Houtsnede van Kiyomasu, collectie Rijksmuseum

Waarom zou je Het verhaal van Genji lezen?

The Pillow Book of Sei ShonagonSei Shonagon (vert. Ivan Morris)1967
Het verhaal van GenjiMurasaki Shikibu (vert. Jos Vos)2013

De hedendaagse consensus lijkt te zijn dat een boek het bespreken waard is omdat het recent is. De tijd om te lezen is, zoals elke lezer weet, beperkt. We moeten dus een selectie maken. Actualiteit als enig criterium voor de verdeling van tijd en aandacht lijkt een zeer armoedig criterium, vooral waar het literatuur betreft. Karel van het Reve, zonder twijfel een goed geïnformeerde en fervente lezer, bezag met medelijden de lezer die stapels boeken leest simpelweg om ‘bij te blijven.’ Als je toegang hebt tot teksten uit alle tijden en, in vertaling, uit elke taal, waarom zou je je dan beperken tot modieuze en hedendaagse boeken?

Eén van de fascinerende kenmerken van literatuur is juist dat wij teksten die eeuwen oud zijn kunnen lezen – ja, er zelfs door geraakt kunnen worden. Teksten die geschreven zijn door mensen in een tijdperk en cultuur die mijlenver van ons afstaat, ons misschien zelfs wezensvreemd is. Deze afstand in tijd, cultuur en taal wordt duizelingwekkend als we het hebben over Japanse hofliteratuur uit de Heian-Periode (grofweg van 800 tot 1150). Meer dan een millennium geleden geschreven door een zeer gecultiveerde en selecte groep hofdames in een taal met een syntaxis waarin men zinnen kan maken zonder onderwerp en zelfs zonder duidelijk meer- of enkelvoud. Waar vrouwen naar het heersend schoonheidsideaal hun tanden zwart verfden, leefden in de voortdurende schemering van gordijnen en kamerschermen,en parate kennis van de klassieke poëzie onontbeerlijk was. Deze groep was zo klein dat schrijvers en lezers praktisch samen vielen en de meeste schrijfsters aan elkaar verwant zijn.

Waarom zou je je beperken tot modieuze en hedendaagse boeken?

Sei Shonagon (vermoedelijk geboren in 965, sterfdatum onbekend) is een van de beroemdste schrijfsters uit de Heian-perdiode. Een even gevatte en erudiete als snobistische hofdame die de keizerin die ze diende (Teishi, 977–1001) verafgoodde en intens neerkeek op lagere rangen. Herhaaldelijk bekritiseert ze de tongval, het uiterlijk en überhaupt bestaan van boeren. In de (boeddhistische) overlevering wil het verhaal dat ze vanwege haar hatelijkheden en slechte karma een eenzame dood is gestorven.

Shonagon's Hoofdkussenboek is een goede introductie tot het tijdperk en genre. Het is een schijnbaar ongeordende verzameling van anekdotes, beschrijvingen van tijdgenoten, landschappen en seizoenen. Het opvallendste onderdeel van haar boek zijn de vele lijsten die het bevat (145 in het origineel). De opsommingen van plaatsnamen en functies worden in de meeste moderne uitgaves weggelaten, maar er zijn ook andere, zeer curieuze lijsten. Zoals de lijst van ‘Dingen die een prettige herinneringen uit het verleden oproepen’: brieven van een man waar men ooit van gehouden heeft, versieringen voor bepaalde feestdagen, een papieren waaier van het vorige seizoen. Maar ook, ‘Zeldzame dingen’: een bediende die geen kwaad spreekt over zijn meester, dat mensen die elkaar eeuwige vriendschap hebben beloofd dat tot het einde volhouden. En ‘Dingen die niet vergeleken kunnen worden’ zijn volgens Sei Shonagon, een persoon voor en nadat je van hem houdt, kraaien ’s nachts en overdag, zomer en winter.

Het is echter haar iets jongere tijdgenote Murasaki Shikibu die met de vermenging van de persoonlijke psychologische ontwikkelingen uit de dagboeken van de hofdames en het gebruik van een narratief zoals gebruikelijk in mythes en sages een waarlijk revolutionaire mix creëerde, een boek dat wel de eerste psychologische roman in de wereldgeschiedenis wordt genoemd, Het verhaal van Genji.

Murasaki Shikibu is niet de echte naam van de schrijfster; Murasaki verwijst vermoedelijk naar het hoofdpersonage uit haar eigen boek en Shikibu naar de functie van haar vader aan het hof. Wat wel bekend is, is dat de schrijfster rond 1005 in dienst trad van keizerin Shoshi. Volgens haar dagboek woonde ze als jong meisje de lessen Chinees van haar broer bij en leerde zodoende de klassieken. Chinees was indertijd de officiële taal met dezelfde functie en status als Latijn in het Westen. Het geschreven Japans had nog geen lange historie en een lage status. Het is dan ook geen toeval dat deze vroege Japanse literatuur grotendeels geschreven werd door vrouwen. Deze vrouwen schreven vooral gedichten (haiku’s en waka’s) en dagboeken, al dan niet voor ‘publicatie’ bestemd.

Chinees was de officiële taal met dezelfde functie en status als Latijn in het Westen.

De eerste 41 hoofdstukken van  Het verhaal van Genji beslaan het leven en de talloze amoureuze veroveringen van prins Genji. Hoofdstuk 42 tot en met 54 gaan over de twee generaties na hem. Murasaki begon vermoedelijk aan het werk rond 1001 en voltooide het 10 tot 20 jaar later. De hoofdstukken werden publiek zodra ze af waren, dus de roman was te lezen als een feuilleton. Overigens moesten lezers de manuscripten lenen of laten kopiëren door een kalligraaf om ze te kunnen lezen.

De omvangrijke roman bevat een cast van enkele honderden personages die bijna allemaal aan elkaar verwant zijn. Het leven van Genji valt als volgt samen te vatten: keizer krijgt bij zeer geliefde concubine een kind dat mooier en talentvoller is dan alle andere kinderen - de schitterende prins Genji. Door de lage afkomst van zijn moeder, het geroddel van de hovelingen en de zwakke positie van zijn vader, moet de jonge prins op eigen kracht carrière maken. Daardoorheen is een tweede lijn verweven: Genji’s onophoudelijke amoureuze veroveringen. Vrouwen van alle klassen en standen, jaloers, afwijzend of onwetend, maar altijd zeer charmant. Er is geen sprake van een enkelvoudig plot, we aanschouwen in dit werk het verstrijken van een halve eeuw en daarmee drie generaties personages aan het hof. Een voorbeeld van het verstrijken van de tijd en de opeenvolging van generaties is de Oeidipale liefde van Genji voor Fujitsubo, zijn jonge stiefmoeder. Een vrouw die zijn vader de keizer had gekozen vanwege de gelijkenis met de jonggestorven en innig geliefde moeder van Genji. Vervolgens ontmoet Genji zelf zijn grote liefde Murasaki (van wie hij eerst pleegvader wordt), een nichtje van Fujitsubo dat treffend op haar tante lijkt.

Maar de roman bestaat niet uitsluitend uit voorbijgaande affaires, het zit ook vol geestige details en tijdloze overpeinzingen, zoals over nut en aard van fictie. Door de onophoudelijke zomerregens zijn de dames van het paleis gedwongen binnen te blijven. Alle hofdames lezen verhalen om de verveling te verdrijven. Eén van de hofdames, wiens avonturen in de provinciën eerder in de roman zijn beschreven, bedenkt in een kort metafictioneel terzijde dat de verhalen die ze leest niet veel geloofwaardiger zijn dan haar eigen belevenissen. Genji treft haar lezend aan en begint een monoloog over de voors en tegens van literatuur. Enerzijds is literatuur verwerpelijk, want eigenlijk lees je de leugens van de auteur. Anderzijds is het door literatuur dat het nageslacht kan weten hoe het was om te leven tijdens de Heian-periode (die toen nog simpelweg het heden was). Personages uiten vaak hun verbazing dat een bijna volmaakt mens als Genji kan bestaan in die late Heian-periode. Telkens wordt benadrukt dat geen enkel lid van de jongere generatie hem in schoonheid en verfijning kan evenaren. Een onderliggende thema in het verhaal van Murasaki is dan ook de overtuiging te leven in de nadagen van een grootse beschaving. Dit maakt de drang die wereld te beschrijven des te schrijnender, zelfs al is het een geïdealiseerde en fictieve versie.

Geen enkel lid van de jongere generatie kan Genji in schoonheid en verfijning evenaren.

De melancholische onderstroom van een voortdurend besef van de onverbrekelijke verbinding tussen schoonheid en vergankelijkheid is een centraal onderdeel van de Japanse cultuur. De Japanners noemen deze sensibiliteit mono no aware, door de Nederlandse vertaler van Genji vertaald als ‘de helaasheid der dingen’. Hoewel deze term zelf in het boek niet voorkomt is elke beschrijving ermee doordrongen. Dit besef is voor de Japanners een cruciaal onderdeel van hun cultuur en het begint in de Heian-peridode.

Desondanks is het werk zelf alles behalve vergankelijk gebleken. Het verhaal van Genji hoef je niet te lezen om mee te kunnen praten over de meeste recente literaire ontwikkelingen. En toch, om af te sluiten met citaat uit Italo Calvino’s bundel Waarom zou je de klassieken lezen: 'Klassieke werken hebben de volgende eigenschap: hoe meer je ze denkt te kennen van horen zeggen, des te nieuwer, onverwachter en ongehoorder ze blijken te zijn wanneer je ze werkelijk leest.' Stel je de onverwachte vergezichten voor die je gebracht worden door een klassieker waarvan je het bestaan niet wist.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven