Geert Wilders bij een Pegida-demonstratie in 2015. Foto: Metropolico.org

Wilders is geen populist, maar een antidemocraat

De elite krijgt een draai om de oren. ‘Ons politiek bestel is nog steeds dat van de 20ste eeuw, geregeerd door dezelfde arrogante politieke elite van de valse beloftes en de huichelende sorry’s,’ aldus Geert Wilders, geciteerd door RTL Nieuws. De verkiezing van Trump wordt door vriend en vijand gezien als een overwinning van het populisme op de elite.

Die elite, dat ben ik dus. Twintig jaar, hoogopgeleid – in de filosofie nog wel – en als novice lid van de bestuurlijke kaste. Zouden wij, de stinkende kaasjes onder de Haagse stolp, de komst van een frisse populistische wind moeten verwelkomen?

Nee. Niet langer moeten we politici als Trump en Wilders de premisse schenken dat zij voor het volk opkomen. Deze politici zijn geen populisten. Zij vertolken niet de stem van ‘het volk’. Zij vormen een internationaal verbond van antidemocraten, dat zelf een nieuwe elitecultuur propageert.

Een populist is een politicus die de ‘gewone man’ of ‘de massa’ bij de democratie betrekt. Gek genoeg is de term in diskrediet geraakt. De definitie van populisme die Van Dale geeft, verraadt de neerbuigende manier waarop er doorgaans over populisme gesproken wordt. Populisme wordt daar als volgt omschreven: ‘(minachtend) de neiging zich te richten naar de massa van de bevolking’. Om de steun van de massa voor zich te winnen gebruikt een populist tactieken die minachting verdienen.

Het is een cynische definitie. Interessant genoeg was het Barack Obama die dit punt maakte tijdens een persconferentie in juni 2016. Niet Trump, maar ik ben de populist, betoogde de president. Hij vecht niet voor sociale rechtvaardigheid voor het hele volk, maar maakt zich schuldig aan xenofobie, of cynisme.

De huidige populisten claimen voor het 'gewone volk' op te komen, terwijl ze kwetsbare groepen juist stelselmatig vernederen

Barack Obama ging prat op het feit dat hij opkwam voor de rechten van allerlei mensen die zich doorgaans slecht vertegenwoordigd zien in het democratisch proces: jongeren, vrouwen, LGBT-mensen, en mensen met lagere inkomens. ‘I suppose that makes me a populist’, aldus Obama.
Wilders, Trump en andere zogenaamde populisten spelen echter een geheel ander spel. Ze zijn niet populistisch, maar antidemocratisch. Trump en Wilders populisten noemen, is gratis reclame voor hun antidemocratische politiek. Cas Mudde, een Nederlands politicoloog aan de Universiteit van Georgia en expert op het gebied van populisme en rechtsextremisme in Europa, legt in het artikel ‘The Populist Zeitgeist’ uit waarom.

Wat politici als Trump en Wilders samenbrengt is een retoriek die de samenleving verdeelt in twee homogene groepen: het ‘zuivere volk’ tegen de ‘corrupte elite’. Iedereen die buiten die tweeslag valt, immigranten bijvoorbeeld, vormt een gevaar voor de zuiverheid van de samenleving. Politiek moet de eenduidige ‘wil van het volk’ reflecteren. De elite is corrupt wanneer zij niet alleen de zuivere wil van het volk vertolkt, maar ook de rechten van minderheden zoals immigranten beschermt.

Dit zogenaamde populisme lijkt zich tegen een elite af te zetten, maar is beter te duiden als een reactie op democratisch pluralisme, zo laat Mudde zien. De pluralist gelooft dat politiek geen strijd is tussen elite en volk, maar dat consensus bereikt kan worden met een dialoog die net zo rijk is aan verschil als de samenleving zelf. Democratische instituties ondersteunen die dialoog, en beschermen daarmee de heterogeniteit van de samenleving.

Mudde’s analyse verklaart waarom de zogenaamde populisten voor de gewone man claimen op te komen terwijl ze tegelijkertijd juist de meest kwetsbare en slecht vertegenwoordigde groepen (immigranten, religieuze minderheden, en vrouwen) stelselmatig vernederen. Het zijn deze groepen die hun groeiende deelname aan het publieke debat en invloed in maatschappelijke instituties hebben bewerkstelligd dankzij een democratische en pluralistische politiek.

Politiek draait niet langer om links en rechts, we staan voor de keuze tussen een democratische en antidemocratische samenleving

Niet iedereen gelooft in het belang van een meer pluralistische samenleving. Antidemocraten zoals Wilders en Trump komen op voor de belangen van de blanke man in een in toenemende mate democratische samenleving. De antidemocratische aanval op de gevestigde orde is niets meer dan verhulde rancune van de elite van vroeger jegens het pluralisme van nu en de democratische instituties die dat pluralisme in stand houden. De antidemocraten voeren dus een oorlog tegen democratie, voor autoritaire macht; tegen pluralisme, voor een zuiverheidsideaal; tegen verdraagzaamheid, voor strijd.

Laten we dus de naam gebruiken die ze verdienen. Trump, Farage, Le Pen en Wilders zijn geen populisten. Het zijn anti-democraten. Een nieuwe politieke tegenstelling ontstaat in het Westen. Politiek draait niet langer om een links of rechts sociaaleconomisch beleid. We staan voor de keuze tussen een democratische en een antidemocratische samenleving. Dat is waar de verkiezingen in maart om draaien. De zogenaamde elite dient niet terug te schrikken voor de antidemocratische provocatie, maar moet de pluralistische democratie met hand en tand te verdedigen. De komende decennia, op 15 maart, nu.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven