Flick / Dennis Hill

Wat is Speculatief Realisme?

After FinitudeQuentin Meillassoux2007
The Quadruple ObjectGraham Harman2011
Vibrant MatterJane Bennett2010

Wie mensen behandelt als dingen, is niet goed bezig: iemand als een ding behandelen betekent diegene onwaardig behandelen, uitbuiten en ontmenselijken. Maar deze uitdrukking suggereert dat we er geen probleem mee hebben om dingen te behandelen als dingen – dat wil zeggen: om dingen uit te buiten en onwaardig te behandelen. En toch zijn dingen belangrijke factoren, zowel in ons persoonlijke leven als in de wereldpolitiek. In het tijdperk van Fukushima, van Katrina, van de Large Hadron Collider en van de iPad is het daarom belangrijk om ons opnieuw de vraag te stellen: wat is een ding?

In de (continentale) filosofie zijn ‘dingen’ sinds kort weer een hot issue. De filosofie heeft zich van Kant tot Husserl tot de postmodernisten twee eeuwen lang bijna uitsluitend gericht op de manier waarop een subject (mens) zich verhoudt tot objecten (dingen), en zich daarbij blind gestaard op de menselijke kant van de zaak. Nu is een nieuwe generatie filosofen bezig om objecten als objecten te denken. Dat leidt tot een nieuwe vorm van realistische filosofie: een stijl van denken die aanneemt dat de dingen die bestaan een eigen consistentie hebben, los van de menselijke toegang tot die dingen.

Je kon makkelijker zeggen dat je een kinderlokker bent dan dat je een realist bent

Deze nieuwe golf van realisme brengt de nodige weerstand met zich mee – de filosoof Manuel DeLanda heeft eens gezegd dat je tien jaar geleden op een conferentie makkelijker kon zeggen dat je een kinderlokker bent dan dat je een realist bent – maar inmiddels begint het een gevestigde stroming te worden. Auteurs als Quentin Meillassoux, Graham Harman en Tristan Garcia gelden als de spannendste denkers van de 21e eeuw; het new realism van Markus Gabriel is inmiddels zelfs in de filosofische mainstream omarmd als de spannende nieuwe stroming.

De geboorte van dit nieuwe realisme valt heel exact te dateren: op 27 april 2007 vond in Goldsmiths College, Londen, een workshop plaats met de titel ‘Speculative Realism’. Sprekers waren Ray Brassier, Iain Hamilton Grant, Graham Harman en Quentin Meillasoux – vier relatief jonge filosofen, die ondanks grote verschillen tussen hun manieren van werken één ding gemeen hadden: allemaal proberen ze de filosofie te bevrijden uit het antropocentrisme waar ze sinds Kant in vast zit.

Achteraf valt te zeggen dat de voornaamste impact van deze workshop de introductie was van Quentin Meillassoux in de Engelstalige wereld. Meillassoux was in Frankrijk al bekend als de meest veelbelovende leerling van Alain Badiou, maar was internationaal nog weinig zichtbaar. De conferentie in Londen bracht daar verandering in, en kort daarna is Meillassoux’ Après la finitude in het Engels vertaald.

In After Finitude onderneemt Meillassoux het ambitieuze filosofische project om een toegang tot het ‘absolute’ te vinden. Zijn invloedrijkste inzicht zit in zijn analyse van de redenen van eerdere denkers om de zoektocht naar het absolute op te geven: filosofen van Kant tot Heidegger houden vast aan wat Meillassoux het ‘correlationisme’ noemt. De redenering van het correlationisme gaat als volgt: het ‘absolute’ (wat dat verder ook moge zijn) zou volledig los moeten staan van ons kenvermogen – anders zou het niet absoluut zijn, maar relatief aan ons. Maar het is niet mogelijk om iets te kennen dat los staat van ons kenvermogen, of om iets te denken dat onafhankelijk is van ons denkvermogen: op het moment dat we het proberen te denken, is datgene wat we denken al niet meer onafhankelijk van ons denkvermogen! Het absolute is dus volstrekt onkenbaar en ondenkbaar, en iedere poging om het absolute te kennen of te denken is gedoemd te mislukken.

Het speculatief realisme is de voorhoede in de strijd tegen de Kantiaanse traditie

Het correlationisme loopt door deze redenering uit op een antropocentrisme. Iedere poging om iets te zeggen over hoe de wereld onafhankelijk van het menselijk kenvermogen is loopt uit op een uitspraak over de wereld in relatie tot menselijke kennis – er is dus geen kennis die niet met de mens te maken heeft. Dat mag er op het eerste gezicht plausibel uit zien (het ondenkbare is immers niet denkbaar), maar Meillassoux laat haarscherp zien dat er een aantal onwenselijke consequenties uit volgen. Wanneer wetenschappers bijvoorbeeld zeggen dat de aarde 4,54 miljard jaar geleden is ontstaan, doen ze een heldere uitspraak over een gebeurtenis die plaatsvond voordat er menselijke kennis bestond. De correlationist zou, volgens zijn eigen principes, moeten volhouden dat deze uitspraak eigenlijk niet gaat over het ontstaan van de aarde zelf, maar over de menselijke kennis over het ontstaan van de aarde – wat zo ver af staat van de eigenlijke wetenschappelijke uitspraak, dat de correlationist zijn geloofwaardigheid kwijtraakt.

Dit argument is in Meillassoux’ boek slechts een opstapje tot een ingewikkelde strategie om het correlationisme te overwinnen door het te radicaliseren. Maar dit opstapje heeft in de (continentale) filosofie ruimte gemaakt voor de opkomst van een nieuw realisme. Correlationisme leek na Kant de enige plausibele optie in de filosofie, maar Meillassoux heeft een besef gewekt van de beperkingen van het correlationisme. Sinds Meillassoux zijn realisten niet meer de kinderlokkers van de filosofie, maar juist de avant-gardisten. Het speculatief realisme is de voorhoede in de strijd tegen de Kantiaanse traditie.

Een van de meest fascinerende projecten die onder het paraplubegrip ‘speculatief realisme’ vallen, is de Object-Oriented Ontology (OOO) van Graham Harman. In boeken als Guerilla Metaphysics (2005) en The Quadruple Object (2011) verkent Harman wat objecten zijn en wat ze doen. Dit klinkt misschien als een droge en ouderwetse exercitie in de aloude metafysica van substanties en eigenschappen, maar Harman’s objecten zijn buitengewoon rijke en volle wezens, die verrassend veel op ons mensen lijken: stille dieptes verborgen achter karikaturale façades, die alleen communiceren door simplificatie en misverstand. Daar komt nog een meesterlijke schrijfstijl bovenop – Harman’s filosofisch proza is rijk, scherp en speels tegelijk; hij is een van de zeldzame filosofen die diepgravende materie in goed leesbare werken presenteert.

Voor Harman bestaan objecten uit een zintuiglijke component (sensible object) en een reële component (real object). (Beide componenten hebben hun eigenschappen: zintuiglijke eigenschappen en reële eigenschappen. Dat geeft een viervoudige structuur – vandaar The Quadruple Object.) Het reële object is het volledige object, het object los van zijn verhoudingen tot andere dingen. Of het nu gaat om een bloembak, een proton of de Mona Lisa, dit reële object heeft een enorme rijkdom aan eigenschappen, die het op een eigen manier en in een eigen stijl combineert. Wanneer objecten met elkaar in contact komen, is er geen contact tussen twee reële objecten met hun volledige arsenaal aan eigenschappen – dingen vertalen en vereenvoudigen elkaar. Zelfs in de meest complexe interacties raken dingen elkaar nooit direct, maar alleen via de waarneembare afschaduwingen die ze elkaar laten zien. Deze afschaduwing is wat Harman het zintuiglijke object (sensible object) noemt.

Zelfs wie alle boeken over de Mona Lisa heeft gelezen, weet niet hoe ze smaakt

In menselijke interacties is dit bijzonder duidelijk: in contact met een winkelbediende maken we over het algemeen geen contact met diens familiegeschiedenis, Ajax-clubkaart of schelpenverzameling – hoewel dat allemaal ontegenzeggelijk aspecten van die persoon zijn. Maar ook interacties tussen mensen en dingen, en tussen dingen onderling vinden plaats via simplificaties. Neem de vloer onder uw voeten. Zelfs de eigenschappen die belangrijk voor ons kunnen zijn, zoals de kleur en hardheid, merken we pas op als iemand ons erop attent maakt. De smaak, voedingswaarde of de brandbaarheid van de vloer zijn voor ons volstrekt irrelevant – daarmee maken we geen contact, totdat we een bewust besluit maken om dat te doen. Een houtworm zal contact maken met de smaak en voedingswaarde van een houten vloer, maar de kleur negeren; een brand zal de brandbaarheid en kleur aantasten, maar de hardheid negeren; een orkaan zal de hardheid aanraken, maar de meeste andere eigenschappen laten zitten. Dat betekent niet dat dingen niet in staat zijn om hun begrip van andere dingen uit te breiden – we kunnen besluiten om op onderzoek uit te gaan, en nieuwe aspecten te leren kennen. Maar we hebben nooit contact met het volledige ding (zelfs wie alle boeken over de Mona Lisa heeft gelezen, weet niet hoe ze smaakt).

Door de suggestie dat er in de wereld van de dingen een onontgonnen rijkdom te ontdekken valt is het werk van Graham Harman bijzonder invloedrijk in de kunst. Op de ranglijst met invloedrijkste mensen in de kunstwereld van ArtReview bijvoorbeeld, stegen de speculatief realisten afgelopen jaar van de 81e naar de 68e plaats; Harman leverde bijdragen aan grote kunstevenementen als documenta13 in Kassel en aan de biënnale van Taipei van 2014. Ook in politieke theorie begint de invloed van het Speculatief Realisme voelbaar te worden. Hier is een van de belangrijkste pioniers Jane Bennett, die in 2010 met haar boek Vibrant Matter de brug slaat tussen speculatieve dingmetafysica en politieke kwesties als ecologie en biotechnologie.

Speculatief realisme heeft de dingen weer op de filosofische agenda gezet. Acht jaar later lijkt duidelijk dat de dingen niet zomaar meer weg gaan: de zoektocht naar een niet-antropocentrisch denken, dat een adequate en interessante analyse kan geven van het leven van objecten. Het is altijd de vraag of en hoe filosofische ontwikkelingen in het dagelijks leven doorklinken, maar misschien dat het speculatief realisme met een hernieuwd respect voor de dingen ervoor kan zorgen dat het in de toekomst geen zonde meer is om mensen als dingen te behandelen.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • Interessante materie! Wat ik me wel afvraag is of het serieus nemen van dingen er niet ook toe zou leiden dat we extra eisen stellen aan de dingen. Indien deze groep promotie krijgt, zouden ze dan naast meer rechten ook niet meer plichten moeten krijgen? Je zou over de huidige situatie kunnen dat niet alleen veel mensen de de dingen als dingen behandelen, maar afgezien van de aangehaalde iPad lijken veel dingen ook mensen als dingen te behandelen). Of is deze gedachte te antropocentrisch voor de object-georienteerden en moeten slechts mensen zich aanpassen en rekenschap geven van de andere entiteiten?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven