Nacht van de Rechtsstaat

Wroeten in het brein van burgers

Dit is een voorpublicatie van Floor Kellerman bij deFusie Live tijdens de Nacht van de Rechtsstaat. De Nacht van de Rechtsstaat vindt vanavond plaats in Felix Meritis. Bij deFusie Live zullen de jonge denkers Thomas Hogeling, Andrea Speijer-Beek en Floor Kellerman, samen met gevestigd denker Inez Weski, spreken.

Als je schrikt wanneer de Belastingdienst je belt ben je niet de enige. Het is precies die intuïtieve reflex van mensen waar de Belastingdienst tegenwoordig actief gebruik van maakt. Het principe dat de dienst daarbij volgt is het ‘laat-opluchting-volgen-op-schrik-principe’. Deze interventie betekent dat ‘de Belastingdienst je belt, even in het midden laat waarvoor er gebeld wordt en dan een uitvlucht biedt’. Gelukkig verlost de Belastingdienst de burger snel uit zijn lijden, ‘oef’ denkt de burger dan, ‘ze bellen enkel voor een voorlichting’.

Het precieze psychologische effect waar de Belastingdienst op uit is, is onduidelijk, maar het is niet moeilijk voorstelbaar dat de Belastingdienst graag zaken doet met iemand die in een opgeluchte – en misschien daardoor toeschietelijke – staat is. Het gewenste effect staat in elk geval in dienst van het bevorderen van de naleving van de belastingwet.

Als je schrikt wanneer de Belastingdienst je belt ben je niet de enige

Het is dit soort gedragswetenschappelijke kennis die door de Belastingdienst wordt gebruikt, die de overheid de komende jaren ‘structureel en gedurende het gehele beleidsproces [wil] gaan benutten’, op alle terreinen waar de overheid iets doet, ‘van beleidsontwikkeling tot beleidsuitvoering en toezicht’. In navolging van de Belastingdienst zullen alle departementen daarom investeren ‘in het (verder) opbouwen van gedragswetenschappelijke expertise’. Dat staat in een brief van de Minister van Economische Zaken Henk Kamp aan de Tweede Kamer. Met haar eigen Team Gedragsverandering loopt de Belastingdienst inmiddels vooruit op veel andere departementen.

Een van de meest bekende voorbeelden van dit soort beleid is de ‘nudge’. Nudge is een populair trucje, maar er kleven flinke nadelen aan. De nudgende overheid geeft het idee van de autonome burger namelijk op.

De gedragswetenschappen als informant van beleid namen een vlucht na het in 2008 verschenen boek Nudge van de economen Cass Sunstein en Richard Thaler. Het boek belandde al snel op de leeslijst van parlementsleden van de Conservative Party in het Verenigd Koninkrijk. Nadat deze partij de landelijke verkiezingen van 2010 won, en een regering vormden met de Liberal Democrats, zette de regering Cameron het Behavioural Insight Team op met hulp van – in zijn eigen woorden – ‘vriend’ Richard Thaler. De trend waaide vervolgens over naar andere landen in Europa. Minister Kamp wijst in zijn kamerbrief met milde bewondering naar dit team, dat ook wel de ‘Nudge Unit’ wordt genoemd.

De theorie achter wat de schrijvers van het inmiddels beroemde boek ‘nudge’ noemen, maakt gebruik van kennis over het brein om gedrag te beïnvloeden. Nudge gaat ervan uit dat mensen vaak niet rationeel zijn en zich daarom niet goed bewust (kunnen) zijn van hun eigenbelang. Nudge maakt gebruik van de intuïtieve en snelle beslissingen (in het vocabulaire van nudgers vaak ‘onjuiste’ beslissingen), en zet die in om de burger zich ‘beter’ te laten gedragen. Een andere aanname in Nudge is het idee dat de keuzes die mensen maken afhankelijk zijn van hun context. Alles in de (fysieke) omgeving van mensen beïnvloedt de keuzes die ze maken, en dus is het belangrijk om rekening te houden met de inrichting van die omgeving. Thaler en Sunstein noemen dit keuzearchitectuur, en beschouwen iedereen die de keuzes van mensen beïnvloedt als een keuzearchitect. Bedrijven manipuleren de keuzes van mensen door middel van keuzearchitectuur aan de lopende band (denk aan de chocola bij de kassa), en de overheid – zo betogen voorstanders van nudge – moet zich dus eveneens bewust worden van haar rol als keuzearchitect.

Hoe kon nudge populair worden? In ‘Zelf je eigen afval weggooien’, een essay over burgerschap in De Groene Amsterdammer, vatte de bestuurskundige Albert Jan Kruiter samen hoe de overheid sinds de jaren 90 veel van haar taken heeft afgestoten of geprivatiseerd. Als reactie op de inefficiënte en weinig responsieve verzorgingsstaat, zo dacht men, moest de overheid leren van het bedrijfsleven door te werken met marktprincipes, of zelfs taken helemaal aan het bedrijfsleven over te laten. Bedrijven zouden de uitvoering immers effectiever en efficiënter kunnen doen. ‘Het restje burgerschap dat nog over is,’ stelde Kruiter, ‘moet klant worden. Marktwerking is het devies’.

Deze ontwikkeling houdt in dat de burger sinds de jaren 90 steeds vaker werd aangesproken als consument van overheidsbeleid in plaats van op zijn of haar burgerschap. Dat houdt een risico in, want het is juist het idee van (democratisch) burgerschap dat dient als buffer – of bewaker – van het verschil tussen de relatie van de overheid met de burger, en de relatie tussen een bedrijf en een consument. In een situatie waarin de overheid zichzelf is gaan beschouwen als een instituut dat kan worden vergeleken met een bedrijf, en haar relatie met burgers vergelijkbaar vindt met de manier waarop een bedrijf zaken doet met een consument, kan de retoriek en argumentatie van nudge voet aan de grond krijgen.

Nudge is een populair trucje, maar er kleven flinke nadelen aan

In die zin kan een historische rode draad worden ontwaard van de jaren 90 tot nu. Eerst werd de democratische burger aangesproken als consument-burger, en inmiddels benadert de overheid de burger als iemand die genudgd moet worden. Het bezwaar daartegen is echter dat nudge op die manier het ideaal van autonoom burgerschap verder ondergraaft, omdat een nudgende overheid niet langer een beroep op het autonome, reflectieve deel van het brein van de burger. Nudgers doen bewust een beroep op het automatische deel van het brein, en bewust geen beroep op het reflectieve deel van het brein – het deel waarin je met burgers op een volwassen en volwaardige manier de dialoog aangaat, helpt, aanspreekt of straft.

Het klassieke ideaal van de overheid als project van de burger, als uitdrukking van democratisch burgerschap, is daarmee op de helling komen te staan. Een nudgende overheid is een overheid die burgers manipuleert. Met het idee van de autonome burger, die zo fundamenteel is voor de rechtsstaat zoals we die kennen uit de democratische politieke theorie, heeft de genudge burger nog weinig gemeen. Daarmee is de overheid niet langer meer een project van de burger, maar de burger van de overheid. Die in het openbaar bestuur aanwezige trend kan grote consequenties hebben voor de manier waarop we nadenken over de publieke zaak – en daarmee ook de democratische rechtsstaat.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • I’m so sorry cancer took your dad when you were a baby. But I’ll tell you this, if the little one grows up to have even half the compassion for others that you do, sh#8&e217;ll be ok. :)When we found out the military was unsure of the location of his body, that’s the moment I almost became completely. unhinged.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven