Flickr / jerekeys

Zijn robots de nieuwe Polen?

Toen robots in de jaren 60 werden geïntroduceerd was de verwachting dat ze op termijn al het werk dat voldoet aan de ‘drie D’s’ – dull, dirty en dangerous – van mensen zouden overnemen. Zo zouden ze bijvoorbeeld het schoonmaken van kantoren en hotels, post sorteren en zwaar industrieel werk op zich kunnen nemen. Vijftig jaar later blijkt dat hoewel een belangrijk deel van de DDD-arbeid inderdaad is geautomatiseerd, hotels en kantoren nog altijd worden schoongemaakt door allochtonen en asperges vooral worden gestoken door Oost-Europeanen.

Tegelijkertijd met het uitblijven van robots die laagbetaalde taken zoals het verschonen van bedden kunnen uitvoeren, is er artificiële intelligentie ontwikkeld die de menselijke intelligentie op sommige vlakken overstijgt. Denk aan klassieke voorbeelden als 'Deep Blue' die in 1997 wereldkampioen schaken Gary Kasparov versloeg en supercomputer 'Watson' die de game show “Jeopardy!” won. Ook worden er steeds vaker robots ingezet voor specialistische medische taken zoals zeer precieze operaties. Paradoxaal genoeg blijken het dus juist de ‘simpele’ zaken zoals ruimtelijk besef en improvisatie, benodigd voor het betere schoonmaak- en aspergesteekwerk, te zijn die bots het moeilijkst kunnen evenaren.

Stel dat de robots komen, nemen ze dan ook echt onze banen over?

Er zijn verschillende redenen waarom de automatisering niet heeft doorgezet in alle DDD-sectoren. Zo is de robotica nog steeds in ontwikkeling en kunnen bepaalde menselijke taken domweg nog niet effectief worden overgenomen. Ook zijn industriële robots erg duur en heeft een bedrijf dat is gericht op het behalen van hoge kwartaalwinsten geen belang bij langetermijninvesteringen zolang het ook gebruik kan maken van goedkope menselijke arbeid. Maar stel dat de robots komen, nemen ze dan ook echt onze banen over?

Paniekerige geluiden over het verliezen van werkgelegenheid aan ‘de machines’ horen we vooral vanaf de Industriële Revolutie, toen de innovaties elkaar in rap tempo opvolgden. Het meest bekende voorbeeld is dat van de Luddisten, een beweging van Engelse textielwerkers die in de 18e eeuw (gewelddadig) protesteerde tegen het automatiseren van de textielbewerking. De Luddisten waren bang dat machines hun specialisatie overbodig zouden maken waardoor hun bestaanszekerheid op de tocht kwam te staan.

Het McKinsey Global Institute bracht in mei van dit jaar een rapport uit over de ‘disruptieve’ impact van technologische ontwikkelingen op zakelijke en economische processen. In het rapport staat dat de werkgelegenheid in sectoren die relatief eenvoudig te automatiseren zijn sinds 1978 sterk is gedaald. Het gaat hierbij lang niet altijd om ongeschoolde arbeid. Toch levert innovatie geen structurele werkeloosheid op. Integendeel, innovatie heeft van oudsher de economie en de bevolkingsgroei juist doen groeien.

Antropoloog David Graeber ziet vooral wat hij ‘bullshit jobs’ noemt toenemen naarmate de automatisering vordert. Hij signaleert een verband tussen het automatiseren van sectoren waarin werkelijk productie gedraaid wordt, zoals de industrie en de landbouw, en de opkomst van sectoren waar geen producten worden geleverd, zoals telemarketing en firma’s gespecialiseerd in ondernemingsrecht. Ondanks de automatisering van grote industrieën ziet het er dus naar uit dat we niet alleen niet werkeloos zijn, maar ook dat onze werkweek niet in de buurt komt van de door J.M. Keynes voorspelde 15 uur.

Als we even vergeten dat het hier om bots gaat maar we ons slechts focussen op vermindering van arbeidsplekken door innovatie, heeft de keerploeg (ca. 900 n.Chr.) de landbouw minstens zo sterk hervormd als robots de industrie. De overbodig geworden boeren kozen een ambacht of werden handelaar, de bullshit professie van de Middeleeuwen. De disruptieve impact van de keerploeg op de status quo was dus weliswaar enorm, maar niet dramatisch.

Feit blijft dat als de metro van 06:13 stopt bij bedrijven en universiteitsgebouwen er nog altijd geen robots uitstappen, maar menselijke schoonmakers. De werkweek van arbeiders verkorten zodat ook zij toegang krijgen tot het ideaal van werk als ‘transformatieve roeping’ lijkt daarmee vooralsnog een utopie. Maar wat zou het betekenen als werkelijk al het zware en vervelende werk van mensen kon worden overgenomen? Als voor het overnemen van menselijke taken ook menselijke eigenschappen als improvisatie en zelfbewustzijn zijn vereist, wat voor status zouden we dan moeten toekennen aan zulke robots? Je kunt je afvragen wat er overblijft van het idee dat robots onze rotklusjes gaan overnemen als ze zelf tekenen van bewustzijn en emotie gaan vertonen.

Het is opportuner om onze huidige aspergestekende robots wat beter te onderhouden.

Volgens sommige wetenschappers moet een computer die precies hetzelfde functioneert als een mens daarmee noodzakelijkerwijs ook dezelfde ervaringen hebben als een mens. Een minder controversiële, breedgedragen opvatting onder experts is dat het wel denkbaar is, maar niet noodzakelijk dat een computer die op menselijke wijze functioneert ook menselijke ervaringen heeft. Het is volgens deze functionalistische visie dus minimaal een mogelijkheid dat wat wij ‘bewustzijn’ noemen optreedt in een computer als deze daarvoor correct geprogrammeerd is.

De situatie die ontstaat wanneer bots met bewustzijn worden ingezet als nieuwe arbeiders belooft flink complex te worden. In plaats van een traditionele arbeidersklasse en bourgeoisie zou een programmerende en een geprogrammeerde klasse kunnen ontstaan, met alle juridische en filosofische moeilijkheden van dien. Voordat we te enthousiast worden over robots als de nieuwe Polen is het dus verstandig na te gaan of het niet opportuner is de huidige schoonmakende en aspergestekende robots wat beter te onderhouden. Onderhandelen over arbeidsvoorwaarden met een mens gaat namelijk net wat eenvoudiger dan met een supercomputer.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven