Wikimedia Commons

Wachten op Bouazza

Aangaande langverwachte zaken verschilt het nog wel eens hoe de hunkering naar hetgeen waar men op wacht gepresenteerd wordt. Zo nu en dan is de afwachting publiek. Een iPhone, bijvoorbeeld, kan de persen al doen stoppen voordat hij op de markt is verschenen. De hunkering wordt tautologisch gepresenteerd in de vorm van de hype: dat wat komen gaat is belangrijk omdat het belangrijk wordt gevonden. Maar vaak ook is de afwachting verborgen, krijgen wij er pas van te horen wanneer het wachten is geweest. Wie durft het namelijk aan te speculeren over, bijvoorbeeld, een literair werk? Wie betreedt de open vlakte die enkel toebehoort aan de schrijver? Hooguit een stommeling. Toch, wanneer wij als afwachtenden geen enkel recht van spreken hebben over het eindproduct, wil dat nog niet zeggen dat wij niet in afwachting kunnen zijn. En, omdat een dergelijke afwachting ook geen resonantie vindt in de vorm van de hype, betekent dit nog niet dat de afwachting oninteressant is. In het volgende zal ik juist deze verborgen afwachting, de op het oog lastig te presenteren hunkering , belichten door te verhalen over mijn verhouding met een boek dat nog niet is verschenen.

Een aantal dagen terug herlas ik de korte roman Spotvogel van Hafid Bouazza. Hafid Bouazza debuteerde in 1996 veelbelovend met de verhalenbundel De voeten van Abdullah, produceerde vervolgens een aantal andere goede werken, waaronder romans, essays en bloemlezingen, en had in 2003 zijn grootste succes met de roman Paravion (De Gouden Uil 2004). Pas zes jaar later verscheen zijn volgende roman, Spotvogel, waarop menig recensent van de gelegenheid gebruik maakte het wachten op het werk te thematiseren. Interessant, maar pas uitgesproken toen het wachten goeddeels was geweest. Ruim drie jaar na de recensies van Spotvogel is een volgende roman nog altijd niet verschenen - recensies evenmin -, maar bespeur ik bij mijzelf dat ik erg uitzie, ja zelfs hunker, naar een nieuw bedwelmend werk van een schrijver die zinnelijkheid, verlangen en onmacht zodanig aan zijn lezer kan opdringen dat hij de ervaring oproept van de dromerige scherpte van het ontwaken.

Verleden en toekomst hadden de gespannen rust van de hunkering maar weinig te vertellen.

Op zoek naar de mogelijkheden van het afwachten is dit een verslag van de leegte, de machteloosheid en uiteindelijk ook de vruchtbaarheid van de hunkering naar het nieuwe werk van Hafid Bouazza.

Het herlezen van een werk versterkt de band met een schrijver aanzienlijk. Wanneer een werk opnieuw bekoort, wanneer een schrijver wederom verrast kan het enthousiasme grote vormen aannemen. Zo ook dit keer, waarop het mij gebeurde dat mijn enthousiasme niet kanaliseerde in een vraatzuchtige zoektocht naar de laatste korrel van Bouazza’s oeuvre maar veeleer resulteerde in een oriëntatie op dat wat nog niet was. Wat zou zijn nieuwe werk brengen, wanneer zou het uitkomen? Ik besloot de droogogige blik van de verwachting niet direct te ontlopen maar rustig af te wachten, en te zien wat het wachten mij zou brengen. Om het wachten ‘aan te grijpen’ richtte ik mij op een aantal passages van Spotvogel maar al snel voelde het alsof ik gemakzuchtig dweepte met Bouazza’s geschiedenis. Vervolgens zocht ik naar recente artikelen over Bouazza die wellicht stiekem iets zouden kunnen verklappen over het nieuwe werk, maar kwam ik enkel meer te weten over zijn alcohol- en drugsgebruik. Verleden en toekomst hadden de gespannen rust van de hunkering maar weinig te vertellen. Wilde ik mijn wachten op een waarachtige manier begrijpen, zo ondervond ik, dan moest ik onderkennen dat ik niets te beslissen had, dat ik mijn verwachtingen had te beteugelen, mijn nostalgie had te bagatelliseren; ik moest begrijpen dat mijn hoop enkel troost zou kunnen bieden wanneer hij volledig leeg zou zijn. Vanuit een bewustzijn van de ‘werk-loze’ wereld waarin ik mij bevond groeide de leegte, vanuit een passieve houding  ten overstaan van zowel een wereld zonder werk - deze was toch leeg - als een mogelijke wereld met werk - deze was er toch niet - groeide mijn machteloosheid.

Ik moest begrijpen dat mijn hoop enkel troost zou kunnen bieden wanneer hij volledig leeg zou zijn.

Behoedzaam voor een bevredigend dwepen met dit eerdere werk blijkt er in Spotvogel niettemin een mogelijke vruchtbaarheid van het wachten te kunnen worden gevonden; de mogelijkheid ‘de geest te ruien’. Een nieuw begin, een nieuwe interesse in de wereld staat op het punt zich te ontvouwen wanneer de verteller van Spotvogel zijn pen heeft opgepakt om over een tragische liefdesgeschiedenis te vertellen. Ruim over de helft van het werk komt de verteller pas tot zijn verhaal, tot een nieuw begin. Het ruien van de geest, het klaar zijn voor een nieuw seizoen, gaat niet over een nacht ijs. En met deze geduldige openheid voor het nieuwe, die niet klinkt als een startschot maar eerder onhoorbaar is als het eindeloze gezoem van een laptop met onveranderlijk wit scherm, begreep ik ook mijn eigen wachten. Het werk van Bouazza is in staat een stukje werkelijkheid te onthullen, en dat daarna - hoe schoon, ongemakkelijk of tragisch het ook is-  te bedwelmen met zijn taal. Wanneer hij opnieuw een poging tot onthullen en bedwelmen zal wagen zal ik dat, als ik er in slaag geduldig te wachten, niet enkel begrijpen als een kort moment van verschijnen, maar eerder als het verstrijken van de tijd. De machteloosheid en de leegte van de werk-loze wereld dragen bij aan de literaire onthulling; zij vormen reeds een onderdeel van de wereld met het werk.

Gericht op een invulling die er nog niet is, is dit verslag van de hunkering eigenlijk een viering van de openheid. Ik blijf wachten op Bouazza terwijl ik niet geloof in de directe omwenteling. Ik blijf wachten omdat de betovering, de ridiculisering of het drama van de literatuur niet zonder meer kan worden opgeroepen. Ik blijf wachten op de zwarte letters van Bouazza, omdat ik geloof in de stille kracht van het witte scherm.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven