Foto: Anna Langova, CC0 Public Domain license

Wat als iemand je voor is?

Het belang van de eerste zijn in wetenschappelijk onderzoek
en het gevaar van totale toewijding

Er was iets gebeurd dat ik niet mogelijk achtte. Ik deed onderzoek naar een heerlijk vergezocht onderwerp: de functie van één specifiek gen in rondwormen. Dat het een interessant gen was, daar was ik van overtuigd, maar ik was er ook van overtuigd dat ik de enige was die dat vond. Ik had het mis.

In de academische wereld zijn twee dingen belangrijk: (1) dat je volledig toegewijd bent aan je onderwerp en (2) dat je de eerste bent om te publiceren. Wanneer je in het tweede faalt, zorgt het eerste ervoor dat je nog dieper valt. Wanneer je onderzoek gescoopt wordt en iemand anders je dus voor is met publiceren, dan blijft er plots niets meer over, want je onderzoek was alles: het was de reden waarom je sociale verplichtingen niet nakwam, het was de reden waarom je niet sliep, het was de reden waarom je ’s ochtends toch uit bed kon.

Onderzoek is slecht voor je gezondheid.


Huilkamer
Vroeger leerden we dat leven om te werken ongezond was, maar die wijsheid geldt niet meer voor iedereen. Voor onderzoekers is het normaal om geobsedeerd te zijn door hun onderwerp. Ze willen niets liever dan werken, hun identiteit valt ermee samen. Het twitteraccount ShitAcademicsSay (@AcademicsSay) tweette onlangs: ‘I am currently away from the office and have intermittent access to email. If your email is not urgent I will in all likelihood still reply within 10 minutes due to ineffective self-regulation and an inability to maintain work-life balance.’ Er niet in slagen werk en leven gescheiden te houden is normaal voor onderzoekers, en een manische toewijding aan hun werk wordt aangemoedigd en verheerlijkt, want toewijding is de enige manier om vol te houden. Toewijding is de weg naar succes. Maar is dat wel zo?

Mentale gezondheidsproblemen bij (jonge) academici vormen een epidemie. Sinds 2017 begint de onderzoeksgemeenschap deze trend te erkennen, toen het vakblad Nature een oproep onder PhD studenten lanceerde en een derde van hen aangaf mentale problemen te ondervinden. Eén van de respondenten maakte de suggestie om een “huilkamer” in te richten, een plekje waar de onderzoeker in stilte kan uithuilen wanneer de stress te veel wordt, zonder gezichtsverlies. Een vergelijkbare studie in Vlaanderen concludeert dat een derde van de PhD studenten risico loopt op het ontwikkelen van een psychiatrische aandoening zoals depressie. In vergelijking met andere hoogopgeleiden hebben onderzoekers twee keer zo veel kans op het ontwikkelen van mentale gezondheidsproblemen. Onderzoek is slecht voor je gezondheid, zo blijkt.

De eis voor totale toewijding in combinatie met publicatiedruk zorgt voor een perfecte storm. Als je onderzoek alles is, en publiceren de maatstaf voor de kwaliteit van je onderzoek, dan staat je publicatielijst gelijk aan je eigenwaarde. Wordt je onderzoek dus om willekeurig welke reden onpubliceerbaar, dan ben je niks meer waard.

Sterfgeval
Dat gebeurde ook met mij. Enkele weken voordat ik het resultaat van vier jaar onderzoek naar buiten wilde brengen, was een Amerikaans team me voor geweest. Hetzelfde gen, dezelfde functies die ik ontdekt had, dezelfde methoden, dezelfde rondworm. Ze waren niet op de hoogte geweest van ons onderzoek, zeiden ze, ook al had ik onze voortgang op drie congressen gedeeld. Het baatte niet. In de dagen die volgden, waren mijn collega’s voorzichtig met me, alsof er iemand in mijn familie was gestorven of ikzelf net een vreselijke diagnose had gekregen. Zo voelde het ook.
Wat ik meemaakte, klinkt uitzonderlijk – wat is de kans dat iemand aan de andere kant van de oceaan net hetzelfde onderzoek aan het uitvoeren was, zonder dat ik ervan afwist? – maar het gebeurt vaker dan je denkt. Bijna alle ervaren onderzoekers waarmee ik sprak, hadden een vergelijkbaar verhaal. Soms werden ze gescoopt – en soms waren ze de scooper. Ook bij hen was de wereld even ingestort. Ook bij hen was er sprake geweest van een perfecte storm.

De oorzaak van de slechte mentale gezondheid van onderzoekers, is dat toewijding niet alleen de weg naar succes is, maar ook de weg naar de hel, want succes is - in zekere mate - arbitrair.


De wetenschappelijke methode
De ervaren onderzoekers hadden een troost voor me. Ze zeiden dat een scoop in feite niets anders is dan de wetenschappelijke methode in werking: verificatie is even belangrijk als ontdekking. Dat ze ergens anders net hetzelfde hebben ontdekt als jij, is een overwinning voor de wetenschap. Het voelde echter niet als een overwinning, het voelde als verlies. Van de wetenschappelijke methode lag ik niet echt wakker, maar van mijn eigen onderzoek – dat nu waardeloos was – meer dan ooit.

De oorzaak van de slechte mentale gezondheid van onderzoekers, is dat toewijding niet alleen de weg naar succes is, maar ook de weg naar de hel, want succes is - in zekere mate - arbitrair. Wil je publiceren in een toptijdschrift - de maatstaf voor succes - dan moet je geluk hebben: met je onderwerp, methode, begeleiding en timing. Heb je dat geluk niet, dan leidt toewijding niet naar succes, maar naar angst, depressie, en vereenzaming. Slaag je er niet om te publiceren in een toptijdschrift, dan wordt het moeilijk om nieuwe financiering binnen te halen en, dan belandt je onderzoek in limbo.

Gelukkig is er een kentering bezig binnen de onderzoekswereld, maar zoals alles wat academisch is, gaat het langzaam. Steeds meer (exact-)wetenschappelijke tijdschriften erkennen de waarde van bevestigend onderzoek, zeker wanneer het onafhankelijk van het eerste gevoerd werd. Mijn onderzoek – dat dus wel zijn nieuwswaarde verloren had – kon terecht bij een vooraanstaand wetenschappelijk tijdschrift met een complementary research policy, met als doel om gescoopt onderzoek een plaats te geven. Een troostprijs voor de tweede dus, maar oneindig veel beter dan niets. De beslissing om onafhankelijk bevestigend onderzoek te publiceren, was pas een jaar geleden genomen door de uitgevers van het tijdschrift. Daarvoor zou mijn verhaal dus geen happy end hebben gehad.

De hypothese “Is totale toewijding in combinatie met publicatiedruk slecht voor een homo sapiens?” is affirmatief beantwoord. Nu moeten we er ook echt iets aan doen.


Hypothese
Tijdschriften beseffen stilaan dat er binnen de wetenschappelijke methode plaats is voor complementair onderzoek, en zelfs negatieve resultaten kunnen steeds vaker gepubliceerd worden. Het echte probleem ligt echter niet bij de tijdschriften. Het ligt bij de extreme eisen die onderzoekers voor zichzelf stellen, en bij instituten die publicatielijsten als enige maatstaf nemen. De huidige werkbeleving voor jonge onderzoekers is een gruwelijk sociaal experiment. De hypothese “Is totale toewijding in combinatie met publicatiedruk slecht voor een homo sapiens?” is affirmatief beantwoord. Nu moeten we er ook echt iets aan doen.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven