Flickr / Grégory Tonon

Waardig, al te waardig

Dignity: Its History and MeaningMichael Rosen2012
The Sacredness of the PersonHans Joas2013
Humanitarian Reason: A Moral History of the PresentDidier Fassin2013

Het woord staat centraal in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en in veel nationale grondwetten: Dignity, Würde, of waardigheid. Artikel 1 van de Universele Verklaring stelt: ‘Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren’. Het is bepaald niet het woord waar mensen het eerst over struikelen. Het heeft iets aantrekkelijks. ‘We hold these truths to be self-evident’, schreef Thomas Jefferson in het voorwoord bij de Declaration of independence. Hetzelfde kan gezegd worden over menselijke waardigheid: wij, de mensheid, beschouwen het als vanzelfsprekend. Maar deze vanzelfsprekendheid brengt een risico mee: soms komt waardigheid in conflict met rechtvaardigheid.

De menselijke waardigheid is misschien een vanzelfsprekend begrip, het is ook een problematisch begrip. Hoe vaak wordt het begrip menselijke waardigheid niet door beide kampen in een moreel geladen debat ingezet? Neem de medisch-ethische discussie over euthanasie. Zowel voor- als tegenstanders kunnen zichzelf als de behoeders van menselijke waardigheid presenteren wanneer zij iemands leven willen beëindigen of juist niet. De vraag is wat waardiger is: iemand uit zijn/haar lijden te verlossen, of iemand de juiste behandeling geven om zijn leven te beschermen. Deze ambiguïteit in het concept betekent voer voor filosofen.

Het omarmen van de menselijke waardigheid betekent tegelijkertijd een afkeer van menselijk lijden.

Toch is het begrip in essentie met een simpel fenomeen verbonden: het lijden – zowel lichamelijk als psychisch. Zonder het menselijk lijden – ziekte, oorlog, armoede – zou het begrip waardigheid weinig betekenis hebben. Het omarmen van de menselijke waardigheid betekent tegelijkertijd een afkeer van menselijk lijden. Het wordt echter ingewikkeld zodra je de vraag stelt wat voor handeling het ideaal van waardigheid voorschrijft. Is het waardig om het lijden van mensen zo veel mogelijk te voorkomen, of is het waardiger om het lijden van mensen te verzachten? Michael Rosen stelt in zijn boek Dignity. Its meaning and history dat dit probleem ontstaat omdat we in ons spraakgebruik ook het woord ‘respect’ op twee verschillende manieren gebruiken. Enerzijds kan respect een beschouwelijke houding zijn: ik respecteer iemands waardigheid door hem geen pijn te doen, dus door zijn rechten puur passief en observerend te respecteren. Anderzijds kan respect ook een sterk idee van dienstbereidheid behelzen: iemands waardigheid respecteren, betekent iemand met waardigheid behandelen - iemand helpen, of assisteren als diegene in nood verkeert.

Het begrip waardigheid is relatief nieuw. Het begon pas aan het eind van de achttiende eeuw, tijdens de zogenaamde strafhervorming, echt in zwang te raken. In plaats van publieke marteling begon men zich, met een beroep op menselijke waardigheid, in verschillende Europese landen in te zetten voor alternatieve strafmethoden, zoals individuele opsluiting en morele opvoeding. Het is vrij mysterieus hoe dat woord zo plotseling en zo effectief opdook in de geschiedenis, maar voor de gerenommeerde socioloog Hans Joas is deze onverklaarbaarheid niet heel vreemd. Hij meent dat dit raadsel hoort bij de waarden van iedere samenleving. Morele waarden zijn volgens hem immers geen conclusies van een rationeel argument of een wetenschappelijk experiment, maar hij noemt ze diep gevoelde, emotionele overtuigingen die het gevolg zijn van levensingrijpende, soms traumatische ervaringen.

Als je de waarden van een samenleving wilt herkennen, zo redeneert Joas, moet je niet kijken naar wat mensen zeggen belangrijk te vinden, maar naar de uitbarsting van sterke, morele emoties, zoals woede, walging of schaamte. In zijn meest recente boek, The sacredness of the person, past hij dit waardebegrip toe op de menselijke waardigheid en betoogt hij dat dit de meest breed gedragen waarde is van de moderne samenleving. De persoon, zo betoogt hij, heeft een soort heilige, religieuze status gekregen in onze tijd; iets waar je met je tengels vanaf hoort te blijven.

De persoon heeft een soort heilige, religieuze status gekregen in onze tijd; iets waar je met je tengels vanaf hoort te blijven.

Het gevoelskarakter van morele waarden, zoals beschreven door Joas, heeft duidelijke consequenties. Het verklaart waarom  emotionele beelden een sterke invloed hebben op het morele handelen van mensen. Een willekeurige Unicefreclame kan een sterk gevoel van compassie oproepen en ook de beelden van de bootramp bij Lampedusa afgelopen oktober leidden tot een sterk gevoel van medeleven. Deze beelden creëerden een kort moment van compassie, waar allerlei tijdelijke symbolische acties op volgden. De Italiaanse overheid stelde een dag van rouw in en gaf de omgekomen vluchtelingen nota bene het ereburgersschap van Italië. De overlevenden zouden tegelijkertijd echter onder erbarmelijke omstandigheden in vluchtelingenkampen zijn ondergebracht en sommigen van hen werden zelfs crimineel vervolgd. Als gevolg is er op structureel niveau, met uitzondering van wat extra bewakingsmaatregelen, weinig veranderd in het Europese vluchtelingenbeleid.

Daarmee zijn we bij het echte, politieke probleem van het begrip waardigheid uitgekomen dat de antropoloog Didier Fassin in zijn boek Humanitarian reason aan de kaak stelt. In 1999, tijdens veldonderzoek onder asielzoekers in het Sanguette centrum te Calais, zag hij hoe een beroep op menselijke waardigheid dubieuze gevolgen kon hebben. Hij kreeg daar te maken met wat hij het ‘compassie protocol’ noemde: een effectieve tactiek van immigranten om verblijf in Frankrijk af te dwingen. Fassin ondervond dat asielaanvragen erg goed aangepast waren aan de emotionele wensen van het Franse publiek en daarmee ook aan die van de Franse immigratie-autoriteiten. De vluchtelingen en hun advocaten wisten dat ze uitsluitend een kans maakten op asiel, als ze ziek of zwaar gewond waren (vooral aids deed het goed). Op dat moment konden ze vaak, door een beroep op de menselijke waardigheid, toestemming voor langdurig verblijf in Frankrijk verwachten.

Fassin constateert dat er een opmerkelijke historische verandering in de opvang van vreemdelingen in Frankrijk heeft plaatsgevonden. In de jaren ‘60 tot ‘90 werden vreemdelingen als gastarbeiders uitgenodigd om in Frankrijk te komen werken. Het enige criterium was toen dat ze van toegevoegde waarde waren voor de Franse economie. ‘De immigrant was niets anders dan zijn lichaam’, zo vat hij die situatie samen. De nadruk lag toen op het gezonde, productieve lichaam dat een bijdrage kon leveren aan de Franse economie. In de jaren ‘90 keerde de situatie echter volledig om. Het lichaam van de immigrant stond nog steeds centraal, maar nu was het vooral de immigrant met een zwak en ziek lichaam die op een verblijfsvergunning kon rekenen. Alleen de aanvragen van mensen met een ernstige, levensbedreigende ziekte als aids werden immers gehonoreerd.

Wat de meeste immigranten als recht wordt geweigerd, wordt een enkeling uit sentiment gegund.

De emotionele aantrekkingskracht van het begrip waardigheid heeft in deze context een vervelend gevolg: het creëert opeenvolgende uitzonderingstoestanden. Alleen de gevallen die een sterke emotionele reactie oproepen worden geaccepteerd, terwijl de officiële regels over verblijf en asiel steeds verder worden afgezwakt. Als gevolg wordt politiek of economisch asiel steeds minder een zaak van politieke rechtvaardigheid en wordt het steeds meer een zaak van de emoties omtrent menselijke waardigheid. Politieke erkenning van de asielzoeker wordt op die manier bijna onmogelijk. Voor één gewonde vluchteling die op compassie kan rekenen worden honderden vluchtelingen met een gezond lichaam geweigerd, ondanks hun motieven en ondanks de politieke status in hun land van herkomst. Wat de meeste immigranten als recht wordt geweigerd, wordt een enkeling uit sentiment gegund.

Uit de boeken van deze Britse filosoof, Duitse socioloog en Franse antropoloog blijkt hoe het begrip waardigheid twee kanten heeft. Weliswaar is de emotionele aantrekkingskracht groot en motiveert het veel bewonderenswaardige initiatieven, maar dat betekent niet dat het altijd tot de beste besluiten leidt. Het begrip krijgt een vervelende bijsmaak wanneer humanitaire hulp een alternatief wordt voor echt politiek beleid.  In plaats van mensen waardig te behandelen wordt het tijd om mensen weer rechtvaardig te behandelen.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven