Flickr / -JvL-

Wat we willen bestaat helemaal niet

Transparantie is het code- en modewoord van de afgelopen politieke jaren. De term ‘achterkamertjes’ is zorgvuldig negatief geframed en dankzij Samsom gaat het om ‘het eerlijke verhaal’. Alles moet in het openbaar, maar ook alles moet perfect. Het verbaast me nauwelijks dat kabinetten de rit nooit meer uitzitten nu alles transparant is geworden. Onvolkomenheden zijn er namelijk altijd, ze worden nu alleen uitvergroot op een retinascherm en keihard afgestraft. Elke misstap leidt tot een val, het aantal moties van wantrouwen is sinds de eeuwwisseling flink toegenomen. Het is exemplarisch voor hoe we naar de wereld kijken; we kunnen de imperfecties die zichtbaar zijn geworden niet uitstaan.

We hebben een groot probleem: de lat ligt te hoog. We willen dat alles transparant is, en we willen dat alles perfect gaat. Door de digitale ontwikkelingen van de afgelopen twintig jaar is er meer zichtbaar geworden. Nieuws is altijd en overal, enerzijds door de continue beschikbaarheid dankzij internet en smartphones, anderzijds door de continue mogelijkheid te filmen en gefilmd te worden.

We kunnen de imperfecties die zichtbaar zijn geworden niet uitstaan.

Daarnaast zijn we door de digitale revolutie gewend geraakt aan een niet-bestaande Photoshop-perfectie. Gewend aan de kutjes van de Playboy, aan de wel-heel-erg-bruine huidskleur (Photoshop is racisme) van H&M-modellen, aan de soepelste gesprekken aan talkshowtafels. Als gevolg hiervan stellen we aan de praktijk dezelfde eisen als aan de bikini-billboards. De praktijk is echter sloppy en daar mag je dus niet hetzelfde van verwachten als van het voorbedachte. Net zoals je het echte leven niet gelijk kan stellen aan een heldenroman.

Transparant en perfectie bestaan nooit tegelijkertijd. Of je krijgt een perfecte wereld, maar dan mag (en wil) je niet zien hoe die gemaakt wordt, of je krijgt een transparante wereld en dan weet je zeker dat ‘ie niet perfect zal zijn.

Verwachten we wel perfectie in deze transparante tijden, dan worden we vervelende betweters. En het aantal betweters neemt toe met de opkomst van technologie en bijhorende transparantie. Zoals Rob Wijnberg twee maanden geleden in zijn column op De Correspondent aanstipte over de controle van voetbalscheidsrechters: van een tackle ziet de kijker herhaling op herhaling, bij voorkeur beeldje voor beeldje, om te bepalen of de speler de man raakt of de bal. En elke foute beslissing wordt breed uitgemeten, bijvoorbeeld door te bellen met oud-scheidsrechter Mario van de Ende, of ze ‘blunders’ te noemen in voetbalpraatprogramma’s (‘Hij kan er niks van!’).

Deze transparantie in combinatie met de drang naar perfectie houdt ook de politiek in een houdgreep. Zoals Tom-Jan Meeus in de NRC van 21 december jongstleden schrijft: ‘Lubbers reed ooit met een slok op tegen een paaltje. Daarna werd hij premier. Nu moet een Kamerlid dat is betrapt met te veel drank achter het stuur, Mathijs Huizing (VVD), ogenblikkelijk opstappen: ondenkbaar dat zo’n fout nog met een mildere sanctie wordt afgedaan.’ En dan laat ik Onno Hoesgate nog even buiten beschouwing; een burgemeester wordt al vreemdgaand gefotografeerd en zijn politieke functie staat direct ter discussie.

We kunnen de praktijk wel onder de microscoop leggen, maar er gaan natuurlijk dingen fout en er gaan natuurlijk dingen rommelig. Dat wordt niet beter bij heftige controle. Sterker nog, hoe beter de microscoop, hoe meer er zichtbaar is. Hoe beter zichtbaar is wat er allemaal niet perfect gaat. We zien scheurtjes en onvolkomenheden die we voor de digitale revolutie nog niet zagen. Bovendien werkt heftige controle averechts: je verkrampt als je weet dat je strak wordt gecontroleerd en elke fout einde carrière kan betekenen. Het gecontroleerde subject wordt op de vingers gekeken. Iedereen weet, als iemand je op je vingers kijkt, ga je het werk dat je doet bijna altijd minder goed doen. Elke uitspraak is een penalty in een WK-finale geworden.

Voor de digitale ontwikkelingen was minder goed zichtbaar hoe politiek tot stand kwam, en dus was er minder aan de hand. Nu kunnen we alles zien, en weten we niet wat we ermee aan moeten. Als een doof kind dat ineens kan horen. Dit verklaart de kloof tussen burger en politiek; de façade is weggevallen, en nu kan de burger zien hoe rommelig politiek eigenlijk is.

De waarheid is misschien wel niet zo hemels als god, niet zo perfect als de Playboy.

In de de Verlichtingstraditie zijn we geneigd te denken dat de technologische ontwikkelingen ook vooruitgang garanderen. De nieuw ontdekte waarheid is misschien wel helemaal niet zo rooskleurig als verwacht. En nu we meer kunnen zien, zien we dat politici maar wat doen. En die kennis leidt, heel logisch, tot ontevredenheid. Maar de waarheid is misschien wel niet zo hemels als god, niet zo perfect als de Playboy.

We proberen panisch een perfecte waarheid te vinden die helemaal niet als zodanig bestaat. Dat gaat natuurlijk niet lukken. Het enige wat ons rest, is berusting; berusting in dat heel veel dingen niet zo goed gaan. En hoewel politiek altijd sloppy geweest is, kijk eens waar het ons heeft gebracht. Minder transparant zullen we de wereld wel niet meer krijgen, maar iets minder alleseisend zou (misschien) wel kunnen. Want, gelukkig gaat het over het geheel genomen best oké met ons.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven