Flickr / Minister-President

Waarom Wilders wel moest

Nog geen vierentwintig uur nadat het CDA van het Limburgs provinciebestuur het vertrouwen in de PVV had opgezegd, klapten de onderhandelingen in het Catshuis. Vooral Maxime Verhagen was verbolgen en verhulde dat niet tijdens de persconferentie. Wilders was een ‘wegloper’. Dit wekt de indruk dat de PVV, die inmiddels ‘good cop’ Hero Brinkman en tien procent van alle gekozen vertegenwoordigers in den landen heeft zien vertrekken, ten onder zal gaan in een catastrofale LPF-draaikolk van angst, walging, chaos en eigenbelang.

Maar schijn bedriegt. Want de LPF was een verweesde partij, een bijeengeraapt zooitje, de meeste LPF’ers waren praktisch vreemden voor elkaar. De LPF, kort gezegd, volgde geen waarneembare logica. Terwijl de PVV—en dan bedoel ik Geert Wilders—weldegelijk een heel duidelijke logische beslissing neemt. Om te laten zien waarom Wilders geen paniekvoetbal aan het spelen is, maar simpelweg doet wat hij moet doen, moet eerst duidelijk worden wat een populist tot een populist maakt.

Bij welhaast iedere populist kan men een grote morele crisis aantreffen waarin hij of zij het opneemt voor het deugdzame en kwetsbare volk.

Om populisme van andere politieke fenomenen te onderscheiden werken veel politicologen met ongeveer de volgende definitie: “populisme is een ideologie die de samenleving verdeelt in twee homogene groepen, het deugdzame volk en de corrupte elite”. En dat is een heel mooie definitie, maar het wekt de indruk dat iedereen die iets doet uit naam van het volk, en iedereen die zich afzet tegen een elite—corrupt of anderzijds ongewenst—een populist is. Volgens die redenering was Occupy ook een populistische beweging en zelfs Gandhi een populist. Als je er op die manier naar kijkt wordt ‘populisme’ een te brede en diffuse term, die op zoveel fenomenen van toepassing is dat het bijna geen werkbare betekenis kán hebben. Het specifiek populistische karakter van populisme wordt eigenlijk niet bepaald door de namen ‘volk’ en ‘elite’. Niet iedereen die ‘volk’ roept, is af.

Het zwaartepunt van deze definitie ligt veel meer in de termen ‘deugdzaam’ en ‘corrupt’. Populisten operen namens mensen die per definitie deugdzaam zijn, tegen mensen die per definitie corrupt zijn. Dit komt het best tot uiting in de manier waarop er altijd een groot, bijna onnoembaar, gevaar en een dreigende crisis opgevoerd moet worden, voordat er politiek bedreven wordt. Populisten spreken nooit namens zomaar een deel van het land over zomaar een politiek probleem. De problemen die door populisten aangekaart worden, zijn altijd heel bijzonder. Het gaat niet over overlast, maar over straatterreur. Het gaat niet over een toename van immigranten die niet gedragen kan worden door onze instituties, maar om een ‘tsunami’ en heuse ‘islamisering’ of een gecoördineerde poging tot het vestigen van een wereldkalifaat. Deze ‘grote boze dreiging’ betreft niet alleen immigranten. Pim Fortuyn kwam al naar Den Haag om een hele ‘Nieuwe Politiek’ te vestigen. Verdonk heeft ooit een debat lang volgehouden dat de wet de wet was. En dat verweer, de wet is de wet, lijkt dommig en tautologisch, en heeft schijnbaar evenveel betekenis als de opmerking dat een giraffe een giraffe is. Echter, het impliceert dat Verdonks politieke tegenstanders van plan waren de wet te negeren. Verdonk, kortom, was Neerlands laatste hoop in een tijd waarin politici moedwillig de wet poogden te overtreden om een leugenachtige Somalische collega aan een paspoort te helpen. Bij welhaast iedere populist kan men een grote morele crisis aantreffen waarin hij of zij het opneemt voor het deugdzame en kwetsbare volk.

De grote morele crisis is een prettig politiek instrument. Een morele crisis is altijd ernstiger dan een politieke crisis. Een politieke crisis kan opgelost worden door politici, bij een morele crisis worden alle politici plotseling onbetrouwbaar. Feitelijk functioneert de grote morele crisis als een soort troefkaart. Het stelt de populistische politicus in staat om zijn of haar tegenstanders op ieder gegeven moment volledig de mond te snoeren. Een populist presenteert zichzelf als moreel gelegitimeerd om vragen van (collega) parlementariërs simpelweg niet te beantwoorden, net zoals een populist moreel gelegitimeerd is om geen vragen van kritische media te beantwoorden. De strijd van populisten is altijd groter dan het parlement en altijd groter dan wat zo’n vastgeroeste politiek journalist kan bevatten. De Nederlandse handelsbelangen in Turkije vallen in het niets bij de ‘islamo-fascistische’ ambities van president Güls AK partij. Een scherper voorbeeld van de troefkaartlogica kan men vinden in een interview dat Sven Kockelmann ooit met Marine Le Pen ondernam. Daarin bevroeg hij haar over het feit dat er leden van het oude Vichy regime lid zijn van het Front National. Ze wierp tegen dat het FN ook leden had uit het verzet. Kockelmann wees haar er rustig op dat je verzetsleden niet tegen Nazi’s kan wegstrepen, en dat Nazi’s in je partij hoe dan ook een probleem zijn. Waarop ze plechtig sprak “Ik kan me niet druk maken over een paar partijleden, meneer, ik heb een land te redden.” De grote morele strijd die door populisten gestreden wordt, ligt in termen van omvang, betekenis en legitimiteit altijd ver voorbij het gebruikelijke politieke domein en de gebruikelijke politieke mores.

Er bestaat een duidelijk begrip om dit soort politiek—politiek  in tijden van (morele) crisis—aan te duiden. En dat is ‘de noodtoestand’. De noodtoestand is de politieke logica waaronder het populisme opereert. Alle gebruikelijke procedures, ieder parlementair fatsoen mag afgewezen worden, want, “ik heb een land te redden.” Fortuyn had de hele Nederlandse politiek te redden van de achterkamertjes en Wilders heeft het op zich genomen om heel de Joods-Christelijke beschaving voor de ondergang te behoeden. In dat geval is het meer dan logisch dat de pers niet te woord gestaan wordt in meer van 140 leestekens, of dat men wegloopt uit een debat.

Alle gebruikelijke procedures, ieder parlementair fatsoen mag afgewezen worden, want, “ik heb een land te redden.”

Maar in tegenstelling tot dictatoriale regimes als die van Hosni Mubarak en de Birmese junta, hebben Europese populisten, die altijd optreden binnen de lijnen van de democratie, niet de mogelijkheid zo’n noodtoestand per executief besluit op te leggen. De populistische grote morele crisis en de logica van de noodtoestand kunnen alleen maar via dominantie in de media en heel hard geschreeuw in het algemeen, tot stand gebracht worden. En om je collega parlementariërs op hun achterste benen te krijgen, om de voorpagina’s en de openingsitems te halen, moet er iedere keer weer een nieuwe crisis, een nieuwe grote boze dreiging gevonden worden.

Vanuit dat perspectief was Wilders’ probleem van de afgelopen dagen niet het feit dat er chaos in zijn partij was. Het onderliggende probleem was het feit dat er eigenlijk geen crisis meer was. Althans, geen crisis die groter was dan wat een parlement en een regering kunnen bevatten. De PVV was de afgelopen twee jaar langzaam aan het veranderen in een normale politieke partij. En dan begint de boel te rommelen. Want op het moment dat je niet meer moord en brand kan schreeuwen, op het moment dat je netjes in onderhandeling bent, een enkele tweet daargelaten, daagt het gevoel bij Brinkman en enkele statenleden dat ze persoonlijk verantwoordelijkheid moet nemen voor het optreden van de PVV. Met het verdwijnen van het idee dat het gedrag van Wilders noodzakelijk is en überhaupt niet ter discussie staat omdat het land in morele crisis verkeert, daagt het idee dat zoiets als een Polenmeldpunt en het uitschelden van een bevriend staatshoofd feitelijk onacceptabel is.[1]

Gewoonlijk beweegt de logica van de noodtoestand zich naar buiten. Er is een persoonlijk inzicht van een man of vrouw. Die man of vrouw verzamelt een groep getrouwen om zich heen die dat inzicht delen en er wordt vervolgens wijd en zijd en bijzonder luid verkondigd dat het land moreel op sterven na dood is, dat de nood hoog is. Wat we afgelopen zaterdag hebben gezien, was het moment waarop de logica van de noodtoestand zich naar binnen keerde.

De mannen en vrouwen om Wilders heen waren er in de loop van de tijd niet meer zo zeker van dat ze een land van de ondergang aan het redden waren, zitten ze niet al twee jaar in het centrum van de macht? PVV’ers kregen de mogelijkheid om in de luwte van de grote morele strijd over verschillen van inzicht te praten. Drentse en Limburgse Statenleden merkten dat ze zich normaal moesten verhouden tot een buitenlands staatshoofd. De PVV was feitelijk aan het veranderen in een gevestigde partij met afdelingen, gemeenteraden en provinciebesturen die langzamerhand ook met de typische politieke realiteit van gemeentes en provincies van doen kregen. Het grote gevaar van de islam en de straatterreur raakte uit het zicht. Deze ontwikkeling is ook helemaal in lijn met de politieke strategie van het “inkapselen”. Tot twee keer toe hebben oude rechtse partijen in Nederland gekozen voor een coalitie met nieuwe populisten. Vermoedelijk in de hoop dat de partij óf zou normaliseren en de grote boze dreiging zou afzweren, óf in elkaar zou storten. Blijkbaar heeft een populistische partij nog een derde optie: Opstappen en een nieuwe morele crisis aankondigen.

Dat is de weg die Wilders gekozen heeft, en wel moest kiezen, omdat de grote morele crisis altijd het principe is geweest voor zijn politieke organisatie. De noodklok heeft geklonken, de bel heeft getingeld voor de volgende ronde. Er is weer strijd, er zijn weer verkiezingen. Geen kamerlid zal het in tijden van verkiezingen in z’n hoofd halen om uit de fractie te stappen. Bovendien zijn verkiezingen een uitstekend moment om aan de fractievoorzitter te laten zien hoe loyaal en onmisbaar je bent. Andere partijen zullen hard van leer trekken tegen de PVV, de fractie wordt weer een solidair clubje underdogs. De corrupte elite en het deugdzame volk zijn inmiddels ook al geïdentificeerd. Ditmaal is het Brussel versus ‘de ouderen die ons land hebben opgebouwd’.

Populisme heeft niets te winnen bij normale toestanden.

Natuurlijk, om zijn partij te kunnen besturen naar het model van de noodtoestand heeft Wilders wel de Nederlandse regering, midden in een échte economische crisis, in elkaar laten donderen. Maar hij moest wel. Het was de enige noodtoestand die hij nog kon aanroepen, nieuwe verkiezingen! Terwijl we een begrotingstekort hebben, Europese verplichtingen en een hele Unie vol lidstaten die ons inmiddels wel rauw lusten. Maar hij moest wel. En dat hadden CDA en VVD moeten weten. Jozias van Aartsen, die als fractievoorzitter Geert Wilders heeft zien vertrekken, wist het in ieder geval al.

De manier waarop populisten regeren is dezelfde manier waarop ze oppositie voeren: door het aanroepen van een morele crisis die altijd al groter is dan iedere denkbare politieke crisis. En op diezelfde manier wordt partijdiscipline gehandhaafd. Iedereen moet z’n mond houden en meeknikken omdat de tijden te ernstig zijn voor gekissebis en lastige, tijdrovende partijdemocratie. Populisten opereren, kortom, binnen een democratisch spiegelpaleis. De normale gang van zaken wordt hun ondergang, en aanstaande ondergang is de orde van de dag. Populisten regeren, het land en hun partij, uit naam van een crisis. Populisme heeft niets te winnen bij normale toestanden. De vraag of een land echter iets te winnen heeft bij een nimmer aflatende noodtoestand moet u zelf maar beantwoorden.


[1] Op deze manier zijn ook Brinkmans pogingen om afstand te nemen van de gros (en de kern) van de PVV standpunten, heel begrijpelijk. Brinkman is tegen ‘het wegzetten van groepen mensen’, wat op het eerste gezicht vreemd lijkt voor een PVV’er. Het ligt echter ietsjes ingewikkelder: Brinkman is in principe tegen het wegzetten van groepen mensen, maar toen hij zich aansloot bij de PVV verkeerde het land in grote problemen. De mensen in het land hadden niemand die hen vertegenwoordigde en de barbaren stonden te rammelen aan de poorten. Er moest hard en beslist worden opgetreden. Het land verkeerde in nood. Nu de PVV hoog en droog in de kamer en zelfs in een coalitie zit, is de noodtoestand opgeven en is Brinkmans ‘sense of emergency’ verdwenen. Dan lijkt moslimpje pesten gewoon op moslimpje pesten, en dat is onnodig en ronduit akelig.

 

Gerelateerde artikelen
Reacties
5 Reacties
  • thomas houdt het hoofd koel. in de oppositie kan W. inderdaad blijven schoppen en blijft succes gewaarborgd. poging tot verder regeren als bezuinigingsmaatregelen al geïnstalleerd zijn en geen pijnlijke besluiten gemaakt hoeven te worden. nu doorregeren zou zijn ondergang kunnen zijn.

    ondertussen is nederland gigantische schade toegedaan in het uitblijven van bezuinigingen - afgezien van de vraag hoeveel en op wie en wat dat zou moeten gebeuren en of het vorige akkoord daar een eerlijke invulling aan gaf. dat terzijde.

  • Arjan Miedema,

    Goede analyse van populisme Thomas! Helaas komt deze analyse voor Rutte en co. te laat. Zij zijn nu zeer verbaasd over het weglopen, het kiezen voor eigenbelang en het opportunisme van Wilders.

    Is dat gespeeld of oprecht amateurisme?

  • Jens vt Klooster,

    Hoi Thomas,
    Goede uiteenzetting. Ik vraag me wel af, waar trek je de grens? Als gevestigde partijen veranderingen van de sociale zekerheid rechtvaardigen met de doem van de vergrijzing, de dreigende opkomst van China, de directe uittocht van alle fdi uit Nederland etc., zijn dat dan ook populisten? Zijn de Openbaringen van Johannes een populistische tekst?
    Groet,
    Jens

  • Sicco de Knecht,

    Beste Thomas,

    In het licht van het laatste campagnefilmpje van de man met het kapsel is deze analyse meer dan waar gebleken. Bijzonder is de manier waarop de PVV thema's aan elkaar weet te breien die ogenschijnlijk weinig tot niets met elkaar te maken hebben. Dit alles voorzien van gestolen beelden en muziek om onpasselijk bij te worden.

    Een klein puntje om mee te pesten: een van je voorspellingen is niet uitgekomen. Bij het presenteren van het partijprogramma zijn er twee fractieleden 'ontsnapt'. Wat is hiervoor je verklaring? Is het werkelijk zo dat de sfeer en werkwijze binnen de fractie abominabel zijn, of zien ook deze mensen 'noodzaak' om te vertrekken? Of is het misschien een plannetje van Wilders zelf om nog meer de gebeten hond te lijken?

    Tell us!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven