Wikimedia Commons

Zuster Trobie Is Boos

Een gitaarkoffer.

Metalen klemmen aan de zijkant.
Dit soort hendels zitten ook op mijn hoofd, in mijn nek, zij, bil, knie en op mijn voet.
Al jaren hou ik de klemmen dicht.
Gewoon, omdat dat hoort.

Soms zou ik niets liever doen dan op mijn knieën voor mijn eigen lichaam zitten en de koffer openen.
Stiekem kijken wat ik bij mij draag.
Dat geluid, het lijkt mij heerlijk.

Alsof ik met een simpele handeling een krat Grolsch kan openen.

In één keer

Plop. Plop, plop, plop.
Plop. Plop, plop, plop.
Plop. Plop, plop, plop.
Plop. Plop, plop, plop.
Plop. Plop, plop, plop.
Plop. Plop, plop, plop.

Oud stof waait op.
Ik wapper met mijn handen om wat te kunnen zien.
Langzaam duw ik de kofferklep omhoog.
Er dwarrelen een aantal vliegen door de kier naar buiten.
Ze vliegen weg, richting het licht.

Ik draai mijn gezicht.
De kamer draait mee.

Ik doe de koffer verder open.
Ik zie iets geelbruins te voorschijn komen.
Door het kraken van de scharnieren heen hoor ik iets ademen.
Ik voel warme lucht onder de kier vandoor komen.
Langzaam beweegt het op en neer.

Ik hou mijn adem in.
Ik ben bang.
Zonder twijfel gooi ik de koffer open.
Wederom verstijf ik.
Ik zie poten.
Of hoeven, wat zijn het?
Ik kijk naar een lichaam, een kop.
Verdomd.

Het is een giraf.

Ze ligt daar rechthoekig opgevouwen als een tuinslang.
Knipperend met haar vrouwelijke ogen.
Ze probeert zich uit de koffer te wurmen.
Ze zit vast aan de touwtjes, die weer vast zitten aan schroefjes, die weer vast zitten aan het hout.

Ze kan er niet uit.
Ze wil er uit.
Ik zie het aan haar.

Zonder na te denken stop ik mijn linker duim in haar mond.
Mijn rechter duim stop ik in mijn eigen mond.

Ze wordt rustig.
Ik word rustig
Haar ogen vallen dicht.
Mijn ogen vallen dicht.
Als een vanzelfsprekendheid vallen wij naast elkaar in slaap.

Ik droom dat ik op mijn knieën voor een gitaarkoffer zit.
Ik hoor Hugo zijn stem in mijn oor fluisteren, ‘Het is een zeepaardje, geen giraf eikel.’

Kletsnat word ik wakker.

‘Meneer Taal, heeft u nu alweer in bed geplast?!
Dat is nu al de 67ste keer.’

Zuster Trobie is boos.
Het is het jaar 1856.
Ik vraag mij af waar Hugo is.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven