoeft het niet, hè.’

‘Daar gaat het niet om.’ Ik hef mijn gezicht op en kijk haar aan. Haar ogen hangen een beetje, als twee droevige lichtblauwe amandelen.

‘Weet je het zeker?’

Ik knik.

‘Ja. Het is niets. Ik slaap gewoon slecht.’ Uit haar blik maak ik op dat ze me niet gelooft.

‘Hij wordt niet boos, heus niet. Hij is wel groot, maar niet gevaarlijk.’

Gevaarlijk... Vasili Nikolajev is ongevaarlijk. Zelfs Pavel en Alek, ook al kunnen ze me zo doodmaken, zijn ongevaarlijk. De huiseigenaar, zijn huis, zijn kast, zijn spiegels, zijn aquarel, zijn winterdekbed: zíj zijn gevaarlijk.

‘Ik weet het. Maar ik wil graag werken.’ Ik probeer mijn stem zo vast mogelijk te laten klinken.

Katja knikt bedachtzaam.

‘Als je het maar weet.’

De dood is de duivel, de duivel is de dood. Ik ben liever dood dan dat ik de duivel ontmoet. Ik moet Vasili er iets over vragen.

‘Komt Vasili straks terug?’

‘Kan zijn. Je weet het nooit met die man.’ Dat is waar, hij kan zomaar beslissen niet thuis te komen. Naar de dijk, naar Alek en Janka. Moet ik blijven wachten? Hem bellen? Ik neem een slok van de koffie, mijn maag schrikt.

Katja heeft een tijdschrift gepakt. Blijkbaar wil ze bij me blijven zitten.

Mijn telefoon trilt. Augustus, Tiberius, Caligula, Claudius, Nero, Galba, Otho, Vitellius, Vespasianus, Titus.

‘Goedemiddag, jongen,’ zegt een lage stem. It ain’t no sin to take off your skin, and dance around in your bones. Het is de huiseigenaar.

‘Dag,’ zeg ik.

Katja kijkt even op, houdt me in de gaten.

‘Hoe staat het er daar voor?’

Ik blijf stil, slik, probeer mijn adamsappel terug te duwen in mijn keel. Waar is hij op uit?

‘Nou? Jongen?’ Hij dwingt me te antwoorden.

‘Er is niets.’

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Reacties zijn gesloten.

Naar boven