The Birds / AMPAS

Vreemde vogels

Bij het fietsen door het Vondelpark klinkt een schel gekrijs vanuit de bomen. Het zijn de halsbandparkieten, de exoten die zich sinds de jaren zestig hebben gevestigd in West-Europa. Afgezien van het lelijke stemgeluid bezorgen de parkieten overlast door stenen op hoofden te laten vallen en door zogenaamd de inheemse soorten als merels, spechten en spreeuwen te verdrijven. Buiten de stad frustreren ze fruittelers door hun voorliefde voor appels en peren. Vogels hebben altijd in een gespannen relatie gestaan met agrariërs, maar de berichtgeving rond de halsbandparkiet wijst op iets meer dan de gebruikelijke ergernis. Vanuit een onbegrip van de vogels en hun aanwezigheid is er vervreemding richting de beestjes ontstaan, met als resultaat een wantrouwende afkeer. Onterecht.

Het onbegrip staat in nauw verband met de overlast die de beesten zouden veroorzaken. We weten niet waaróm de beesten zo een overlast veroorzaken, alleen dát ze het doen. Het is geen onbekend fenomeen. Denk aan andere voorbeelden van dierenoverlast uit eigen land zoals de rattenplaag in Amsterdam, of de de terror-oehoe, de schrik van Purmerend vorig jaar, die op het moment een levenslange straf uitzit. Deze kleinschalige overlast is nog niets vergeleken het kwallenprobleem waarmee de visserij kampt, dat door de omvang al omgedoopt is tot ‘kwalmageddon’. Het groteske karakter van zo’n benaming maakt duidelijk dat wij dieren als iets vreemds en hinderlijks zien. Simpelweg het aanwezig zijn van de dieren is voor ons al een reden tot aversie. Het blijkt dat we niet meer zo veel van dieren of de wereld om ons heen begrijpen.

Vogelspotters kunnen rekenen op smalende grijnzen

Het contact tussen mensen en dieren, vogels incluis, is niet altijd zo afstandelijk geweest. Door de geschiedenis heen hebben de gevederde vrienden een grote rol gespeeld. In de ontstaansmythe van Rome spelen de overvliegende arenden een doorslaggevende rol in het conflict tussen Romulus en Remus en in de Romeinse religie bleef de vogelschouwing door augures een belangrijke vorm van toekomstkijken. In de Middeleeuwen genoot de valk een unieke positie als jachtdier: keizer Frederik II schreef een boek gewijd aan de kunst van de valkerij. De arend duikt bovendien op als nationaal symbool van kracht bij de Romeinen, de nazi’s, de Amerikanen en het Oostenrijkse en Russische rijk.

De vogels mogen dan op symbolisch niveau voor kracht of vrijheid staan, maar in het dagelijks leven zijn ze ook een voorwerp van ergernis. De frustratie van menig agrariër waar geen verschrikker tegen opgewassen is, komt op zijn duidelijkst terug in het Maoïstisch regime. Een onderdeel van de Grote Sprong Voorwaarts was de ‘Grote Mussencampagne’. De mussen werden beschuldigd van het verhinderen van de landbouw door de zaden op te eten. Het regime droeg de burgers op de mussen tegen elke prijs te verjagen van het land, met een enorme sterfte onder de soort als gevolg. Wat de partijleiders niet hadden voorzien, was de plaag van insecten die volgde op de dood van hun natuurlijke vijand. Het leidde tot een grote hongersnood die het land vele miljoenen levens kostte.

Onze eigen tijd vertoont geenszins een vermindering in de vervreemding van vogels. Gewoontes als bijzondere vogels spotten, vogeltellingen en het presenteren van het eerst gevonden kievitsei kunnen rekenen op vreemde blikken of smalende grijnzen. De mensen die zich wel interesseren in vogels, zijn zelf de rare vogels. Maar een gebrek aan interesse is eigenlijk vreemder. Het leidt tot onbegrip van de soort en hun gedrag op allerlei niveaus, van het niet kunnen onderscheiden van een vrouwtjes- en mannetjesmus (leuk onderwerp voor een saai feestje), tot de absurde straf van de terror-oehoe en het onvermogen om een vogel te verzorgen. De halsbandparkieten zijn tenslotte niet hierheen gevlogen, maar afstammelingen van geïmporteerde vogels die ontsnapt of losgelaten zijn. De van oorsprong Afrikaanse dieren waren voor veel baasjes een grotere last dan verwacht. Die vogelhouders deden ze het huis uit, in de veronderstelling dat ze niet zouden overleven in het Nederlandse klimaat. De parkieten bleken echter goed te gedijen en vergrootten in rap tempo hun populatie.

Een extremiteit als de Mussencampagne is geen vrolijk voorland

Dat snelle voortplanten heeft de indruk gewekt dat de exoot de inheemse vogelsoorten verdrukt. Dit lijkt niet te kloppen, dus de aanklacht jegens de groene immigranten blijkt ongegrond. De blijvende afkeer vindt haar oorzaak niet in een feitelijk natuurlijk proces. Het is een subjectief gevoel dat voortkomt uit de vervreemding van (stedelijke) mensen van de natuur en haar inwoners. Stadsbewoners zijn sinds de negentiende eeuw gewend om vreemde diersoorten in dierentuinen te zien, in keurige hokken achter veilige tralies. Het onbedoelde effect van deze ‘vorming van de wereldburger’ is een vervreemding van dieren van hun natuurlijke leefomgeving. Niet alleen de grootse, exotische soorten, maar ook de kleinere, inheemse dieren. Je kijkt niet anders naar een tijger dan naar een parkiet. Het leidt ertoe dat de ‘eigen’ diersoorten net zo vreemd zijn in hun natuurlijke omgeving als de ‘exoten’ – al is dat in het geval van de halsbandparkiet niet langer een scherp onderscheid.

Is er een oplossing voor dit onbegrip jegens de exotische vogels? Als er geen zou zijn, dreigen mensen in de toekomst steeds verder van vogels en dieren af te komen staan. Dieren en dierenpopulaties zullen alsmaar eerder als ‘overlast’ bestempeld worden en uit de menselijke omgeving geweerd worden. De gevolgen hiervan zijn niet te voorzien, maar een extremiteit als  de Mussencampagne is geen vrolijk voorland. Wat we zouden kunnen doen, is het onbegrip bijstellen. Elke burger behoort meer informatie over dieren  te vergaren, bijvoorbeeld via charismatische biologen als Maarten ’t Hart en Midas Dekkers, of flauwe discussies op feestjes. En iedereen behoort te accepteren dat dieren een natuurlijk onderdeel van de wereld zijn, waarmee geleefd moet worden, niet afgescheiden van. Het voorstel om rechten te verlenen aan dieren en dingen, zoals Groen en Van Maanen betoogden, is enigszins voorbarig, maar het aanvaarden van de krijsende parkiet in het park is een eerste stap.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven