Flickr // Filippo Minelli

Wantrouw politicus die zegt namens hét volk te spreken

Referenda zijn in heel Europa aan een opmars bezig. Afgelopen maand publiceerde de European Council on Foreign Relations een grondige studie naar de standpunten van maar liefst 45 als ‘populistisch’ geïdentificeerde partijen in Europa: The world according to Europe’s insurgent parties. De meest opvallende overeenkomst: vrijwel allemaal willen ze de besluitvorming middels referenda (over onder andere EU-lidmaatschap en vluchtelingenquota) ‘democratiseren’. Concreet proberen ze in de komende jaren bij elkaar opgeteld 34 referenda te realiseren.

Die ontwikkeling wordt in Nederland, onder anderen door nationalistisch georiënteerde publicisten als Thierry Baudet en Geerten Waling, veelal verwelkomd als een vorm van democratische vernieuwing. Omdat referenda echter vaak gepaard gaan met de suggestie dat ‘de volkswil’ daarmee tot een zuivere uitdrukking komt, zouden ze weleens kunnen uitmonden in een ondermijning van die democratie.

Nergens wordt dat duidelijker dan in het werk van de Franse denker Claude Lefort (1924–2010). Bijna gelijktijdig met het brexit-referendum, verscheen bij Boom uitgevers een bundel met elf nieuw vertaalde essays van zijn hand onder de titel: Wat is politiek? De timing lijkt briljant: wie zijn boodschap goed tot zich door laat dringen weet dat grote zorgen over de toekomst van de Europese democratie gerechtvaardigd zijn.

De meerderheid dicteert, de minderheid delft het onderspit

Van Machiavelli heeft Lefort geleerd dat de sociale strijd tussen wat we nu veelal ‘de elite’ (i grandi) en ‘het volk’ (il popolo) noemen, in elke samenleving onoplosbaar aanwezig is. Die tegenstelling is volgens Machiavelli 'constitutief' voor de politiek: de macht of de staat (il principe) ontspringt eruit als afzonderlijke ‘derde partij’ die zonder het sociale conflict niet zou kunnen bestaan. Door zich boven de maatschappelijke strijd te plaatsen, creëert de macht een publieke ruimte waarin haar autoriteit uitgeoefend kan worden. De taak van de politiek is het vervolgens om dit conflict beheersbaar te maken. Maar om dat op een goede manier te kunnen doen is het noodzakelijk dat de macht afstand houdt van de maatschappij: ze mag geen partij kiezen in het conflict waaruit ze zelf ontsprongen is.

Het revolutionaire en ongekende van de democratie is volgens Lefort dat de plaats van de macht voor het eerst een 'lege plaats' wordt. De goed functionerende democratie verhindert dat bestuurders zich de macht toe-eigenen of deze gaan incorporeren. De onontkoombare maatschappelijke verdeeldheid wordt door de democratie niet opgeheven of bestreden, maar juist gerechtvaardigd en geïnstitutionaliseerd. Zo voorkomt zij dat een enkel individu of een enkele groep onlosmakelijk met de macht verbonden kan zijn. Die macht kan daardoor niet langer worden uitgebeeld. Zichtbaar zijn alleen de mechanismen van de uitoefening ervan en de mensen die als ‘passant’ het politieke gezag bekleden.

Compromisvorming is niet langer nodig

Verwees in premodern Europa de macht nog naar een transcendente orde, in moderne samenlevingsvormen wordt zij voorgesteld als voortkomend uit de samenleving zelf. Wat voor de democratie echter cruciaal is, is dat de macht, ook nu ze uit een volksstemming voortvloeit, niet ín de samenleving mag huizen. Zakt de democratische macht wél terug in de samenleving waaruit ze ontsprongen is, dan dreigt wat volgens Lefort de Januskop van de democratie is: de totalitaire samenleving. De aanvankelijk lege plaats van de moderne democratische macht wordt dan weer ‘gevuld’. Niet, zoals in premoderne samenlevingsvormen, met iets dat de samenleving overstijgt, maar met iets dat uit de samenleving zélf voorkomt. Bijvoorbeeld met het waanbeeld van het Ene volk dat als organische eenheid zoekt naar een uitgebeelde macht, naar een staat zonder verdeeldheid.

Wat veel ‘populistische’ partijen middels referenda nastreven is de verplaatsing van soevereiniteit van ‘de elite’ of het parlement (Wilders: ‘nepparlement’) naar ‘het volk’. Vaak gaat dat gepaard met de suggestie dat de juiste interpretatie van de zogenaamd ondeelbare volkswil gekend wordt: de uitslag van een referendum biedt in hun ogen dan ook geen ruimte voor nuance of grijstinten. Hét volk heeft immers gesproken. De meerderheid dicteert, de minderheid delft eenvoudigweg het onderspit. Compromisvorming is niet langer nodig.

Ook het volk is hopeloos en onoplosbaar verdeeld

Uiteindelijk komt dat erop neer dat de leegte in het hart van de democratische staat gevuld dreigt te worden met het fantasma van een volk dat organisch en onverdeeld is. Daarmee wordt gebruik gemaakt van de kwetsbaarheid van de democratie als geïnstitutionaliseerd conflict, en wordt dit conflict tegen de democratie ingezet.

Wantrouw daarom politici die namens hét volk zeggen te spreken. Die niet kunnen erkennen dat ook het volk hopeloos en onoplosbaar verdeeld is. Lefort leert ons dat de democratie de enige samenlevingsvorm is die de onoplosbaarheid van sociale en politieke conflicten erkent en legitimeert. Maar ook dat de totalitaire verleiding in de democratie zelf besloten ligt, en dus altijd op de loer blijft liggen. Vooral als het waanbeeld van de organische eenheid herleeft.

Dit artikel verscheen eerder in Het Financieele Dagblad (5 augustus 2016). In verband met het deze maand in opdracht van de PVV gepubliceerde onderzoeksrapport ‘Echte democratie’, waarin Paul Cliteur en Thierry Baudet het referendum als oplossing voorstellen voor de legitimiteitscrisis waarin de representatieve democratie zou verkeren, publiceren we het vandaag op deFusie.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven