Flickr / gadgetdude

Wel een diploma maar niet geschikt?

Het lijkt een terugkerend fenomeen te worden dat de universiteiten met selecteren en motiveren aan de poort de kranten halen. Deze keer is het de Universiteit Utrecht die een ferme boodschap uitdraagt richting haar aanstaanden en hard-to-get speelt met een verhaal over selectie en matching (De Volkskrant, maandag 1 oktober). Vervolgens stelt de jeugdige generatie, terecht, kritische vragen bij het onderwerp (nrc.next, donderdag 4 oktober) maar één ding staat vast: het onderwerp staat op de agenda en langzaamaan beginnen we te wennen aan deze verschuiving in de bereikbaarheid van onderwijs.

Toch is het invoeren van dit nieuwe beleid niet bepaald een simpele kosten-baten-analyse en verkijken instellingen zich lelijk in de consequenties van selecteren aan de poort. Er wordt maar al te lichtvoetig gespeeld met belangrijke voorwaarden van ons onderwijssysteem en we lijken blind voor de valse en misleidende assumpties die de grond vormen van dit beleid. Want, wie selecteer je nu eigenlijk en op welke grond, en belangrijker, past de aanpak eigenlijk wel binnen de Nederlandse onderwijsfilosofie?

Onderwijzen is niet alleen een trechter in een student zijn hoofd planten en daar zo snel mogelijk alle benodigde kennis in proppen.

Als we het voorbeeld van de UU bij de kop pakken moeten we beginnen met een compliment. Op veel vlakken is deze instelling haar competitie voor: ze voerde als eerste (en meest succesvol) een coherent Bachelor-Master plan door, organiseert haar onderwijs op een geordende en haalbare manier en durft een aanzienlijk deel van het onderwijsprogramma over te laten aan de eigen invulling van de student.

Het braafste jongetje van de klas kondigt nu matchingsgesprekken aan – niet per se iets nieuws – en wil studenten laten wennen aan hun studie met een tienweekse proeftijd. Na deze proeftijd mag de student nog zonder problemen overstappen naar een andere studie en dat is zeker een unicum te noemen. Wat goed is aan deze aanpak is dat de UU hierbij ook de vruchten plukt van de beste ‘voorspeller’ voor het studierendement: het eerste tentamen. Want laten we wel wezen, er mag dan een studiehuis zijn met profielen dat hoegenaamd beter voor moet bereiden op het vervolgonderwijs, maar via de voorlichtingsfolder kom je er echt niet achter of een opleiding bij je past. Een paar weken ‘echt’ studeren moet je toch een beter beeld geven om een echte beslissing te nemen. Nu maar hopen dat opleidingen in deze periode ook werkelijk iets representatiefs laten zien.

Wat we echter niet moeten vergeten is dat matching en selectie niet over een nacht ijs gaan. Het kost ontelbare manuren om studenten allemaal op gesprek te laten komen en het kost nog veel meer gepiel en gepruts om ze vervolgens allemaal opnieuw te moeten registeren als ze willen switchen. Bovendien mag je je in Nederland aanmelden voor een opleiding tot 31 augustus en zie deze studenten dan nog maar eens voor 1 september in gesprekje te plannen. De voorspellende waarde van matching is sowieso niet overweldigend groot, laten we het zo zeggen: een medicus zou zich doodschrikken van het aantal verkeerde indicaties dat een dergelijke test geeft. Maar, gelukkig gaat het slechts om de toekomst van tienduizenden studenten...

Maar, laten we er voor de rest van de bespreking even van uitgaan dat selecteren zin heeft en min of meer kosteneffectief is. Welke vruchten vallen er dan werkelijk te plukken en wat is de achterliggende boodschap van het selecteren, aan welke poort dan ook? Eigenlijk zeggen instellingen met deze methode: leuk dat je een diploma hebt, maar wat dat waard is dat bepalen wij wel even voor jou.

Leuk dat je een diploma hebt, maar wat dat waard is dat bepalen wij wel even voor jou.

Dit is een harde breuk met het onderwijssysteem dat we hebben, waarin bepaalde diploma’s juist (wettelijke!) garantie op een vervolgopleiding bieden.  In Nederland is de selectie op niveau reeds gedaan door onderwijs zelf (geholpen door het Cito), voordat we aan de slag gaan met het volgende leertraject. Er is een bepaald niveau dat je moet halen en dat geeft bepaalde garanties. Als we vinden dat iemand geen recht heeft om het volgende niveau te betreden dan zou hij toch ook het diploma niet moeten behalen, of niet?

Tot slot: stel dat het je lukt om alle excellente studenten binnen te krijgen – niemand die ons kan vertellen hoeveel dat er zijn – dan zul je ze toch een bepaald niveau van onderwijs moeten bieden. We zien deze manier van denken ook terug in de University Colleges die in het land opspringen, de enorme zwik (al dan niet zelfverklaarde) excellente masters en honoursprogramma’s. Stuk voor stuk liefdevolle pogingen om mooi en prestigieus onderwijs aan te bieden in een inspirerende setting met een variëteit aan studenten etc. etc.. Maar de ervaring blijft steevast dat het onderwijs dat aangeboden wordt helemaal niet per se bijzonder veel beter is. Het is misschien wel een clubje hele slimme studenten dat je lesgeeft maar of hun niveau nu werkelijk te danken is aan jouw onderwijs is nog maar zeer de vraag.

De conclusie moet dan ook zijn dat het wel erg makkelijk is om je als instelling met selectie aan de poort van je eigen didactische verantwoordelijkheid te kwijten. Onderwijzen is niet alleen een trechter in een student zijn hoofd planten en daar zo snel mogelijk alle benodigde kennis in proppen, het is een proces waarin juist de persoonlijke (academische) vorming voorop staat. Daar horen motiveren, begeleiden en competentiegericht aansturen bij, met als uiteindelijk doel het in de maatschappij zetten van een kritische en autodicatische mens. Als er al winst te behalen valt op kwaliteit, niveau en misschien rendement van studerenden, dan is het vooral binnen de poort, niet aan de poort.

Gerelateerde artikelen
Reacties
3 Reacties
  • ik mis argumentatie tegen de welbekende motivering van selectie aan de poort. gezien de laagdrempeligheid van het VWO-onderwijs en de instroommogelijkheid vanuit HBO is de garantie op vervolgonderwijs, waar jij het over hebt, achterhaald. ongeacht hoe dit momenteel wettelijk is geregeld, leidt garantie op vervolgonderwijs vanzelf tot het heen en weer schuiven van verantwoordelijkheden tussen onderwijssystemen, zoals bijvoorbeeld in dit artikel (het niveau is niet in orde, maar zou het wel moeten zijn, dus gaan we geen selectie toepassen). het VWO zou een leerproces moeten zijn dat je kansen in het HO groter maakt. daarnaast is het nu eenmaal een gegeven dat het systeem zich gedeeltelijk aanpast aan het niveau van studenten. je kan wel zeggen dat dat niet zo zou moeten zijn en dat er gewoon hoge standaarden gelegd moeten worden, maar hoe zie je voor je dat dat wordt geimplementeerd? de geschiedenis wijst uit dat dat gewoon niet gebeurt. met de huidige 20% vd bevolking die vwo doet is het niet verwonderlijk dat uitdagend onderwijs op een hoog niveau uitblijft. dat gaat een honourssysteem niet voor je oplossen. dweilen met de kraan open dus, selectie 'binnen de poort'.

  • Fijn! We beginnen de tegenstrijdigheid te ontdekken in het onderwijssysteem. Dank voor je reactie. Laat me eerst even toelichten waar ik denk dat we elkaar niet begrijpen, dan doe ik daarna waar we het niet eens zijn.

    Nergens geef ik aanleiding om te geloven dat een honourssysteem, selectieve masters of gifted-student University Colleges de oplossing bieden voor ernstige tekortkomingen in het WO en HO. Sterker nog, ik denk dat het een symptoom is van kleine clubjes enthousiastelingen en ambitieuze bestuurders die samen iets 'speciaals' neer willen zetten. Echter, uit mijn eigen ervaring in honoursvakken en een 'excellente' master kan ik alleen maar concluderen dat het zo speciaal allemaal niet was, en dat de selectie nogal een wassen neus is. Een goed verhaal in de folder, maar in het klaslokaal niet bepaald overtreffend.

    Mijn stelling is juist dat je niet in moet boeten op het systeem dat we hebben in Nederland. Juist het feit dat een diploma een bewijs van kennis, vaardigheid en attitude is betekent dat je het alleen moet verschaffen aan die studenten die dat ook verdienen. Anders moeten ze het niet kunnen halen, ook een vwo-diploma niet. Dat jij 20% vwo te veel vindt voor het huidige systeem dat laat ik even aan jou, maar volgens mij zeg je daar ook dat te veel mensen - onterecht - dat diploma krijgen.
    Als elke instelling zonder al te kritisch te zijn, en alsof betalen voor je opleiding een diploma garandeert, de papiertjes maar gaat verstrekken, dan leg je het probleem bij de volgende schakel in de keten neer. Het gevolg is dat het uiteindelijk altijd de 18-jarige is die dan moet verdedigen dat hij/zij het wel echt kan en wil terwijl deze onmogelijk zeker kan zijn over deze keuze.

    Dan nog antwoord op je wens voor een argumentatie tegen de motiverende werking van selectie. Te beginnen met te erkennen dat er zeker een motiverende werking uitgaat van selectie moet je je hier niet op doodstaren. In gecontroleerde onderzoeken (die eigenlijk voor het merendeel uit de Geneeskunde-opleidingen komen) zie je inderdaad dat selectie op motivatie ook motiverend werkt - helemaal prima. Maar! Laten we nu niet doen alsof dit de enige manier is om studenten gemotiveerd te krijgen!

    Afrondend: onderwijs is nu juist een proces waarin je een heleboel kunt betekenen voor de ontwikkeling van een leerling/student en dat bewijs komt niet alleen uit de geschiedenis. De lat hoger leggen door bijvoorbeeld didactische eisen te stellen aan docenten in het WO (velen hebben niet eens een opleiding tot docent), nadenken over je onderwijsfilosofie en leerdoelen en meer gebruik maken van lesvormen die werkelijk activeren (t.o. passieve hoorcolleges) zouden eerste stappen kunnen zijn. Selecteren doe je daarna maar!

  • Mark de Boer,

    In reactie op Leon: Als het effect bekend is dat het niveau op het WO (en trouwens ook op het HBO) daalt als er meer mensen mee doen, dan moet dat aangekaart worden als het probleem en niet als een onvermijdelijk gevolg. Dat is misschien ook wat Sicco bedoelt met zijn stuk.

    Dat specifieke effect zorgt er namelijk voor dat het gelijkheidsbeginsel en de in de wet vastgelegde garantie op vervolgonderwijs in het geding komen. Deze wet is deel van de kern van ons onderwijssysteem en onder andere de reden waarom het in het Nederlandse onderwijs best goed gaat en dat in Nederland de kansen op een goede opleiding minder afhangen van de sociaal-economische status van je ouders. Er wordt nu op de verkeerde manier gecorrigeerd voor de problemen die een steeds grotere groep hoger-opgeleiden met zich meebrengt. (En laten we wel wezen, 40% ho-opgeleiden is/was de ambitie van de afgelopen kabinetten, die op Europees niveau ook nog eens zijn vastgelegd in de Lissabon-doelstellingen.)

    De laagdrempeligheid van het vwo wordt inmiddels aangepakt door het verscherpen van exameneisen en andere maatregelen. Daar is zeker winst te behalen.

    Daarnaast heeft Nederland kritiek gekregen dat we te weinig doen met onze excellente leerlingen. Dat is waarom ze zo bezig zijn met honoursprogramma's, University College etc. Zoals Sicco terecht aangeeft, met selectie aan de poort gaat het niveau van die specifieke groep echt niet omhoog.

    Niet voor beter onderwijs pleiten omdat het in de geschiedenis ook niet gelukt is en omdat een uitdaging bieden aan een grotere groep niet mogelijk lijkt is wat mij betreft exact de houding die het Nederlandse hogeronderwijs de das om doet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven