Wikimedia Commons / Embarkment of De Ruyter and De Witt at Texel, 1667 by Eugène Isabey

Waarom worden minderheidsstandpunten niet serieus genomen?

De première van de film Michiel de Ruyter heeft felle protesten uitgelokt in Amsterdam. Actiegroep Michiel de Rover stelt dat het project van 8 miljoen euro een koloniale en nationalistische propagandafilm is, waarin de beschermheer van de Nederlandse slavenhandel verheerlijkt wordt. In het licht van de Zwarte Pietendiscussie komen de duistere perioden uit de Nederlandse geschiedenis de laatste tijd vaker ter sprake, maar nog steeds is de nadruk op slavernij, gruwelijkheden en raciale onderdrukking een roep van de minderheid. Premier Balkenende beroemde zich op de Nederlandse VOC-mentaliteit en nog altijd krijgt het koloniale verleden weinig aandacht in het Geschiedenisonderwijs.

Het minderheidsstandpunt wordt vaak afgedaan als een gepolitiseerde kijk op de geschiedenis, terwijl de consensus – in dit geval, Michiel de Ruyter als zeeheld – objectiever als waarheid gezien wordt. Deze reactie berust in het gunstigste geval op een wijdverbreid misverstand, dat de Engelse schrijver George Mionbot elegant samenvat: ‘When someone says they have no politics, it means that their politics align with the status quo.’

De verheerlijking van Michiel de Ruyter is slechts één illustratie van ‘white privilege’

De verheerlijking van Michiel de Ruyter is slechts één illustratie van de recentelijk veelbesproken term ‘white privilege’. ‘White privilege’ wordt, bijvoorbeeld door de Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie, vooral gebruikt om sociale processen te beschrijven. Maar het fenomeen speelt ook op een veel fundamenteler niveau, bijvoorbeeld onder oudheidkundigen, die een grote invloed uitoefenen op de totstandkoming van onze culturele identiteit.

Antiek Griekenland en Rome worden vooral sinds de 19e eeuw, waarin ook het gezaghebbende instituut van het gymnasium ontstond, gezien als ‘bakermat van de westerse beschaving’. Classici houden dat beeld, volkomen begrijpelijk, maar al te graag in stand. De schok was dan ook groot toen sinoloog Martin Bernal in 1987 zijn eerste boek publiceerde in wat uiteindelijk een vierdelige reeks zou worden, met de provocerende titel Black Athena: The Afroasiatic Roots of Classical Civilization.

Bernal – oorspronkelijk gespecialiseerd in China – presenteerde een breed scala aan argumenten, van de Griekse archeologie tot aan Egyptische taalwetenschap. Het was dus onvermijdelijk dat deze ‘one man university’, zoals een collega en criticus hem eens omschreef, overspoeld zou worden door inhoudelijke kritiek van specialisten op de betreffende gebieden. Onvermoeibaar en openhartig nam Bernal deel aan het wetenschappelijk debat dat hij ontketend had, met een gezonde dosis zelfrelativering, zoals blijkt uit de manier waarop hij een critica analyseerde: ‘Here, as elsewhere, I believe she overestimates my villainy and underestimates my incompetence.’

De inleiding van Black Athena bevatte echter ook een duidelijk politiek mission statement, namelijk om de Europese culturele arrogantie te verminderen. Op dit politieke doeleinde werd Bernal keihard afgerekend, vooral door classica Mary Lefkowitz, die in 1996 het boek Not Out of Africa: How Afrocentrism Became an Excuse to Teach Myth as History publiceerde. Lefkowitz valt Bernal frontaal aan, maar vecht voornamelijk tegen een stroman: overtuigde afrocentristen hebben Black Athena sinds de publicatie gekaapt om onder meer te beargumenteren dat figuren als Socrates en Cleopatra ‘zwart’ waren – wat daarvan dan ook precies de definitie mag zijn. Het extreme zwarte nationalisme doet denken aan een beroemde scene uit een documentaire van Louis Theroux, waarin zwarte Israëliten beweren dat Shakespeare, Mozart en Beethoven zwart waren. Dit soort extremen zijn niet terug te vinden in Bernals theorie, noch in zijn ideologie. Bernal verklaarde in 1991: ‘My enemy is not Europe, it’s purity — the idea that purity ever exists, or that if it does exist, that it is somehow more culturally creative than mixture. I believe that the civilization of Greece is so attractive precisely because of those mixtures.’

Tegenstanders lijken de nuance van deze boodschap niet te willen horen. Ook Ineke Sluiter, hoogleraar Klassieke Talen in Leiden, rekent Bernal vooral af op zijn politiek ingegeven motivatie: ze noemt één van de problemen van Black Athena de ideologische doeleinden waarvoor het gekaapt werd, ‘not completely the fault of the author, but definitely facilitated by Bernal’s own none too subtle rhetoric’. Aan de andere kant omschrijft ze Lefkowitz als een ‘classicist who would evoke academic criteria (good ones!)’, zonder met een woord te reppen over diens banden met verschillende rechts-conservatieve organisaties en het feit dat Lefkowitz in een edited volume in reactie op Black Athena weigerde om bijdragen van Martin Bernal op te nemen.

Wie er gelijk heeft in de wetenschappelijke discussie tussen Lefkowitz en Bernal is – mede door het moddergooien van beide kanten – onmogelijk te bepalen. Net als in het geval van Michiel de Ruyter sluiten de verschillende perspectieven op de geschiedenis elkaar niet noodzakelijkerwijs volledig uit, maar scheppen zij twee complexe, genuanceerde beelden met een verschillende nadruk.

Tegenstanders lijken de nuance van deze boodschap niet te willen horen.

Uit de controverse rondom Black Athena blijkt echter dat de verdedigers van de status quo – in dit geval het blanke academische establishment – vaak worden gezien als de objectievere partij, terwijl zij minstens even politiek gedreven zijn als hun tegenstanders. Geschiedschrijving is altijd een keuze, al is het maar vanwege de onmetelijke omvang van de geschiedenis. Alleen al de selectie van onderwerp en feiten is mede het product van ideologie.

Het getuigt dan ook van moed en realisme om, zoals Bernal deed, eerlijk te zijn over ideologische drijfveren, in plaats van het onmogelijke – volledige objectiviteit – te claimen. Destijds ontving hij daar maar weinig erkenning voor, net als voor zijn wetenschappelijke werk. Nu - bijna dertig jaar na Black Athena - neemt de belangstelling voor invloeden uit het Nabije Oosten en Egypte onder classici gestaag toe en lijkt zijn missie, ‘to open up new areas of research to women and men with far better qualifications than I have’, toch geslaagd.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven