Waarom nog protesteren? Het perspectief van een student op de erfenis van mei ‘68

Het is precies vijftig jaar geleden dat de massale demonstraties en stakingen van mei ’68 de culturele en politieke realiteit van West-Europa, en dus ook die van Nederland, voorgoed veranderden: seksuele vrijheid, de emancipatie van de vrouw en in Nederland de omverwerping van de regentencultuur zijn wapenfeiten die tot op de dag van vandaag een blijvende invloed hebben op het samenleven in Nederland. In diverse Nederlandse media wordt stilgestaan bij dit vijftigjarig jubileum, maar overal lijkt een revolutionair perspectief te ontbreken. Dit terwijl er vandaag de dag voor alle Nederlanders, en zeker voor studenten, redenen genoeg zijn om demonstrerend door de straten te trekken. Om recht te doen aan het revolutionaire karakter van mei ’68, voeg ik aan deze zachtaardige herdenkingen een urgente oproep tot protest toe vanuit mijn perspectief als student.

Geert Buelens, schrijver van De jaren zestig. Een cultuurgeschiedenis (Ambos, 2018) schreef onlangs in De Groene Amsterdammer (19 april): “we hebben geen tijd meer om ons een toekomst voor te stellen, te druk als we zijn met te herdenken en te gedenken”. Zelf deed hij in dat artikel helaas niet veel anders. Buelens is exemplarisch, want bij haast alle beschouwingen over ’68 heerst de apathische en nostalgische gedachte dat massaal engagement voor radicale verandering vandaag de dag niet meer mogelijk is. Hierin klinkt één misvatting steeds door: dat er in onze tijd niets meer is om tegen te protesteren.

Want is protest, vijftig jaar na ‘68, nog nodig? Remco van der Meer beweerde in De Fusie onlangs (18 april) op overtuigende wijze van wel: “Laten we de tijdgenoten van mei ’68 zijn.” Een inspirerende boodschap die de nostalgische toon oversteeg, omdat hij terecht wees op de noodzaak van onafhankelijke organisatie van studenten en actiebewegingen, die slechts buiten de bestaande instituties een bedreiging kunnen vormen voor de status quo. In aanvulling daarop vraag ik: Welke concrete redenen zijn er, voor studenten en andere Nederlanders, om vandaag de dag nog te protesteren?

Net als in mei ’68 reiken de onderdrukkende machtsstructuren waarin de studenten gevangen zitten tot buiten de poorten van de universiteit.

Als student filosofie en politicologie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) weet ik dat er aan redenen geen gebrek is, hoewel niet iedereen beseft dat deze problemen een politieke en dus een veranderlijke oorsprong hebben. Studenten ondervinden namelijk, net als elders in Nederland, wat neoliberaal bezuinigingsbeleid betekent voor hun onderwijs: meer regels, meer deadlines, meer stress en minder vakken met minder kwalitatieve diepgang.

Al jaren lopen de studentenaantallen op, terwijl het geld vanuit Den Haag afneemt: van een jaarlijkse €19.900 in 2000 tot nu een schamele €15.000 per student. Ondertussen voert het kabinet 183 miljoen aan ‘doelmatigheidskortingen’ door: een lachwekkende term om het woord ‘bezuinigingen’ te ontwijken. Volgens de minister van Financiën krijgt het ministerie van OCW hierdoor “de kans om te kijken waar het doelmatiger kan.”

Maar in de praktijk betekent ‘doelmatiger’: goede docenten ontslaan, goede vakken schrappen en haastiger studeren. Ook zien opleidingen zich steeds vaker gedwongen een ondoordachte overstap naar het Engels te maken om studentaantallen te vergroten en daarmee de studie te behouden, hoewel dit meestal ten koste gaat van de onderwijskwaliteit. Ondertussen laat het geld dat het vorige kabinet met de invoering van het leenstelsel afpakte van de studenten, steeds langer op zich wachten.

In de medezeggenschapsraden van universiteiten blijkt keer op keer dat studenten geen mogelijkheid hebben om invloed uit te oefenen op deze bedreigende ontwikkelingen, laat staan op de manier waarop er zal worden bezuinigd. Ze komen in bureaucratische oorlogen terecht waarin ze reusachtige hoeveelheden artikelen moeten doornemen in onmenselijk korte tijd, of er wordt simpelweg informatie achtergehouden door bestuurders. Inspraak blijkt een loze belofte, medezeggenschap een monddood orgaan.

Sommige studentenpartijen in Amsterdam, zoals Humanities Rally, zagen zich genoodzaakt om zich op te heffen vanwege deze repressieve machtsstructuren, omdat studentenpolitiek binnen de bestaande instituties geen enkele verandering teweegbrengt. Zij gaan terug de straat op om als studentenbeweging veranderingen af te dwingen. De eis: Het algemeen belang van diepgaande kennis en de maatschappelijke waarde van een goed opgeleide, kritische generatie moeten gaan boven het dogmatisch uitvoeren van neoliberaal bezuinigingsbeleid. Kwalitatief hoogstaand onderwijs moet voorop staan, niet het behalen van rendementstargets.

Net als in mei ’68 reiken de onderdrukkende machtsstructuren waarin de studenten gevangen zitten tot buiten de poorten van de universiteit. Het neoliberale bezuinigingsbeleid richt overal schade aan en is inmiddels een al te bekend verhaal: zo wijzen recente demonstraties uit dat basisschoolleerkrachten kampen met te hoge werkdruk en overtollige bureaucratie. Maar ook buiten het onderwijs bestaan dezelfde problemen, zoals de overtollige bureaucratie in de zorg of de rampzalige gevolgen van bezuinigingen op kunst en cultuur in 2012, waardoor twintig procent van de hedendaags geregistreerde kunstenaars zich slechts met diverse bijbaantjes kan onderhouden.

Hoe krijgen we dat op gang? Door het goede voorbeeld te geven.

Studenten, docenten, zorgverleners, kunstenaars, ouderen, jongeren, minderheden: allemaal hebben we baat bij een radicale mentaliteitsverandering in het bestuurlijke denken door het bestrijden van de verstikkende obsessie met bezuinigingen en rendement. Onderwijs, wetenschap, zorg en cultuur gaan niet alleen over de mensen die in die sectoren werken: ze gaan elke inwoner van Nederland direct of indirect aan. Moeten deze sectoren bezuinigen, dan betaalt de gehele Nederlandse samenleving daar vroeg of laat de prijs voor. Het gaat namelijk ten koste van een betekenisvolle, menswaardige en rechtvaardige manier van samenleven (terwijl het kabinet wel 1,4 miljard weggeeft aan buitenlandse beleggers door de dividendbelasting af te schaffen). Tegen de vernietigende bureaucratie van het neoliberalisme is daarom landelijk verzet nodig.

Hoe krijgen we dat op gang? Door het goede voorbeeld te geven. Hierin ligt, net als in mei ’68, een belangrijke rol voor studenten weggelegd. Drie jaar geleden leek de wekenlange bezetting van het Maagdenhuis in Amsterdam een hoopvol begin. Dat eindigde met halfslachtige beloften van bestuurders en onterechte framing in de media. Maar de studenten zijn niet moegestreden. Integendeel: nog altijd zijn zij, net als de studenten- en arbeidersbewegingen van ‘68, doordrongen van het besef dat er een toekomst te winnen valt. Bij meerdere universiteiten in Nederland broeit het. Aan mijn universiteit, de UvA, organiseert Humanities Rally nieuwe protestacties met studentenbewegingen als New University! en University of Colour.

Wij geloven dat onze generatie daadwerkelijk nog in staat is tot protest en verandering. We kunnen niet stil zitten wachten op een toekomst waarin alles van waarde wegbezuinigd is. De studentenbewegingen zijn klaar voor een nieuwe opmars, zij aan zij met iedereen die waarde hecht aan betekenisvol en rechtvaardig samenleven. De erfenis van revolutiejaar 1968? Die maken we zelf.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • Sebald Bonebakker,

    Hallo Sebald,

    Hoorde stomverbaasd vandaag op de radio mijn naam, of eigenlijk die van jou en die hoor je nooit.
    Mooi om te horen dat een Sebald een goed en bevlogen verhaal hield.
    Succes met je actie.

    groet Sebald Bonebakker

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven