Wikimedia Commons

Wittgenstein en ADHD

Hebben drukke kinderen ADHD of moeten ze gewoon een extra rondje rennen? De discussie rondom het diagnosticeren van ADHD lijkt zich te beperken tot twee extremen: de mensen die vinden dat ADHD serieus genomen moet worden, en degenen die brommen “dat er vroeger toch ook drukke kinderen waren”.

Maar waarom vinden we een toename in het aantal diagnoses vervelend? Wat is nu echt het probleem met het plakken van stickers? Neemt door de toename in diagnoses de geloofwaardigheid van de labels af, of is het de zorg dat kinderen voor hun leven gebrandmerkt worden? Als we Wittgenstein volgen in zijn "kruistocht tegen de begoocheling waarmee de taal ons denken in haar ban houdt" zien we ook een derde optie, de optie om stickers te plakken “in een bepaalde praktijk”. Als we de taal van diagnoses binnen de kaders van de psychologie/psychiatrie houden, kunnen we voorkomen dat kinderen voortaan als ‘de ADHD'er’ door het leven gaan.

Het late werk van de filosoof Ludwig Wittgenstein wordt het meest geroemd om de vernieuwende visie op taal, samengevat in de slogan “betekenis is gebruik”. Hiermee gaat hij vooral in tegen taalfilosofen, waaronder zijn vroegere zelf[1], die de betekenis van bijvoorbeeld ‘klok’ pogen te vinden in het object zelf, ofwel een mentaal plaatje dat we maken van de klok. In plaats van te wijzen naar de essentie van een woord in een externe of interne omgeving, moeten we volgens Wittgenstein de betekenis zoeken in hoe we een klok gebruiken in ons dagelijks leven.

Dat iemand ADHD heeft, zou niet hoeven betekenen dat hij 'de ADHD'er' is.

Hoewel een theorie over zoiets abstracts als betekenis ver lijkt te blijven van concrete gevallen zoals een te druk kind, kunnen we zijn anti-essentialistische visie breder trekken. Zo ziet hij het tot de taak van de filosoof om een overzicht te geven van verschillende praktijken waarin een bepaalde analyse of woord voorkomt, in plaats van tot een puur logische interpretatie van een fenomeen te komen. Door categorieën en namen weer in hun juiste context te zien, lossen we de “verregaande grammaticale verwarringen” op.

Pas wanneer we een essentialistische interpretatie van de stickers geven, vervallen we in wat Wittgenstein “het sublimeren van de logica van onze taal” noemt. Bij het geven van de sticker ADHD zien we dat er eigenlijk twee stappen zijn te ontdekken: het categoriseren van gedrag en vervolgens het toekennen van een interpretatie van die categorie. Met die eerste stap is niets mis. Om ons in deze complexe wereld te kunnen begeven, moeten we onze omgeving opdelen in categorieën. Zelfs het verbinden van consequenties aan een bepaalde categorie, zoals het vermijden van een straat die men als ‘gevaarlijk’ heeft bestempeld, is op zich zelf nog niet problematisch.

De problemen beginnen als we denken dat onze categorieën overal en altijd waar zijn. We moeten ons ervan bewust blijven, aldus Wittgenstein, dat we een interpretatie van een fenomeen altijd tegen een bepaalde achtergrond, in een bepaalde praktijkgeven. Het diagnosticeren van kinderen met ADHD gebeurt in eerste instantie in een psychologische of medische praktijk. De DSM V geeft een set criteria en aan de hand van die regels stelt een psycholoog vast of het kind in het vakje ‘ADHD’ past. Die criteria zijn op hun beurt opgesteld in een tijdsbeeld met de daaraan verbonden ideeën over wat ‘normaal gedrag’ is en wat daarbuiten valt.

Nog afgezien van het feit of de criteria zelf goed geïnterpreteerd worden, betekent dit dus dat de labels niet altijd en overal ‘waar’ zijn en dat ze niet hoeven te berusten op een diepere metafysische realiteit. Kinderen krijgen een stempel binnen de context van de hedendaagse psychologische praktijk en de zorg dat kinderen voor hun leven gebrandmerkt worden komt dus niet zozeer uit het feit dat er een diagnose gesteld is, als wel uit de essentialistische interpretatie die we geven aan die stempels.

De problemen beginnen als we denken dat onze categorieën overal en altijd waar zijn.

Deze verwarring van woordgebruik met een diepere realiteit ligt ook ten grondslag aan de weerstand die we voelen ten opzichte van de grote toename in het aantal gevallen van ADHD. Want vroeger waren er toch ook drukke kinderen? Klopt, maar vroeger was er misschien minder noodzaak om deze kinderen te categoriseren dan in een maatschappij waar de nadruk wordt gelegd op zelfstandig zijn en plannen.

Wel moeten we ons blijven afvragen of de criteria die we opstellen voor onze categorieën nog steeds in lijn zijn met de achterliggende redenen voor het opdelen van kinderen in die groepen. Zo kan een gezin enorm gebaat zijn bij een diagnose omdat dat betekent dat hun opvoeding niet heeft gefaald, dat er speciale aandacht aan hun kind wordt besteed en dat er hoop is op verbetering van gedrag. Maar zodra een op de tien kinderen een afwijking heeft, moeten we ons misschien afvragen of de criteria niet te ruim zijn opgesteld, of dat we teveel symptomen op één hoop gooien. We zouden het dan beter een ‘variatie’ kunnen noemen en de term ‘afwijking’ kunnen reserveren voor de ernstigere gevallen.

Zoals Wittgenstein laat zien moeten we het categoriseren van onze wereld altijd binnen een bepaalde context houden. Laten we categorieën zien zoals ze zijn en er geen diepe, metafysische realiteit aan toekennen. We noemen een kind autistisch omdat ze op de test die wij met onze huidige normen en waarden hebben opgesteld voldoet aan de criteria. Dat iemand ADHD heeft, zou niet hoeven betekenen dat hij ‘de ADHD'er’ is. Het opdelen van de wereld in categorieën kan nuttig en waardevol zijn, maar laten we voorzichtig zijn met het sublimeren van de stickers die we plakken.


[1] Wittgensteins werk valt onder te verdelen in twee periodes, waarbij hij in zijn tweede periode tegen zijn eerdere ingaat.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven