Flickr / PauloArana

William Boyd en de noodzakelijke kunstgreep

Sweet CaressWilliam Boyd2015
The New ConfessionsWilliam Boyd1987
Memoirs of a Polyglot: the autobiography of William GerhardieWilliam Gerhardie1931

Dinsdag 29 september 2015 - vandaag heb ik thuis gewerkt. Prettig om ongestoord uren achtereen in een kwestie te duiken. En helemaal als je dan als afwisseling een interview met William Boyd kunt doen! Boyd, de roman- en scriptschrijver, Schots van origine, bracht een groot deel van zijn jeugd door in zijn geboorteland Ghana en in Nigeria. Hij woont tegenwoordig de helft van het jaar in London en de andere helft in Frankrijk, waar hij bijvoorbeeld niet onverdienstelijk wijn verbouwt.

Boyd is van de oude stempel, schrijft de eerste versies van zijn romans nog steeds met pen. Die manuscripten bewaart hij dan in de ijskast omdat ‘die plek het meest veilig is als er brand uitbreekt’. Ik herinner me nog dat zijn boek over Nat Tate uitkwam. Door medewerking van onder meer David Bowie (!) werd een groot deel van de kunstwereld ostentatief op het verkeerde been gezet. Toen bleek dat Tate nooit had bestaan en de in het boek opgenomen schilderijen door Boyd zelf waren geschilderd, was de ’hoax’ compleet.

Mijn kennismaking met Boyd vond 18 jaar geleden plaats, toen ik het boek The New Confessions bij toeval ruilde met Damian in Australië. Ik zie de gehavende kaft van die editie nog voor me: een heel wit gezicht met een extreem rode mond, tenminste, als ik het me goed herinner. Het leek op het eerste gezicht een goedkoop stuiverromannetje. Maar Damian stelde me gerust. En hij had gelijk. Het boek bestreek het hele leven van een filmmaker in de twintigste eeuw, eens beroemd maar naarmate hij ouder werd steeds meer afglijdend naar de anonimiteit. Ik heb het verslonden.

Schrijven is een strijd tegen de vergetelheid

Afgelopen zomer heb ik de advanced reading copy van Sweet Caress gelezen op vakantie. Heerlijk om daarvoor de tijd te hebben. Ook dit boek bestrijkt een heel leven, ditmaal van fotografe Amory Clay. Haar avonturen zijn zó levensecht beschreven dat je bijna gaat geloven dat ze echt heeft bestaan. De vader van Amory Clay is een vergeten schrijver. In meerdere van Boyds boeken komt een dergelijke vergeten artiest voor. Ik vroeg Boyd of het een eigen angst betrof: vergeten worden. Zijn onverholen antwoord op die vraag omvatte eigenlijk de hele reden waarom hij schrijft. Het kwam ongeveer op het volgende neer: ‘Ik denk dat iedere schrijver en artiest bang is dat er een moment komt dat zijn werk wordt vergeten. Een bekend voorbeeld is de Engelse schrijver William Gerhardie, die al op 31-jarige leeftijd zijn autobiografie schreef, maar die nadien steeds verder van de publieke radar verdween totdat niemand hem nog kende. Zijn geval leert dat je als bekende schrijver nog tijdens je leven helemaal in de vergetelheid kunt geraken. Mijn ambitie is dan ook om mijn boeken in print te houden, ook internationaal. Mijn eerste boek (A Good Man In Africa) kwam uit in 1981, en verkoopt nog steeds goed. Hoe zorg ik ervoor dat dit over 10 jaar nog steeds zo is, dat is the big issue voor mij.’

Boyds schrijven als een strijd tegen de vergetelheid. Ik vroeg hem op welke wijze hij die strijd vormgeeft. Zijn reactie: blijven schrijven en zorgen dat je nooit verrast wordt: ‘Over mijn romans heb ik de volledige regie. Ik doe er twee jaar over om een roman in de steigers te zetten: het bedenken van het plot, het maken van diagrammen en het plannen van ieder hoofdstuk, dus ik heb, op het moment dat ik daadwerkelijk ga schrijven, een heel duidelijk idee over waar het boek naar toe gaat. Er gebeurt bij mij in die zin dus niets spontaan of onbewust. Ik citeer in dit verband vaak Vladimir Nabokov: 'All my characters are galley slaves and I'm the man on the deck with the whip.’

In Boyds boeken is levensechtheid van levensbelang. Amory Clay is door Boyd verzonnen, maar dit had evengoed niet het geval kunnen zijn. Boyd gebruikt in zijn boeken meerdere technieken om die waarheidsillusie te verhogen: het verweven van waargebeurde verhalen van echte mensen in de roman, het gebruik van de dagboekvorm en het illustreren van de verhaallijn met foto’s. Over het inpassen van ‘echte’ personages zei hij: ‘In Sweet Caress passeert de bekende (echte) fotograaf Robert Capa de revue. Capa’s broer is nog in leven, geloof ik. Ik heb geen idee of hij mijn sceptische visie op de foto van zijn broer (de vallende soldaat) in Sweet Caress kan waarderen. Ik ben echter niet de enige die de authenticiteit van die foto betwijfelt en in dat opzicht is de foto van Amory van háár vallende soldaat mijn opzettelijke poging om een ander licht te laten schijnen op Capa’s wereldberoemde foto.’

In elke rechtbank voor het verleden wint het dagboek het als betrouwbaar archief van het blote geheugen

Die andere echtheidstechniek is het schrijven in dagboekvorm: in Sweet Caress wordt een overwegend chronologische verteltrant afgewisseld met fragmenten uit Amory’s ‘Barrandale journal’. Boyd: ‘Technisch is zoiets niet gemakkelijk. Een dagboek is immers per definitie geschreven in het moment, zonder enige kennis van de toekomst. En om zoiets in fictie te doen vergt veel meer van een schrijver dan de lezer alleen maar mee te nemen vanuit een terugkijkperspectief. Je moet als schrijver, met andere woorden, allerlei kunsten uithalen om het er niet gekunsteld uit te laten zien. Er moeten dus ook oninteressante, saaie stukken in het dagboek worden opgenomen om te voorkomen dat de hand van de schrijver te duidelijk wordt.’

In het dagelijkse leven is de meerwaarde van het bijhouden van een dagboek om een andere reden groot, meent Boyd. ‘Soms zijn herinneringen gewoon incorrect. Dagboeken laten zien dat je geheugen vaak de verhaallijn van je eigen leven verandert om het voor jezelf ‘passend’ te maken. Bijvoorbeeld: in het maakproces van een van mijn films heeft een bevriende regisseur zich op enig moment teruggetrokken. Daarover was ik nogal verbolgen. Hij is nog steeds een goede vriend en hij en ik hadden het er laatst over, toen ik zei: ‘Je hebt die film verlaten omdat je verliefd was geworden en dat belangrijker vond.’ Hij antwoordde dat dit helemaal niet waar was. Toen ging ik terug naar mijn dagboeken en bleek ik gelijk te hebben! Zulke dingen gebeuren in ieders leven. In elke rechtbank voor het verleden wint het dagboek het als betrouwbaar archief van het blote geheugen. Mijn dagboek, dat ik al 30 jaar bijhoud, zal nooit gepubliceerd worden en dus schrijf ik het als een absoluut waarheidsgetrouwe weergave van mijn leven, een aide-mémoire, zoals ik het voor mezelf, en voor niemand anders, gekozen heb vast te leggen.’

Dat vastleggen van het leven gebeurt ook met foto’s. ‘Toen deze roman klaar was, ging ik op zoek naar specifieke beelden die bij de verhaallijn pasten. Zo was ik op zoek naar beeldmateriaal van Duitse prostituees in de jaren twintig. Een fascinerende speurtocht, helemaal omdat ik een voorliefde heb voor anonieme foto’s. Ik vond ze vooral op antiekbraderieën en online. Ik heb wel 2000 exemplaren gekocht om uit te komen bij 73 bruikbare. Het moeilijkst te vinden waren de foto's voor het hoofdstuk dat speelt tijdens de Vietnamoorlog, snapshots door militairen uit die tijd.’

Fictie is een noodzakelijke kunstgreep in het menselijke bestaan om dat vatbaar en herinnerbaar te maken

Maar zelfs met hard fotobewijs moet je op je hoede blijven voor geschiedvervalsing. ‘Foto's kunnen heel goed liegen. Een foto kan alleen dat ene moment vastleggen terwijl je ervaring in een tijdsbestek van negen maanden veel complexer is. Je kunt een foto van mij zien, waarop ik naast een acteur sta. Omdat we allebei lachen, kun je denken ‘kijk, die zien er relaxed uit samen’, terwijl ik in die periode misschien dacht: he's a complete idiot, haha. Zo vals kan het beeld zijn dat een foto geeft van een bepaalde situatie. Bovendien kunnen foto’s ook gemakkelijk verkeerd geïnterpreteerd worden en dat is met je eigen bewoordingen in een dagboek meestal niet zo.’

Eigenlijk doet Boyd in Sweet Caress dus aan literaire geschiedvervalsing om de fictieve levensloop van Amory Clay van de vergetelheid te redden. Dat is volgens Boyd de taak van de schrijver: het doen van kunstgrepen om een zo ongekunsteld ogend verhaal op te tekenen, dat herinnerd zal worden. ‘Juist dat is de reden waarom we romans lezen: andere mensen, ook de mensen die dicht bij je staan, zijn mysterieus: je vrouw, je kinderen, je beste vrienden, we weten niet werkelijk wat er omgaat in het hoofd van iemand anders. Alleen in de roman krijg je echt toegang tot de gedachten van een ander. Als je een roman leest, en dit is een paradox, weet je dat wat je leest ‘waar’ is omdat er een autoriteit bestaat met betrekking tot alles wat er in de betreffende roman staat, namelijk de schrijver. De kunst van de roman is het uitleggen van de human condition aan ieder van ons. En ik denk dat de roman of het korte verhaal dat het beste kan laten zien en dat theater in dat opzicht een goede tweede is. Andere kunstuitingen zijn daarin minder precies. Fictie is een noodzakelijke kunstgreep in het menselijke bestaan met als doel dit bestaan zoals het daadwerkelijk is, vatbaar en herinnerbaar te maken.’

Nu ik dit allemaal heb opgeschreven, zal het nog wel een tijdje onrustig blijven in mijn hoofd. Ik heb een kop thee gezet en stel me voor hoe ik over tien jaar zal terugdenken aan het interview van vandaag. En hoeveel ik dan zal zijn vergeten. Eén ding is zeker, ik heb nu mijn eigen aide-mémoire waarnaar ik altijd kan teruggrijpen. Dat is bij voorbaat mijn overwinning op de onbetrouwbaarheid van het geheugen.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven