Wikimedia Commons

Wanneer ontstaat de Nederlander?

Wanneer is iemand een Nederlander? Als we onze huidige inburgeringexamens bekijken, lijkt het iets te maken te hebben met kennis van de Nederlandse taal en wat basale feiten over Nederland en zijn inwoners. Maar je kunt de vraag wanneer je Nederlander bent ook anders benaderen, namelijk: hoe lang kan iemand geen Nederlander zijn en blijven, als hij in Nederland woont?

Deze vraag – naar verstreken tijd op Nederlands grondgebied – levert een heel ander spectrum van migranten op, dan de vragen naar hun taalvaardigheid en identiteit. Aan de ene zijde van het spectrum zitten de net gearriveerde migranten die overduidelijk nog ‘nieuwkomers’ zijn; aan de andere zijde de migranten die al jaren functioneren in de maatschappij via banen, huizen en kinderen op scholen. Intuïtief zit er ergens tussen deze twee groepen een omslagpunt, op de as van de verstreken tijd, waarna het ontoelaatbaar wordt ze Nederland nog uit te zetten. Ongetwijfeld zullen de meningen uiteenlopen over waar dit omslagpunt precies zit – vijf jaar, tien jaar, twintig jaar, dertig jaar – maar niemand kan ontkennen dat op een gegeven moment voor een migrant zijn ‘land van herkomst’ zijn thuisland niet meer is. Laat staan voor zijn kinderen. Maar is hij daarmee automatisch Nederlander geworden?

Niemand kan ontkennen dat op een gegeven moment voor een migrant zijn ‘land van herkomst’ zijn thuisland niet meer is.

Dit levert een interessante situatie op, die ons terugvoert naar de normatieve fundamenten van de Nederlandse politieke bestuursvorm: de democratie. Het woord “democratie” stamt af van de Griekse woorden dèmos (volk) en krateo (heersen) en betekent “volksheerschappij”. Ofwel, een democratie onderscheidt zich van andere bestuursvormen omdat de eigendom van de Staat bij het volk ligt, en niet bij een monarch of een klein groepje mensen. Maar uit wie bestaat dit ‘volk’ dat mag stemmen? Zeker is dat dit niet bepaald kan worden door een select gezelschap, daar dit de basis achter een democratie – de volkssoevereiniteit – zou ondermijnen. Maar hoe weten we dan wie tot de Nederlandse demos behoort, met andere woorden, wie allemaal Nederlander is?

Het antwoord op deze vraag kan worden afgeleid van de innerlijke logica van de democratie als politiek systeem. Kort uitgelegd houdt deze in dat personen die permanent onder invloed van bepaalde wetgeving leven, de mogelijkheid moeten hebben om bij te dragen aan de vorming van deze wetgeving. Dit toont dat de democratie de meest inclusieve staatsvorm is die er bestaat, en gebonden is aan haar eigen regels. Deze ‘inclusieve redenering’ is door de geschiedenis heen door vele groepen gebruikt. Onder andere slaven en vrouwen eisten mogelijkheden tot politieke participatie, omdat zij de facto burgers waren van de maatschappij maar werden uitgesloten van stemrecht op moreel arbitraire gronden. Anders gezegd, een democratie heeft niet volledig de vrijheid haar eigen ‘demos’ te kiezen, want de sociale werkelijkheid definieert deze demos grotendeels. Daarmee is het politiek uitsluiten van tijdelijke bezoekers – zoals toeristen, internationale studenten en expats - geen probleem, maar leidt het uitsluiten van permanente groepen in de samenleving tot een democratisch tekort.

Anders gezegd, een democratie heeft niet volledig de vrijheid haar eigen ‘demos’ te kiezen, want de sociale werkelijkheid definieert deze demos grotendeels.

Dit werpt een ander licht op de vragen waarmee deze blog begon. Misschien heeft ‘Nederlander-zijn’ wel niet zoveel te maken met Nederlands kunnen spreken, of feiten over de Nederlandse Staat kennen. Misschien is ‘Nederlander-zijn’ wel simpelweg jarenlang permanent in Nederland meedraaien. Hoe het ook zij, dit betekent niet dat integratie onbelangrijk is. Het vloeiend kunnen spreken van de voertaal van je (nieuwe) thuisland blijft voor iedereen handig. Maar wat te denken van het feit dat de taal- en inburgeringexamens in Nederland, het aantal naturalisaties van migranten met 51,3 procent heeft doen dalen? En wat als daarbij blijkt dat deze groep ‘voor-eeuwig-niet-Nederlanders’ vooral bestaat uit getraumatiseerde vluchtelingen, vrouwen in achterstandsposities, analfabeten en ouderen? Voor de duidelijkheid, zij blijven dus wel in Nederland, maar zonder stemrecht.

Ik denk dat deze cijfers tonen dat er weinig visie schuilt achter het inburgeringbeleid dat de afgelopen tien jaar in Nederland is gevoerd. Want welke conceptuele en empirische verbanden worden er nu gelegd tussen integratie, burgerschap en democratie? Ze lijken zoek. En ik vermoed dat hierdoor de vraag ‘wanneer iemand Nederlander is’ een punt van frictie blijft.

Dit artikel verscheen eerder op Bureau De Helling.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven