Flickr // Marc Nozell

Waarom we vaker over Bernie moeten praten

Bernie Sanders was een geduchte concurrent voor Democratische presidentskandidaat Hillary Clinton. Hoewel zijn verhaal het niet heeft gered in de voorverkiezingen, verdient het wel onze aandacht. Hij komt namelijk relatief weinig voor in onze media: uit een korte serie zoekopdrachten op de websites van NRC en de Volkskrant blijkt dat die media ruim twee keer zo vaak over Clinton als over Bernie schreven, en Trouw zelfs vier keer. Op televisie is Clinton ook populairder: De Wereld Draait Door had het maar liefst vier keer vaker over Clinton en bij Pauw is Bernie Sanders zelfs nog nooit aan bod gekomen. Dat is opmerkelijk, want ongeacht of Sanders verkozen wordt: zijn campagne is een interessant en belangrijk fenomeen – ook voor Nederlanders.

Tijdens zijn 25-jaar durende carrière in de Amerikaanse politiek heeft Sanders gevochten voor zaken die in Nederland al geaccepteerd waren, maar die in de VS nog taboe waren: LGBT-rechten, softdrugslegalisatie en sociale zekerheid. Zijn belangrijkste standpunt loopt echter vóór op onze politiek: de democratie kan en moet worden ingezet om te voorkomen dat economische machtsverschillen de nationale politiek bepalen.

Zijn belangrijkste standpunt loopt vóór op onze politiek

Onze doorgeschoten aandacht voor Clinton laat zien dat we nog geen besef hebben van het belang van Sanders' standpunt. Clinton is ervan overtuigd dat de Verenigde Staten de verantwoordelijkheid hebben om in te grijpen in internationale conflicten, maar tegelijkertijd ontvangt ze grote donaties van bedrijven die baat hebben bij het delven naar grondstoffen in het Midden-Oosten. Zo steunde ze als senator de inval in Irak, en als minister van Buitenlandse Zaken voerde ze campagne voor het ingrijpen in Libië – waarvan Obama heeft gezegd dat het de meest jammerlijke beslissing uit zijn presidentstijd was. Mede door die oorlogen heeft IS snel kunnen groeien en kampt Europa nu met talloze vluchtelingen.

Net als de invasies in het Midden-Oosten zal ook het Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP) verstrekkende gevolgen hebben voor Nederland. Als gevolg van TTIP kunnen bedrijven zich uitspreken tegen nadelige wetgeving. Dat vindt plaats terwijl we nu al zwichten voor de bedrijvenlobby, zoals het dieselgateschandaal bijvoorbeeld heeft laten zien. Ondanks het gesjoemel blijft strengere wetgeving achterwege. Sanders trekt flink van leer tegen TTIP: hij keert zich bijvoorbeeld tegen het feit dat de verdragen bedrijven de mogelijkheid geven om rechtszaken te starten om verhoging van minimumlonen en strengere regelgeving tegen te gaan. Het verdrag zou multinationals steunen, en niet de werkende families van de Verenigde Staten.

Onder invloed van de kritiek op dat verdrag, en vooral toen duidelijk werd hoe goed deze kritiek aansloeg, heeft ook Clinton haar steun voor TTIP ingetrokken. Nu blijkt hoe populair Sanders' standpunt over minimumloonsverhoging is, probeert ze zich dat standpunt ook toe te eigenen: ineens stond ze in New York bij een viering van de verhoging naar 15 dollar, terwijl ze daar nooit eerder campagne voor gevoerd heeft. Sanders staat al 25 jaar achter zijn benadering van deze problematiek, maar pas als de publieke steun daarvoor duidelijk is, gaat ook Clinton overstag. De steun voor Sanders’ campagne is enorm breed: hij heeft meer individuele donaties van meer donateurs gekregen dan wie dan ook. Vrijwilligers bellen voor hem het hele land plat en gaan honderdduizenden huizen langs. Zelfs als hij de voorverkiezing niet wint, zal zijn campagne een enorme weerslag hebben. Niet alleen heeft hij Clinton gedwongen om meer naar links af te buigen om zo meer Democraten aan te spreken, ook heeft hij nu al laten zien dat er een enorme behoefte is aan linksprogressief gedachtegoed. En dat wordt in de Nederlandse media schromelijk over het hoofd gezien.

Hij wordt in de Nederlandse media schromelijk over het hoofd gezien

Naast de directe impact die iedere nieuwe Amerikaanse president op de rest van de wereld heeft, laat Sanders ons ook nog eens iets zien over de Nederlandse politiek. Veel Amerikanen zijn al decennia gedesillusioneerd met de politiek. En terecht, want uit onderzoek van Princeton blijkt dat wetsvoorstellen die voordelig zijn voor de Amerikaanse onder- en middenklasse, maar nadelig voor de bovenklasse, nooit worden aangenomen. De stem van veel Amerikanen wordt in de praktijk zelden gehoord, en dat wekt woede op. Daarom is de anti-establishment-mentaliteit van Trump zo populair. Sanders' benadering spreekt diezelfde machteloze frustratie aan, maar op een constructieve en progressieve manier – zonder zoals Trump te vervallen in haat jegens minderheden als buitenlanders, moslims en vrouwen.

Dit is een nieuwe beweging in de Amerikaanse politiek, en datzelfde zou kunnen gebeuren in Nederland. Er zijn in hier genoeg mensen die zich afvragen of de afnemende invloed van de overheid in het bedrijfsleven, zoals bij de privatisering van overheidsinstellingen, soepele uitstootnormen of de gasboringen in Groningen, wel een goede zaak is. Mensen die de krimpende sociale voorzieningen en de bezuinigingen op het onderwijs een kwalijke zaak vinden, en die niet altijd geloven dat dat de schuld is van een groep buitenstaanders. Met LGBT-rechten, softdrugsbeleid en sociale zekerheid heeft Nederland altijd voorgelopen op de Verenigde Staten. Nu is Bernie Sanders daar echter de volgende progressieve stap aan het verkondigen: het beperken van de invloed van het bedrijfsleven op nationale en internationale wetgeving. Daar zou Nederland veel van kunnen leren, juist nu TTIP voor de deur staat. Juist nu de groep kiezers die zich ongehoord voelt blijft groeien. Tijd voor Nederland om de underdog eens goed in de gaten te houden.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven