Flickr / Marjan Lazarevski

Wie is er bang voor Facebook?

Voormalig Volkskrant-columnist Hans Schnitzler laat zijn angst voor Facebook in de Volkskrant van 21 augustus jongstleden de vrije loop. Hij beschrijft een fantasie die hij als jongen had: ‘Vrije toegang tot de vertrouwelijke binnenwereld van anderen: altijd zou ik de ander een stap voor zijn. Grasduinend door zijn of haar gevoelens en gedachten, zou ik een enorme macht over mijn medemens kunnen uitoefenen.’

Je vraagt je meteen af hoe dat in Schnitzlers fantasie precies in zijn werk gaat, maar de jonge Schnitzler was is er kennelijk van overtuigd dat als je iemands gedachten kunt lezen je een vrijwel onbeperkte macht over haar hebt. Nu hij 40 jaar is die machtsfantasie omgeslagen in een angstbeeld. Schnitzler is bang voor Facebook. Een paradoxale angst: Schnitzler schrijft openlijk over zijn intiemste jongensfantasieën in de Volkskrant, maar is panisch voor Facebook. Facebook staat kennelijk voor verlies van privacy en dat verlies gaat in het denken van Schnitzler gepaard met verlies van autonomie.

Schnitzler hangt zijn beschouwing op aan een uitspraak van Mark Zuckerberg: ‘People have really gotten comfortable not only sharing more information and different kinds, but more openly and with more people.’ Schnitzler suggereert, even listig als vals, dat deze opvatting samengevat kan worden in de uitspraak: ‘Privacy is dead’.

Schnitzler veronderstelt dat er door Facebook geen privacy meer is. Om die veronderstelling plausibel te maken citeert hij Zuckerberg opzettelijk verkeerd. Hij zegt namelijk niet dat privacy ‘dood’ is, maar wijst er op dat de sociale norm over wat vertrouwelijk is en moet zijn, verschoven is. Kinderen bespreken meer met hun ouders en ook meer met vrienden dan vroeger het geval was. Een deel van wat kinderen (en volwassenen) met vrienden bespreken wordt vervolgens op Facebook gezet. In de afgelopen jaren is de norm over wat tot de privacy behoort en wat (semi-) publiek mag zijn verschoven.

Cijfers over de toename van grooming zijn er niet, maar feiten kun je verzinnen.

Maar daarmee is het private nog niet publiek geworden en is privacy nog niet dood. Men zou zelfs verder kunnen gaan en beweren dat ieder van ons meer zeggenschap heeft over zijn of haar eigen privacy. De meeste mensen – en kinderen zeker – schermen hun Facebook pagina af voor buitenstaanders. Men kan bovendien vrienden maken, maar men kan die ook weer buitensluiten. Op Facebook is men beter in staat om ongewenste intimiteiten te voorkomen, dan binnen het gezin, op school of op het werk. Dat wil niet zeggen dat er nooit Facebookinformatie misbruikt wordt of in verkeerde handen terecht komt. Dat was de inzet van de discussie die ontbrandde toen Facebook op 17 oktober 2013 bekendmaakte dat ook tieners hun foto’s tegenwoordig met iedereen kunnen delen.

Ten tijde van die bekendmaking stonden de kranten vol met verhalen over grooming. Grooming is de nieuwste nachtmerrie. Via Facebook zouden kinderen in handen vallen van pedofielen. De problemen zouden steeds groter worden en het OM wil een ‘lokpuber’ inzetten. Dat het probleem steeds groter wordt blijkt een slag in de lucht. Cijfers over de toename van grooming zijn er niet, maar feiten kun je verzinnen, zo laat de Volkskrantrubriek Lopend Vuur op 19 oktober zien.

Maar waarom dan die angst voor grooming?

Mijn stelling is dat de angst zo groot is omdat de contacten vrijwillig tot stand komen. Veel volwassenen vinden het angstaanjagend dat pubers zelf besluiten een Facebook contact aan te gaan en ook om daar een erotische wending aan te geven. Wie de twee pagina’s gelezen heeft van verbale contacten via WhatsApp tussen een meisje van 13 en haar pedofiele ‘Oom Bob’ (Volkskrant 14 oktober 2013) kan het niet ontgaan zijn dat het meisje zelf beslist hoe ver zij gaat.

Facebook schept de mogelijkheid om vrijwillige contacten aan te gaan, van allerlei aard.

Het kenmerkende van Facebook is nu juist dat relaties vrijwillig worden aangegaan en ook weer kunnen worden afgebroken. Op Facebook kan men vrienden accepteren, maar ook weer uitsluiten. De mate van vrijwilligheid is veel groter dan de contacten in de ‘real world’ die zich van oudsher afspeelt in familieverband, op school of op het werk. Kinderen kiezen hun vader en moeder in het geheel niet, de school maar in beperkte mate en een dienstverband kan men niet zonder hoge kosten opzeggen. Facebook schept de mogelijkheid om vrijwillige contacten aan te gaan, van allerlei aard. Dat men dat gevaarlijk vindt voor kinderen zegt meer over degenen die zich zorgen maken dan over die kinderen.

Pubers hebben vast erotisch getinte gesprekken op Facebook, net zoals zij die face-to-face hebben op hun favoriete hangplek. Maar het feit dat het aantal tienermoeder in Nederland nog nooit zo laag geweest is, wijst er op dat die erotische Facebookcontacten niet vaak gevolgd worden door fysieke. Het aantal tienermoeders bedroeg in 2012 slechts 2200. Kinderen doen veel op Facebook maar tot een daadwerkelijke conceptie komt het vrijwel nooit.

Het lijkt er op dat de angst voor Facebook een angst is voor vrijheid. Dat wil zeggen, voor vrijheden die anderen zich veroorloven, maar misschien ook wel voor de vrijheid die men zelf zou kunnen nemen.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven