Flickr / Simon Wheatley

Willem

Ze lag er vredig bij. Uitgerust, alsof het een zondagochtend was en hij net de kamer binnenkwam met een dienblad in zijn handen, waarop dan croissantjes zouden liggen naast een glas versgeperste sinaasappelsap. Maar het was donderdagavond en in zijn handen had hij geen dienblad, maar een roze zomersjaal.

Willem stond voor het bed en keek hoe zij daar lag, alsof ze net heel voorzichtig was neergelegd. Hij zag dat ze glimlachte naar hem. Ze had dezelfde glimlach op haar gezicht die hij herkende van de zondagochtenden op het balkon. Als de zon scheen, ontbeet ze namelijk altijd op het balkon. Dan at ze afbakbroodjes, dronk een groengekleurd sapje en las de krant. Alles onder toeziend oog van Willem. Die bekeek haar terwijl hij ervoor zorgde dat hij geen beweging van haar mistte. Iedere lach, iedere slok, ieder kuchje. Zelfs als ze ergens jeuk had en ze krabde, dan volgde Willem haar handelingen aandachtig. Haar mooiste beweging was, vond hij, als ze de pagina omsloeg en naar een punt staarde in de verte, ver over de balkonleuning. Alsof ze moest uitrusten van wat ze net had gelezen en die gebeurtenissen net een voor een zelf had meegemaakt.

Zijn ochtenden met haar waren altijd de leukste ochtenden.

Ze waren heel gelukkig samen, vond Willem. Ze lachte in ieder geval veel en dan niet alleen die zomerochtenden op het balkon. Ook op andere ochtenden, als de zon zich niet liet zien, kon er bij haar vaak wel een lachje af. Willem hoorde haar vaak fluitend de badkamer binnengaan, waardoor hij zelf ook vrolijk opstond. Ja, zijn ochtenden met haar waren altijd de leukste ochtenden.

Hij buigt zich over haar heen en gaat met zijn mond dicht naar haar oor. Terwijl zijn lippen bijna haar oorlel raken, fluistert Willem: ‘Rust.’ Hij gaat op de rand van het bed zitten en merkt dat hij zijn ademhaling nog niet helemaal onder controle heeft. Hij hijgt nog een beetje na. Willem is moe. Eigenlijk is hij al twee jaar moe. Sinds de dag dat hij haar voor het eerst zag is Willem moe. Die eerste dag, precies twee jaar geleden, kwam ze in zijn straat wonen. Dat was ook meteen de dag dat Willem begon te geloven in liefde op het eerste gezicht.

Ze belden al snel iedere dag. Willem vond het fijn om haar stem te horen ook al had hij niet veel te zeggen. Hij zei nooit veel, hij was een man van weinig woorden. Al snel begon haar dat te irriteren en na een aantal telefoongesprekken werd ze zelfs een beetje boos. Hij bleef dan vaak stil, waardoor ze nog bozer werd. Op een gegeven moment stond ze vaak te schreeuwen. Maar dat vond hij niet erg, want daardoor kon hij wel haar stem horen. De boze woorden waren tegen hem gericht en ook al waren ze boos, ze gaven hem een warm gevoel van binnen.

Ruzie kwam bij alle mensen voor, hoe verliefd ze ook waren of hoe gelukkig mensen ook samen waren. En verliefd, dat was Willem. En gelukkig, dat was Willem met haar. Maar een jaar geleden werd dat anders. Eerst had Willem het niet door, en belde haar daarom ook nog steeds elke dag. Ook al duurden hun telefoongesprekken steeds minder lang en nam ze vaak niet op, hij zocht er niets achter. Hij merkte wel dat ze minder vaak thuis bleef. Dan zat hij soms avonden achter elkaar op haar te wachten, vaak voor het raam. Want als hij voor het raam ging staan dan kon hij haar al de straat in zien rijden. Maar vaak wachtte Willem dan tevergeefs en kwam ze niet thuis. Nachten lag hij wakker, omdat hij haar niet thuis had horen komen. Na een paar weken kon Willem er niet meer omheen. Er moest een andere man in haar leven zijn. Waarschijnlijk een jaar of twintig jonger dan Willem en met meer haar op zijn hoofd dan Willem.

Willem was moe. Al twee jaar lang erg moe. En Willem wist zeker dat zij dat ook was. Dat kon toch ook niet anders? Liefde maakte je moe. En daarom had Willem deze bewuste donderdagavond uitgekozen om haar huis binnen te gaan. Niet dat hij de dag ervoor niet binnen was geweest, of welke andere donderdag dan ook. Maar deze donderdagavond was zijn binnenkomst anders. Deze donderdagavond was zij er ook.

Hij verlangde naar haar, al twee jaar.

Zijn vermoeden dat er een andere man was, werd al snel bevestigd toen hij op een maandagmiddag een zware stem hoorde. Hij schrok ervan en voor het eerst was hij degene die ophing. Met kloppend hart hield hij de telefoon vast. Maar Willem bleef trouw voor het raam staan en bleef trouw bellen. Tot het nummer veranderde en hij zijn verlangen alleen maar kon stillen met de ochtenden op het balkon of de avonden door het raam.

Willem veegt de zweetdruppeltjes van zijn gezicht met haar roze zomersjaal. De sjaal had hij twee maanden eerder uit haar kamer meegenomen. Die droeg ze vaak tijdens het ontbijt op het balkon en rook daardoor naar haar en haar luchtje. Hij vond de sjaal op haar bed en toen hij eraan rook kon hij hem niet meer laten liggen. Zijn eigen stukje van haar had hij nu in zijn bezit.

Hij zag dat haar ogen niet helemaal gesloten waren en met zijn pink drukte Willem haar oogleden wat verder naar beneden, voorzichtig alsof hij haar niet wilde storen. Nu ze voor hem ligt voelt hij zich gelukkig. Hij verlangde naar haar, al twee jaar. En iedere dag beheerste zij zijn leven. Iedere ochtend en iedere avond wachtte hij voor het raam op haar, belde hij haar en bekeek hij haar vanaf zijn eigen balkon. Stiekem, zodat zij hem niet zag. Want dan was ze op haar mooist.

Het duurde maar een paar minuten, vier om precies te zijn. Vanaf het moment dat hij op haar afliep en de sjaal om haar hals legde, tot het moment dat zij uiteindelijk in zijn armen viel. Vier minuten, maar voor Willem leek het uren te duren. Ze zei niet veel, dat kon ze ook niet, want hij had zijn hand op haar mond gelegd. En hij voelde haar lippen die warm waren en moest glimlachen. Willem had haar eindelijk vast. Ze raakte hem ook aan. Zijn knie, handen, heup, haar handen raakten hem overal aan. Ook op zijn gezicht. Daar krabde ze hem, maar dat maakte hem niet uit, liefde was soms wild. En door de adrenaline of het gelukkige gevoel van binnen voelde hij het toch niet.

Toen hij vandaag het huis binnenkwam, de sleutel lag net als twee dagen ervoor onder de bloempot, deed hij extra voorzichtig. Het zou een verrassing zijn. En dat was het, merkte Willem, toen ze verrast opkeek. Hij had al een halfuur in de deur van de woonkamer gestaan, terwijl zij aan tafel zat te werken. Ze deed iets met cijfertjes.

Beter geen liefde, dan onbeantwoorde liefde.

‘Buurman, wat doet u..’
Willem onderbrak haar: ‘Willem’.
Ze herhaalde zijn naam alsof dit de eerste keer was dat ze hem hoorde.
Misschien was dat ook wel zo: ‘Willem’.

Willem voelde een rilling over zijn rug gaan toen hij haar lippen zag bewegen en tegelijkertijd zijn eigen naam hoorde. Hij haalde uit zijn achterzak haar roze zomersjaal. Hij zag haar verbaasd kijken en liep toen op haar af. Ze zei niks, maar keek hem alleen aan met dezelfde verraste blik op haar gezicht van toen ze hem in de deuropening had opgemerkt. Beter geen liefde, dan onbeantwoorde liefde. Dat heeft een bekende filosoof vast wel eens gezegd, waarschijnlijk Freud of een bekend dichter zoals Baudelaire. En als geen schrijver of denker het ooit heeft gezegd, dan zegt Willem het nu: beter geen liefde, dan onbeantwoorde liefde.

Willem sluit de deur en wil automatisch de sleutel weer onder de bloempot stoppen. Maar terwijl hij zich bukt, bedenkt hij zich en gooit de sleutel over de reling, die zou hij niet meer nodig hebben. Niemand had hem nog nodig. En terwijl hij een voordeur verder loopt en zijn eigen huissleutel uit zijn broekzak haalt, kan hij maar aan een ding denken: ‘Willem’.

Het laatste woord dat over haar lippen kwam.

‘Willem’

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven