Wikimedia Commons / Caspar David Friedrich

Waarom het leven weer terug moet komen in de academische filosofie

Daar sta je dan, het grote gebouw van de universiteit voor je neus en een nieuw academisch jaar voor de boeg. In tegenstelling tot je meeste vrienden heb jij niet gekozen voor een studie die zich concentreert op de hoogte van inkomen na je studie, noch heb je gekeken naar de baangarantie. Nee, jij hebt gekozen voor wat je hart je ingeeft, jij wilt Verstehen, zoals ze dat in het Duits zo mooi kunnen verwoorden. Jij wilt begrijpen waarom de samenleving is zoals ze is, wat je zou moeten doen, maar het liefste van alles wil je weten waarom wij hier zijn. De vraag naar de zin van het leven staat centraal en om die vraag te beantwoorden, ga je wijsbegeerte studeren.

Helaas, je hebt al een paar weken lang de draaideuren van de universiteit moegedraaid, maar het antwoord is niet te vinden in dat gebouw waarop jij je hoop had gevestigd. Was je aanname dan verkeerd? Klopt het dan niet dat de filosofie zou draaien om onder andere de zinsvraag? Nee, die aanname is niet verkeerd. Integendeel. Albert Camus, Franse schrijver en filosoof uit de vorige eeuw, formuleerde eens dat de taak van de filosofie slechts de vraag naar die zin is, anders gesteld: waarom zouden we niet allemaal collectief zelfmoord plegen? De filosofie van de universiteit beantwoordt in ieder geval niet aan deze verwachting. Francisca Wals typeert de filosofie op de universiteit als deprimerend, maar vindt de behandeling van de filosofie op de universiteit beter dan hoe populaire auteurs met filosofie aan de haal gaan. Ze waarschuwt voor de filosofie die onder de vlag van festivals als Brainwash verkrijgbaar is. Ze heeft in die waarschuwing misschien gelijk, maar de staat van de filosofie op de academie is zorgwekkender dan de filosofie die over de toonbank vliegt. De filosofie op de universiteit heeft geen oog meer voor het leven.

Tegenwoordig is ‘filosofie als een manier van leven’ geen gangbare instelling meer voor een universitaire filosoof

Het is niet enkel een Franse filosoof in de marge die stelt dat de vraag naar de zin van het leven centraal gesteld zou moeten worden. Het zijn met name de klassieke filosofische scholen, die de vraag naar het leven centraal stelden. De klassieke filosofische scholen zagen filosofie niet slechts als een manier om de wereld te begrijpen, maar ook als een manier van leven. Een ideaal was onverstoorbaarheid en de sceptische school was er bijvoorbeeld van overtuigd dat deze onverstoorbaarheid te bereiken was door middel van het aanhangen van sceptische scenario’s - scenario’s waarin je niets meer zeker weet. Wals vindt onder andere deze gedachte-experimenten deprimerend binnen de filosofie, terwijl het doel van deze experimenten juist is om mensen uit de depressie te trekken.

De universiteit richt zich vandaag de dag op de vragen naar ‘het ware’, ‘het goede’, ‘het schone’, ‘het ene’ en ‘het zijnde’, maar niet op een manier die impact heeft op je leven. Deze vraagstukken worden zeer grondig aangepakt, maar niet vervat in een systeem. Ben jij een volgeling van Kant, dan zullen de uitwerkingen van de mogelijkheidsvoorwaarden voor kennis niet doorwerken in de manier waarop jij in het leven staat. Je kan slechts aan een wetenschapper laten zien dat hij kennis produceert, maar wat schiet je daarmee op in andere domeinen van het leven? Tegenwoordig is ‘filosofie als een manier van leven’ dus geen gangbare instelling meer voor een universitaire filosoof.

Het is treurig om te merken dat er voor de levenskunst geen plaats is op de universiteit. Het is wel begrijpelijk: de filosofie moet zich meten met de empirische wetenschappen die worden beoefend op de universiteit. De standaarden van de natuurwetenschappen zoals objectiviteit en feitelijkheid, worden overgeheveld naar de filosofie. De filosofie moet zich richten op de wereld voor ons, op de wereld die we kunnen zien, die waarneembaar is. Deze waarnemingen moeten dan ook nog gebeuren onder het mom van objectiviteit: alleen beschrijven wat voor iedereen waarneembaar is. Deze standaarden neemt de filosofie over om zichzelf te legitimeren en binnen die standaarden is er geen plek voor de levenskunst. Levenskunst wordt immers beoefend vanuit een zekere subjectiviteit: niet wat wij allemaal kunnen zien, maar wat ik op een redelijke manier kan beargumenteren staat centraal. Het is dan aan de populaire filosofie om het hiaat op te vullen dat is ontstaan door de uittreding van de levenskunst uit de academie.

Bevindingen van de 'ivoren toren' geven slimme antwoorden op de problemen, maar gaan voorbij aan het gegeven dat de levenskunst in de wortels van de filosofie zit

De academische filosofie verwordt meer en meer tot een sterk staaltje ‘ivoren toren’-praxis, waar slechts enkele experts het hele overzicht van alle problemen en mogelijke oplossingen hebben. De classici bijvoorbeeld wisselen op conferenties hun nieuwste bevindingen uit op een hoogst ondoorgrondelijke manier voor de epistemoloog, die slechts een leek is op het daar besproken vakgebied. Daarmee wil ik niet beweren dat deze vorm van filosofie verkeerd is: de bevindingen die de ivoren toren produceert zijn vaak verrassend interessant en openen ook deuren tot nieuwe werelden die voorheen nog niet waren bedacht. Ze geven slimme antwoorden op de problemen, die de vragen naar het ware, goede, schone, ene en zijnde opwerpen, maar gaan voorbij aan het gegeven dat de levenskunst in de wortels van de filosofie zit.

Kan iemand die interesse toont in deze vraagstukken de eeuwenoude wijsheden niet openslaan en de relevante werken lezen? Natuurlijk kan iemand dat doen, het is ook gedaan. Alain de Botton is een voorbeeld van iemand die een bibliotheek is binnengelopen en precies dat heeft gedaan. Zijn werken bezitten echter niet de kritische houding van de academie, noch zal hij zich verplicht hebben gevoeld om een juiste methode te gaan volgen. Onder het mom van geld verdienen stormen zijn ‘gedrochten’ de bestsellerlijstjes van de filosofie binnen. Laten we er voor zorgen dat dit niet meer gebeurt, laten we deze soort filosofie weer naar de academie toeslepen. De vraag naar het leven is te belangrijk om over te laten aan de markt.

Gerelateerde artikelen
Reacties
3 Reacties
  • Interessant stuk. Heb je ook een idee over hoe je de levenskunst terug wilt brengen op de universiteiten?

  • Francisca Wals,

    Mooie aanvulling op het stuk dat ik een tijdje geleden schreef. Ik vraag me wel af of op deze manier de filosofie je eigen leven in te slepen het gevaar loopt om in dogmatisme te verzanden. Is de meest open blik niet de meest filosofische blik? Daar is toch echt enige distantie voor nodig. Als ik Kant lees wil ik ook open blijven staat voor Hegels kritiek - en niet Kants filosofie verheffen tot iets alomvattends. Daarnaast denk ik nog steeds dat ook met betrekking tot Griekse en andere levenswijsheden afstand nodig is. Ataraxia, epoche, het van je afschudden van kwade trouw of constant proberen 'eigenlijk' te leven, lijken me een uitputtingsslag wanneer we ze concreet vertalen naar ons  dagelijks leven. Met zoveel geïncorporeerde filosofische relativering lijkt weinig nog het subjectieve belang te hebben dat het aanvankelijk had. Ik zou in ieder geval in m'n bed blijven liggen. 

  • Nathanael Korfker,

    Arthur, dat is een goede vraag die je stelt en ik heb de beantwoording ervan ook lang ontweken, omdat ik voor het grootste gedeelte het antwoord schuldig moet blijven. Ik vind het irritant om te wijzen naar het systeem, maar dat moet ik in dit geval toch doen. Het hele idee achter dit stuk is dat het door de academie opgepakt moet worden, omdat ik de academie iets waardevols vind hebben in de vorm van een kritische instelling, die niet noodzakelijk aanwezig is buiten de academie. Rondom Bildung heb ik mij de laatste tijd ook afgevraagd of het ook buiten het systeem om kon, en in principe kan dat (zie bijvoorbeeld studentengenootschap Kairos nu in Amsterdam), maar juist buiten de universiteit om kan het in de greep komen van gelijkstemmigheid en overeenkomsten en datzelfde geldt voor de filosofie rondom het leven. Een stuk schrijven op deFusie is dan het beste wat ik nu kan doen en dan vervolgens hopen dat ik later een vak kan geven op de universiteit binnen de filosofie, die met een kritische instelling langs de vraag naar het leven loopt.

     

    Francisca, leuk dat je reageert op mijn stuk en je reactie is ergens terecht: filosofie zorgt voor de nodige dosis relativering, maar dat betekent niet dat je nooit een keuze zal maken binnen de filosofie. Het nut van filosofie (zeker op de universiteit) is onder andere het kunnen doordenken van systemen en daarmee kritiek leveren op deze systemen, maar met die kritiek kan je ook weer oplossingen proberen te denken. De filosofie staat niet stil: als er kritiek geleverd wordt, dan zal men ofwel deze kritiek weerleggen en vasthouden aan een oud systeem, ofwel een nieuw systeem ontwikkelen. Neem Wittgenstein, die eerst een theorie bedenkt rondom betekenis die hij later bekritiseert, maar dat betekent niet dat hij in niets meer gelooft, integendeel. De academie brengt mijns inziens een kritische houding voort, die ontbreekt buiten de academie. Natuurlijk zijn er mensen die van nature een kritische inborst hebben, maar hoe ontwikkel je dat potentieel goed zonder een goede begeleider? Wat dat betreft val je juist niet in dogmatisme als je dit soort filosofie gaat bespreken op de academie en dat is het hele punt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven