Creative Commons

Willen wij onze kinderen kiezen?

Een kindje maken. Nu doen de meeste mensen dat nog thuis maar dit kan gaan veranderen. In de televisieserie De Volmaakte Mens, gepresenteerd door Bas Heijne en deze zomer uitgezonden door de VPRO, voorspelt een jonge onderzoeker van het Leids Universitair Medisch Centrum dat wij ons in de toekomst allemaal kunstmatig zullen voortplanten. Erg romantisch klinkt het niet maar efficiënt is het zeker. Door reageerbuisbevruchting te combineren met pre-implantatie genetische diagnostiek (PGD) kunnen we bepaalde risico’s van de natuurlijke geboorte, zoals spina bifida (open ruggetje), steeds beter voorkomen. Tot zo ver is daar niets mis mee, maar de vraag is voor welke genen we deze technologie gaan gebruiken.

Bij in-virtrofertilisatie (IVF) worden een paar eicellen bevrucht in een petrischaaltje waarna die uitgroeien tot kleine, achtcellige embryo’s. Met behulp van de gentechnologie kunnen we deze embryo’s vervolgens screenen op genetische eigenschappen. Hoewel PGD traditioneel bedoeld is voor het opsporen van erfelijke aandoeningen, kan zij in theorie ook op andere genen worden ingezet. Op dit moment is dat nog niet erg spannend – persoonlijk geef ik weinig om de haar- of oogkleur van mijn toekomstige kind – maar het wordt interessant als we meer inzicht krijgen in de genetische basis van individuele vermogens, zoals cognitie. Stel dat het in de toekomst mogelijk wordt om embryo’s op intelligentie te testen, gaan we dat dan ook doen?

Een kindje maken: nu doen de meeste mensen dat nog thuis maar dit kan gaan veranderen

Over intelligentie zijn de meeste mensen het eens dat je er beter meer dan minder van kan hebben. En toch schrikken veel mensen terug voor het idee om toekomstige kinderen op grond van IQ of denkvermogen te gaan selecteren. De reden is simpel: zodra je dat gaat doen, verandert embryoselectie (voorkomen van ziektes) in eugenetische selectie (mensverbetering), en in een wereld na nazi-Duitsland is het moeilijk om met goed fatsoen een voorstander van de eugenetica te zijn. Maar fatsoen is één ding, de voortplantingstechnologie is iets anders. De technologie ontwikkelt zich met grote snelheid en wij moeten met elkaar gaan kiezen hoe we deze willen inzetten. Wat mag wel en wat mag niet? En wat is er eigenlijk mis mee om je kind een gunstig genenpakket mee te geven?

In De Volmaakte Mens betoogt de transhumanist (lees: pro-mensverbetering filosoof) Julian Savulescu dat we de gentechnologie niet als een bedreiging maar juist als een verrijking moeten zien: eerst konden we het beste voor een kind alleen wensen, nu kunnen we het ook verwerkelijken. Volgens Savulescu moeten we iedere technologische mogelijkheid die lijden kan verkleinen en welzijn kan vergroten aangrijpen. In het roemruchte essay Procreative Beneficence: Why we should select the best children schrijft hij dat ouders de plicht hebben om te streven naar een kind met de grootste kans op een succesvol leven. Omdat naast ziektes ook talenten het welzijn van een kind beïnvloeden, moeten ouders hun nageslacht ook op vermogens selecteren.

De vraag is of het gebruik van de gentechnologie inderdaad welzijn bevordert, zoals Savulescu beweert. In zijn boekje Designer Babies probeert de Amerikaanse filosoof Michael Sandel er de vinger op te leggen waarom veel mensen onrustig worden bij de gedachte dat ouders de genetische eigenschappen van hun kinderen steeds meer zelf gaan samenstellen. Volgens Sandel komt dit omdat het raakt aan iets wat juist de basis vormt voor de liefde van ouders voor hun kind, namelijk het vermogen om van een kindje te houden gewoon zoals het is. Zodra we gaan proberen om onze kinderen ‘beter dan goed’ te maken, zijn we eigenlijk al verloren.

Zodra we gaan proberen om onze kinderen ‘beter dan goed’ te maken, zijn we eigenlijk al verloren

In zijn pleidooi tegen perfectie schrijft Sandel dat het streven naar genetische perfectie in het verlengde ligt van een samenleving die nu al bezig is om zichzelf behoorlijk ziek te maken. Volgens Sandel worden wij steeds meer vergiftigd door onze obsessie met succes. En niet alleen in relatie tot onszelf maar ook in de omgang met onze kinderen. Intelligentie, muzikaliteit, atletische prestaties en sociale vaardigheden; kinderen moeten van alle markten thuis zijn, en ambitieuze ouders besparen kosten noch moeite om dit te bereiken. Op het moment dat we hier zelfs de gentechnologie voor gaan gebruiken, is de cirkel rond. Wat nu nog geldt als een kinderwens slaat om in een verlangen naar een kind naar wens. Het kind als product van wat ouders graag consumeren.

Speculeren over ‘designer babies’ kun je afdoen als sciencefiction. De samenhang tussen genen en talenten kennen we niet, dus iedere poging om dit te problematiseren doet toch een beetje denken aan een filosoof op zoek naar werk. Maar, het is al vaker gezegd, veel van wat vroeger als sciencefiction werd weggezet, is inmiddels werkelijkheid geworden. De voorspelling van Aldous Huxley in Brave New World (1932) dat de technologie onze voortplanting steeds meer zou gaan beheersen, blijkt vandaag de dag verrassend accuraat. In een wereld waar technologische controle over de geboorte groter wordt, dringt de vraag zich op in hoeverre we onze eigen kinderen willen gaan kiezen. Na God zijn wij aan de beurt om deze vraag te beantwoorden.

Gerelateerde artikelen
Reacties
2 Reacties
  • Wij zijn vele malen intelligenter dan apen, maar zijn apen minderwaardige of ook maar minder gelukkige wezens?

  • marcel zuijderland,

    Interessant artikel. Ik onderschrijf de stelling dat onze reproductieve toekomst op den duur steeds indringender technologisch zal worden bemiddeld. Een aantal opmerkingen over de inhoud. 1- PGD wordt niet gebruikt voor het detecteren van neuraalbuisdefecten zoals een 'open ruggetje'. Dat gebeurt via echoscopie. AFP gehalte in het maternale bloed kan een indicatie zijn. 2 - Het principe van Savulescu heeft vooral betrekking op embryoselectie. Nergens pleit hij voor een 'plicht' tot genetische interventie. 3 - Transhumanisme en pro-mensverbetering zijn niet per definitie synoniem. Savulescu noemt zichzelf in ieder geval geen transhumanist. 4 - Het verschil tussen Sandel en Savulescu laat zich wellicht beter thematiseren als een conflict tussen communautaristische en utilitaristische ethiek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven