Wikimedia Commons

Xenofilie is geen oikofobie

Mensen die waarschuwen voor islamisering en Europeanisering worden vaak weggezet als xenofoob; bang voor en afwijzend tegenover alles wat anders is. Gebruikmakend van het concept ‘oikofobie’ van de Britse filosoof Roger Scruton heeft Thierry Baudet onlangs een boek geschreven over de tegenhanger van xenofobie. In zijn boek Oikofobie: de angst voor het eigene betoogt Baudet dat de Nederlandse elite een ziekelijke afkeer heeft ‘van de geborgenheid van ons thuis; van de eigen gewoontes en gebruiken; van de natie; van de schoonheid en harmonie van de traditionele kunsten en architectuur’.

‘Oikofobie’ heeft volgens Baudet geleid tot modernisme, multiculturalisme en het Europese project en de creatie van “een wereld zonder thuis”. Hij presenteert de omarming van deze ‘vreemde’ zaken (vreemde kunsten, vreemde personen en een vreemde “vormloze, abstracte entiteit”) als een directe aanval op, zelfs een poging tot destructie van, de Nederlandse Oikos. Strikt genomen is deze omarming van ‘vreemde’ zaken slechts een uiting van xenofilie, niet van oikofobie. Zonder dat Baudet een goede verklaring geeft voor deze omdraaiing, wordt xenofilie zo synoniem voor oikofobie. Maar dit hoeft absoluut niet het geval te zijn. De situatie in de stad Efeze tijdens de Romeinse dominantie illustreert dat xenofilie niet per se hetzelfde inhoudt als, of leidt tot, oikofobie.

 In de oude Griekse wereld waren het steden die identiteit bepaalden, niet naties.

Terug naar de cultuur, waarin de woorden ‘oikos’ en ‘xenos’ hun oorsprong hebben. In de oude Griekse wereld waren het steden die identiteit bepaalden, niet naties. Aan de wieg van deze Griekse steden stonden veelal bepaalde godheden of mythische helden, zoals Pallas Athena in het geval van Athene. De stad Efeze, gelegen aan de westkust van het huidige Turkije en tegenwoordig toeristentrekpleister, stond bekend om zijn stadssymbool: Artemis van Efeze. De cultus van deze Artemis dateert uit de negende eeuw voor Christus. De beroemde Artemistempel, hersteld na een verwoestende brand in 356 voor Christus, was één van de zeven wereldwonderen en het cultusbeeld van de godin was bekend in de hele Griekse wereld. De identiteit van Efeze stoelde in hoge mate op deze eeuwenoude cultus, die haar wortels had in een periode toen Efeze als stad nog niet eens bestond.

Door de eeuwen heen maakte Efeze deel uit van verschillende rijken, zoals het Perzische, het Seleucidische en het Ptolemeïsche rijk. De identiteit van Efeze bleef echter gerelateerd aan Artemis. De Romeinse overheersing van Efeze, van de eerste eeuw voor Christus tot de vierde eeuw na Christus, zorgde voor een totaal andere wereldorde en leefomgeving. De stad kwam vol te staan met beelden van de keizer en de meest imposante gebouwen waren tempels waarin de Romeinse keizer als godheid werd vereerd. De uitbundigste festiviteiten en processies stonden in het teken van de vergoddelijking van de Romeinse machthebber.

Net als in het geval van de creatie van Baudet’s ‘wereld zonder thuis’, was de realisatie van dit ‘nieuwe Efeze’ vooral een project van de elite: het was de elite van Efeze die de bouw van deze tempels financierde, het was de elite die de religieuze festiviteiten organiseerde en het waren de leden van de elite zelf die dienst deden als priesters van de zogenaamde ‘keizercultus’. De stedelijke elite greep de nieuwe wereldorde aan voor de creatie van een nieuw Efeze: een Efeze dat zijn identiteit ontleende aan zijn bestaan als deel van het Romeinse imperium.

Een verandering in de wereldorde en nieuwe, ‘buitenlandse’ verschijnselen hoeven niet een breuk met de traditionele ‘eigen’ identiteit  te betekenen.

De populariteit van de ‘keizercultus’ in Efeze riekt naar elitaire oikofobie, maar was het totaal niet. Artemis van Efeze, de godin die al bijna een millennium lang in het gebied van Efeze werd vereerd, bleef tijdens de Romeinse periode het ultieme symbool voor de stad. De tempel van Artemis was nog steeds één van de grootste heiligdommen van het Romeinse rijk; de stad vierde de religieuze festivals voor de stadsgodin, die voor het eerst in de vijfde eeuw voor Christus plaatsvonden; haar beeltenis domineerde nog steeds de keerzijde van de munten geslagen in Efeze. De incorporatie van Romeinse elementen zoals de goddelijke verering van de keizer deed niets af aan het belang van de stadsgodin. De stad kwam voor een groot deel in het teken van de representatie van de Romeinse macht te staan, maar de traditionele, lokale cultus van Artemis bleef onverminderd belangrijk voor de identiteit van Efeze.

Dit voorbeeld uit de klassieke oudheid wijst uit dat een verandering in de wereldorde en de integratie en acceptatie van nieuwe, ‘buitenlandse’ verschijnselen niet noodzakelijkerwijs een breuk met de traditionele ‘eigen’ cultuur en identiteit hoeven te betekenen. Het is natuurlijk naïef te denken dat situaties in het verleden als mal kunnen dienen voor problemen en oplossingen in het heden, laat staan in de toekomst. Maar ze kunnen wel dienen als inspiratiebron: nieuw en traditioneel, globaal en lokaal kunnen met elkaar samengaan. In tegenstelling tot wat Baudet zonder meer aanneemt, hoeven xenofiele uitingen zoals de verwelkoming van immigranten, de Europese integratie en het modernisme dus niet ipso facto de afwijzing en destructie van het Nederlandse te betekenen. Acceptatie van het ‘andere’ impliceert niet noodzakelijkerwijs de angst voor en afwijzing van het ‘eigene’.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven