Flickr / Michiel Jelijs

PvdD voor spek en bonen in het Europees Parlement

Op 25 mei schreef de Partij voor de Dieren (PvdD) geschiedenis: ze werden met 200.254 stemmen (4,21%) verkozen in het Europees Parlement (EP) en werden daarmee de eerste dierenpartij in het Europees Parlement. De tweede partij volgde echter snel want de Duitse evenknie Partei Mensch Umwelt Tierschutz (Tierschutzpartei) is ook in het EP verkozen.

Kijkend naar de campagne voor de EP-verkiezingen – en volledig in lijn met de doelstelling van de partijen om op te komen voor dierenwelzijn – zal hun hoogste doel zijn om de landbouwbegroting van de Europese Unie aan te pakken (lees: omlaag te brengen). In de periode 2014-2020 zal er 373.000.000.000 euro (373 miljard!) uitgegeven worden aan landbouw (voornamelijk subsidies) en nog een paar miljard aan innovatie.

De partijen zullen uiteindelijk niet meer dan twee showpony’s zijn. Dat heeft alles te maken met de wijze waarop nieuwe, mediageile politieke partijen als de PvdD en de Tierschutzpartei gewend zijn invloed uit te oefenen. In de Europese context zullen die strategieën voor meer invloed niet werken om greep te krijgen op hun 749 collega’s, op de Eurocommissaris voor Landbouw en Plattelandsontwikkeling of op de 28 ministers – waaronder Landbouw-”minister” Sharon Dijksma – in AGRIPECHE, de Raad Landbouw en Visserij.

De partij zal uiteindelijk niet meer dan een showpony zijn.

In den beginne moet er wel een partij zijn om op te stemmen. Neus dicht, even wat politicologische duiding over nieuwe politieke partijen. Een groep mensen moet vinden dat er een maatschappelijk probleem is (CHECK), zij moeten dit probleem politiseren (CHECK), ze zijn bereid daar tijd, geld en energie voor op te offeren (CHECK) en ze zien een oplossing voor hun probleem in overheidsbeleid (CHECK) [1]. De laatste voorwaarde roept bij mij wat vragen op over de deelname van de partij JEZUS LEEFT tijdens de afgelopen EP-verkiezingen.

Inmiddels zullen de PvdD medewerkers wel vetgemest zijn met alle overwinningstaarten. Eerder was de PvdD namelijk ook al de eerste dierenpartij in een gemeente (of 6), een waterschap (of 6) en acht provincies. De Tweede Kamer is natuurlijk de tijm op de rollade: daar begon in 2006 de zegetocht na een eerder mislukte poging in 2003. En nu is ze eindelijk het laatste electorale bastion binnen getreden, de democratische zwijnenstal van het Europees Parlement.

De PvdD ziet voor zichzelf een bijzondere rol weggelegd. Zij wil fungeren als haas in de marathon die de andere politieke partijen er toe moet bewegen om meer rekening te houden met dieren. Wat zoveel wil zeggen dat zij andere partijen met meer formele invloed willen beïnvloeden via de publieke opinie. Gezien hun geringe aantal zetels in alle raden, kamers, staten en parlementen lijkt deze rol ook het meest logisch, maar twijfel niet aan de ambities van de partij. Marianne Thieme schrijft namelijk dat de PvdD geen one-issue partij is maar een nieuwe brede emancipatiebeweging, vergelijkbaar met die van vrouwen en slaven [2]. Voorlopig heeft de partij echter weinig zetels en is de zelf aangemeten rol niet alleen logisch maar ook het meest effectief. De invloed van de partij is alleen gemeten over de periode 2006-2010 in de Tweede Kamer maar uit eigen onderzoek voor mijn scriptie bleek dat de PvdD op alle niveaus als ware Jehova’s getuige een voet tussen de deur heeft gekregen. Met de media als breekijzer.

Als IJsbrand Chardons hebben Niko Koffeman (oud-SP spindoctor, geestelijk vader en inmiddels senator) en de charismatische lijsttrekster Marianne Thieme de media op indrukwekkende wijze voor hun karretje gespannen. Sterker nog, zonder de media geen zetels en invloed op nationaal en Europees niveau. Bekende Nederlanders als lijsttrekkers, protestacties, een record aan moties indienen tijdens een debat (onder andere een over een verbod op ronde vissenkommen): elke actie is georkestreerd en erop gericht om maatschappelijke verontwaardiging op te roepen en druk uit te oefenen. Dit werkt in twee Kamertjes waar de PvdD 1/75ste deel van de zetels heeft, waar commissies (meestal) uit niet meer dan 20 mensen bestaan, waar bewindslieden afkomstig zijn uit de partijen waar de PvdD mee samenwerkt en waar er een pers bestaat die opkomt voor een gedeeld belang. In Europa niet.

Zonder de media geen zetels en invloed.

Naast het ontbreken van een Europese media met een gedeeld belang (op het gebied van dierenwelzijn) zal Anja Hazekamp (wie?) enorm gaan verdwalen in het besluitvormingsdoolhof van de Europese Unie. Bij de besluitvorming op elk beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad van Ministers en het Europees Parlement een rol, allen met verschillende mandaten. Voor begrotingszaken wordt daarbij de Raad van de Europese Unie ook betrokken omdat de afzonderlijke lidstaten moeten instemmen. Het voorbereidende werk vindt plaats bij de directoraten-generaal (soort ministeries) maar vergeet niet dat de nationale ministeries in commissies van experts ook nog hun invloed kunnen uitoefenen. Krijg daar je voet maar tussen de deur. Het beïnvloeden van collega-parlementariërs zal ook geen sinecure zijn aangezien het er 749 zijn die soms langs ideologische lijnen maar vaak langs nationale lijnen werken (zoals de Fransen op landbouwbeleid) en één van de 24 officiële talen van de Europese Unie spreken.

Het hoogste doel van de Partij voor de Dieren zal dus niet gehaald worden en ik denk zelfs dat ze vleugellam zijn zonder de macht van de media aan te kunnen wenden. Met een beetje pech zal de Partij voor de Dieren de volgende besluitvormingsronde over de landbouwbegroting niet eens halen: de huidige begroting loopt tot 2020 en het mandaat van de partij tot 2019. Maar misschien dat ze de komende vijf jaar één succes kunnen behalen: het maandelijkse veetransport van Europarlementariërs tussen Brussel en Straatsburg beëindigen.

 


[1] Lucardie, Paul (1995). ‘Binnenkomers en buitenstaanders. Een onderzoek naar partijen die in 1994 hun entree in de Tweede Kamer trachtten te maken’, in G. Voerman (red.) Jaarboek DNPP 1994. Groningen: Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen, 123-148. P. 123.
[2] Thieme, Marianne (2004). De eeuw van het dier. Antwerpen: Houtekiet. P. 52.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • 1. Wat betreft de kansen van de nieuwkomer:

    Waarom zou een politicus die tussen 749 anderen komt te staan niet het verschil kunnen maken? Moeten we niet streven naar een wereld waarin 'het verschil maken' (of in de woorden van je titel, 'er niet voor spek en bonen bij lopen') meer met kwaliteit dan met kwantiteit te maken heeft? Is het ook niet zo dat de partijen die wel massaal vertegenwoordigd zijn juist de gevestigde orde handhaven?

    2. Meer vanuit het geheel beschouwd:

    Als het zo is dat in de Europese politiek de nadruk zeer sterk op invloed en succes ligt, dan hoeft dit nog niet ook de maatstaf te vormen waaraan alle partijen moeten voldoen. Waarom geef je er de voorkeur aan om het gebrek aan macht bij een kleine partij aan te kaarten, in plaats van de machtsrelaties in de Europese politiek preciezer te problematiseren? Met de genoemde cijfers geef je hiervan wel een indruk, maar de zaak wordt nu overschaduwd door 'het geval PvdD'.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven